Geschiedenis

Het begin

In 1976 introduceerde het ministerie van Binnenlandse Zaken een subsidieregeling
voor scholingsactiviteiten voor politieke partijen. Dat leidde tot verschillende initiatieven binnen de drie voorgangers van het CDA. Nadat de drie partijen vanaf 25 april 1975 een federatie vormden, werd er vanaf 1976 ook begonnen met de voorzichtige samenwerking op het gebied van scholing. Na het ontstaan van het CDA in 1980 kreeg Wim Eikelboom de leiding over de Stichting KAVO (kader en vorming), waarin de scholingsactiviteiten van de nieuwe partij werden gebundeld. Het samengaan van de drie partijen vereiste echter niet alleen een organisatorische, maar ook een ideologische fusie.

De drie voorgangers en hun initiatieven

ARP
Binnen de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) werd de Stichting Kader- en Vormingswerk (KAVO) opgericht. Deze stichting hield zich bezig met het kader- en vormingswerk, het geven van cursussen voor bestuursleden van afdelingen, raadsleden en Statenleden en met de uitgifte van diverse boekwerkjes en lesmateriaal. Verder kende de ARP buitendienstmedewerkers, die als intermediairs functioneerden tussen de partij, de provinciale afdelingen en de kamerkringen. Hun taken waren
scholing en het onderhouden van de partijorganisatie, maar het waren ook een soort ‘troubleshooters’.

KVP
De Katholieke Volkspartij (KVP) had vormingsconsulenten, die een andere functie hadden. Per kwartaal publiceerden zij een discussiestuk dat ze regionaal bespraken met hun achterban ten einde hun kader te vormen en inhoudelijk te scholen.

CHU
De Christelijk-Historische Unie (CHU) had in eerste instantie geen consulenten, maar stelde in het zicht van de fusie tussen de ARP, de CHU en de KVP regionale vormingsleiders aan.


A A A     voorleeshulp     inloggen     English
1  2  3  4