Het programma door de jaren heen

Cursisten van de Kaderschool kregen de mogelijkheid te ontdekken hoe christendemocratische uitgangspunten worden vertaald in een steeds veranderende maatschappij. Voor de eerste leergang van de Kaderschool hadden zich 63 cursisten aangemeld. Het Curatorium had zich ten doel gesteld om met twee groepen van circa 20 deelnemers te starten. Met alle kandidaat-cursisten voerde een uit het Curatorium samengestelde commissie selectiegesprekken, vanwege de grote belangstelling en de grote investering die in de deelnemers werd gestoken. Wim Eikelboom:‘We wilden nagaan of de kandidaat echt gemotiveerd was, of hij/zij de leerstof zou kunnen behappen en of er een goede kans was dat hij/zij de cursus zou afronden.’ Op basis van deze gesprekken liet het Curatorium 43 cursisten toe. De 20 niet-toegelatenen ontvingen een bericht met daarin een voor ieder afzonderlijke motivering van de beslissing. De Kaderschool was niet alleen voor de partij een flinke investering, maar ook voor de deelnemers zelf. Van hen werd niet alleen een eigen bijdrage verwacht (ter illustratie: in 1993 was dat 1000 gulden), maar ook dat ze veel vrije tijd zouden steken in het voorbereiden en het volgen van
de lessen. Dit terwijl de meeste cursisten een fulltime baan hadden of een andere  verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld de zorg voor een gezin.

De eerste leergang van de Kaderschool telde 43 cursisten, die verdeeld over twee groepen wekelijks respectievelijk op maandagavond en woensdagavond in Utrecht bijeen kwamen en een viertal weekenden in
Beek/Ubbergen. De leergang bestond uit drie blokken, te weten:
I. Uitgangspunten
II. Maatschappij en samenleving
III.Vaardigheden
Het eerste blok liep van september tot en met december en was inhoudelijk van karakter. De cursisten bestudeerden vooraf de verplichte literatuur over thema’s als: geschiedenis van de christen-democratie, christen-democratie en confessionalisme, mensvisies, staatsvisies, kerk en staat,
geloof en politiek, kernbegrippen, maatschappijvisies, politieke stromingen, christen-democratie in Europa en de christelijksociale beweging. De docent schetste de hoofdlijnen en maakte de bestudeerde stof inzichtelijk, waarna een gedachtewisseling ontstond tussen de cursisten en de
docent. In het tweede blok werd vanuit de uitgangspunten een stap dichter naar de praktijk gezet. De bestudering en behandeling van de thema’s uit het eerste blok waren namelijk bedoeld om inzicht te geven in de manier waarop vanuit de christen-democratische politieke overtuiging een bijdrage
kan worden geleverd aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Kortweg: hoe geven christen-democraten vorm aan maatschappij en samenleving? In dit blok kwamen de volgende thema’s aan de orde: welzijn, mediabeleid, vrede en veiligheid, (kleine) criminaliteit, Europa in de internationale politiek, technologie, milieu, vrijheid en pluriformiteit van het onderwijs, ontwikkelingssamenwerking, sociaal-economische verhoudingen en individualisering. Het derde blok bestond uit vaardigheidstrainingen. Tijdens vier weekenden werd geleerd om op te treden als inleider,
docent en discussieleider, om als opinieleider te kunnen fungeren ten behoeve van het CDA.
Wim Eikelboom:‘Op maandag- en woensdagavond werden in de Jaarbeurs in Utrecht van 19:00 tot 21:30 uur colleges gegeven, waarin van gedachten werd gewisseld over de bestudeerde literatuur. Er
werden docenten van diverse achtergronden benaderd. Naast een evenwichtige verdeling tussen katholieke en protestantse docenten werden uiteraard docenten met onderscheiden deskundigheden gevraagd. Dat was vanzelfsprekend. Mensen waren graag bereid om als docent aan de
Kaderschool les te geven.’

De Kaderschool werd afgesloten met het schrijven van een scriptie. Het uitreiken van de getuigschriften was een belangrijke gebeurtenis. De partijvoorzitter, de fractievoorzitter in de Tweede Kamer, een minister of de minister-president verzorgde een afsluitend college en reikte de getuigschriften uit. De zware eisen die het Curatorium aan de scriptie stelde, bezorgden de cursisten behoorlijk wat zweetdruppels. Een enkele keer werd een scriptie zelfs als onvoldoende beoordeeld, als die niet voldeed aan de vooraf gestelde eisen. Wel werd altijd de mogelijkheid geboden om de scriptie aan te passen, zodat die wel als voldoende kon worden beoordeeld. Met ingang van de leergang 1994/1995 konden studenten die de Kaderschool wilden afronden voor het eerst kiezen tussen het schrijven van een scriptie of het schrijven van een artikel voor Christen Democratische Verkenningen (CDV), het maandblad van het WI. De gelieerde organisaties werd gevraagd om suggesties voor scriptieonderwerpen te doen. Het maken van een goed onderbouwde scriptie was al niet makkelijk, maar een goed artikel schrijven was ook geen geringe opgave. Plaatsing in CDV betekende immers dat de student een gedegen en wetenschappelijk getint artikel moest kunnen schrijven. De studenten moesten in hun scriptie of artikel laten zien dat zij de relatie wisten te leggen tussen de uitgangspunten van de christen-democratie en de dagelijkse praktijk.

Clarien Slot-Abeling was van 1995 tot 2000 directeur van het Steenkampinstituut: ‘Het niveau van de Kaderschool was altijd hoog. Er kwamen nieuwe formules en vormen. Geen hoorcolleges meer, maar interactief onderwijs. Ook werd er een andere afstudeermogelijkheid geïntroduceerd: naast het schrijven van een scriptie of een artikel konden cursisten ook een bijeenkomst organiseren, waaraan zij zelf dan wel een inhoudelijke bijdrage moesten leveren.’ Wim Eikelboom geeft aan dat de begeleiding van geslaagde Kaderschooldeelnemers een punt van zorg is gebleven: ‘Er is geprobeerd om de provinciale afdelingen en de kamerkringen erbij te betrekken, aan de “ingang” en de “uitgang” van de Kaderschool. Sommige deelnemers zijn gebleven en opgeklommen binnen de partij,
maar andere verdwenen en zijn in een enkel geval niet eens meer lid.’ Corine Vreugdenhil, lid van het Curatorium:‘Het Steenkampinstituut heeft totnogtoe niet voldoende invloed gehad op het vervolgtraject
van mensen na hun scholing en vorming. Dat is riskant: door scholing en vorming enthousiasmeer je mensen, maar vervolgens bied je ze geen verdere vooruitzichten. Hierdoor kunnen ze gedemotiveerd
raken. Het is de taak van het partijbestuur om de strategische instrumenten van scholing en vorming te gebruiken om doelen te bereiken.’ In 2000 werd de ‘Kaderschool nieuwe stijl’
geïntroduceerd. 

De indeling in drie blokken bleef gehandhaafd, maar nieuw was dat ze in een periode van maximaal drie jaar konden worden gevolgd. Bovendien werd blok I (Uitgangspunten) regionaal aangeboden in Den Haag, Den Bosch, Zwolle en Beverwijk, met in totaal 68 deelnemers. Het jaar
daarop werd de Kaderschool weer ‘herzien’. Omdat er gebruik werd gemaakt van wisselende docenten, kon moeilijk worden vastgesteld of er op de verschillende plaatsen dezelfde kwaliteit geboden werd. Om de ‘nieuwe stijl’ op een goede manier te kunnen testen, werd gekozen voor één
centraal aanbod in Utrecht. De oude vorm met regionale blokken werd in het voorjaar van 2001 voor het laatst gegeven en in het najaar ging de nieuwe vorm in Utrecht van start. Na een aantal ‘kwakkeljaren’, waarin het aantal aanmeldingen voor de Kaderschool terugliep, is met ingang van september 2004 teruggegrepen naar de oorspronkelijke opzet, waardoor de Kaderschoolleergang
weer is gepositioneerd als dé topopleiding binnen het CDA. Er worden weer intakegesprekken
gehouden om de motivatie van studenten in beeld te krijgen en om een inschatting te maken van het niveau waarop zij aan de vaardigheidstrainingen willen deelnemen. Alle vaardigheidstrainingen worden op drie niveau’s gegeven: beginners, halfgevorderden en gevorderden. Er kan alleen aan de gehele leergang worden deelgenomen (dus niet meer per blok) en de bijeenkomsten bestaan uit hoorcolleges, werkcolleges en praktische trainingen. De literatuur wordt in thuisopdrachten getentamineerd. Ter afsluiting schrijven de deelnemers een artikel of organiseren zij een bijeenkomst, waarin ze zelf een inhoudelijk deel van het programma invullen.

Na een aantal ‘kwakkeljaren’, waarin het aantal aanmeldingen voor de Kaderschool terugliep, is met ingang van september 2004 teruggegrepen naar de oorspronkelijke opzet, waardoor de Kaderschoolleergang weer is gepositioneerd als dé topopleiding binnen het CDA. Er worden weer intakegesprekken gehouden om de motivatie van studenten in beeld te krijgen en om een inschatting te maken van het niveau waarop zij aan de vaardigheidstrainingen willen deelnemen. Alle  vaardigheidstrainingen worden op drie niveau’s gegeven: beginners, halfgevorderden en gevorderden. Er kan alleen aan de gehele leergang worden deelgenomen (dus niet meer per blok) en de bijeenkomsten bestaan uit hoorcolleges, werkcolleges en praktische trainingen. De literatuur wordt in thuisopdrachten getentamineerd. Ter afsluiting schrijven de deelnemers een artikel of organiseren zij een bijeenkomst, waarin ze zelf een inhoudelijk deel van het programma invullen.


A A A     voorleeshulp     inloggen     English
1  2  3  4