Het Steenkampinstituut en HRM

In november 2001 werd Marry Visser-van Doorn de nieuwe voorzitter van het Curatorium. Het was een hectische periode, waarin de partij werd bestuurd door interim-voorzitter Bert de Vries. Het al eerder door de partijvoorzitters Helgers en Van Rij ingezette proces van partijvernieuwing werd krachtig voorgezet.De Vries liet een notitie het licht zien getiteld Van je familie moet je het hebben, waarin de taken van de partij opnieuw werden bezien. Bij haar aantreden in het najaar van 2002 liet de nieuwe partijvoorzitter Marja van Bijsterveldt weten dat Human Resource Management (HRM) een van haar prioriteiten zou worden. Inmiddels werkte het partijbureau aan uitbreiding en verbetering van de dienstverlening aan de afdelingen en werd er al geïnvesteerd in HRM en partijontwikkeling. 

Het Curatorium zag in deze situatie goede kansen voor het Steenkampinstituut om haar wensen te kunnen realiseren, vooral op het gebied van HRM-beleid. De tijd was er rijp voor. Door de jaren heen was het Steenkampinstituut steeds weer gestuit op de beperkte invloed die zij had op de inzet van haar kennis en activiteiten en op het vervolgtraject van cursisten. Van begeleide instroom, doorstroom en uitstroom van mensen op basis van een concreet plan was te weinig sprake, ondanks herhaalde aansporingen daartoe door het Steenkampinstituut en ondanks geformuleerde intenties in diverse partijnotities. De noodzakelijke druk op provinciale afdelingsbesturen om vorming en scholing prioriteit te geven, kon door het Steenkampinstituut onvoldoende worden uitgeoefend, omdat dit de verantwoordelijkheid van het partijbestuur was.Te weinig werden scholing en vorming als belangrijk instrument ingezet ten behoeve van het uiteindelijke doel, namelijk versterking van het christen-democratisch handelen. Na een studiebijeenkomst in de zomer van 2002, waarin opnieuw het belang van scholing gecombineerd met HRM-beleid werd onderstreept, besloot het Curatorium in november 2002 tot het instellen van een werkgroep Organisatie. Deze werkgroep moest de mogelijkheden van integratie van het Steenkampinstituut in de partijorganisatie onderzoeken. Belangrijke uitgangspunten werden geformuleerd en er vonden vruchtbare gesprekken plaats met interne en externe deskundigen. Het integratieproces kwam in 2003 in een stroomversnelling, ondanks een aantal wisselingen van directeuren. In het voorjaar vertrok directeur Annet Doesburg en nadat Maarten
Brekelmans een korte periode interimdirecteur was, is Carel Laenen in januari 2004 aangetreden als nieuwe directeur van het Steenkampinstituut en tegelijkertijd alshoofd van de HRM-sector in wording. Na de gesprekken van de werkgroep werd in juni 2003 als logische stap een conceptintentieverklaring
opgesteld, die de voorwaarden weergaf voor een succesvolle integratie van het Steenkampinstituut in de partijorganisatie en in het partijsecretariaat. Belangrijke voorwaarde in de uiteindelijke intentieverklaring is dat een lid van het dagelijks partijbestuur verantwoordelijk is voor het HRM-beleid. Daarnaast is de oprichting van een kleine Adviesraad Steenkampinstituut overeengekomen, die na de opheffing van het Curatorium zal bewaken dat het onderdeel Opleidingen een nadrukkelijke plaats krijgt en behoudt in het geheel van de sector HRM-beleid / Steenkampinstituut / Partijontwikkeling (afgekort: sector HRM/SI/PO). Ook zal deze Adviesraad erop toezien dat de opleidingen goed toegankelijk zijn en blijven voor alle CDA-leden. Daartoe zal zij met gezag gevraagd en ongevraagd advies geven aan de portefeuillehouder en aan het dagelijks bestuur. De Adviesraad zal zorgvuldig worden samengesteld. Degenen voor wie de opleidingen bedoeld zijn, zullen erin terug te vinden zijn.Verder is kennis van onderwijs, verenigingszaken en vrijwilligers, ervaring met/in de Tweede en Eerste Kamer en kennis van provinciale activiteiten noodzakelijk. Uiteraard zal een vertegenwoordiger van of namens het Steenkampfonds er een plaats in krijgen, omdat dat fonds een vaste financier is van een deel van de opleidingen die het Steenkampinstituut aanbiedt. ‘Het bewust ontwikkelen van de leden die het CDA dragen en vormen, met de mensen die het CDA besturen en de mensen die namens onze partij posities bekleden in besturen en volksvertegenwoordigende lichamen, vraagt om een gericht HRMbeleid. Binnen het kader van zo’n HRMbeleid moet een passend instrumentarium beschikbaar zijn voor het opleiden en trainen van leden! Daarmee zijn vorming en scholing een onderdeel, maar wel een zeer belangrijk en terecht onderdeel van HRM’, zegt Carel Laenen. Marry Visser-van Doorn: ‘Het feit dat het Curatorium niet heeft afgewacht wat het partijbestuur zou bedenken, maar zelf het initiatief heeft genomen, heeft heel goed gewerkt. Onze voorstellen waren gericht op het oplossen van de hardnekkige knelpunten, waarmee het Curatorium door de jaren heen werd geconfronteerd en die het rendement van de scholingsactiviteiten nadelig beïnvloedden. Het onderbrengen van Opleidingen binnen het HRM-beleid maakt dat dit onderdeel (instrument) vanzelfsprekend en structureel wordt meegenomen in het beleid, en wel direct vanaf de start. De tijd is voorbij dat pas in een later stadium om een visie wordt gevraagd op het gebied van scholing, vorming en opleiding.’ ‘Bij de start van dit integratieproces heeft het Curatorium nadrukkelijk haar strikte voorwaarden benoemd’, vervolgt Marry Visser-van Doorn.‘Wij zijn tevreden over het verloop van het proces en met het uiteindelijke resultaat. Scholing en vorming kunnen nu echt, ingebed in het HRMbeleid, gebruikt worden als een van de belangrijkste instrumenten om betrokken, gemotiveerde en goed opgeleide christendemocraten in te zetten in de actieve politiek, de partij en de samenleving als geheel. Voor de cursisten zal er ogenschijnlijk weinig veranderen. De cursussen en trainingen blijven gegeven worden onder de naam Steenkampinstituut, want dat is een uitstekend bekende “merknaam”. Ze worden nu echter ingebed in een groter verband, waardoor meer gerichte vervolgtrajecten kunnen worden aangeboden. Er is nadrukkelijk overeengekomen dat scholing en vorming regionaal verankerd blijven en de regionale structuur van het scholingswerk in enige vorm behouden moet blijven. Het is verheugend dat de naamgever van ons instituut, professor Steenkamp, zijn instemming heeft betuigd met de nieuwe, sterke positie van opleiding, scholing en vorming onder zijn naam binnen het CDA.’ De integratie van het Steenkampinstituut in het CDA-partijsecretariaat is te beschouwen als een belangrijke mijlpaal in een jarenlange ontwikkeling die medio jaren ’90 is begonnen, namelijk de overgang van sec opleidingen naar Human Resource Management, waarbinnen opleiding en training gericht worden ingezet als strategisch instrument. De integratie is dus geen eindstation, maar een vertrekpunt voor een geïntegreerd en toekomstgericht beleid ten aanzien van Human Resource Management en ledenontwikkeling. Op deze wijze kan het CDA het ‘menselijk kapitaal’ dat haar ledenbestand vormt nog meer optimaal inzetten, zodat volksvertegenwoordigers, (partij)bestuurders én vrijwilligers elk in hun eigen rol telkens weer vorm en inhoud kunnen geven aan het christen-democratisch gedachtegoed.


A A A     voorleeshulp     inloggen     English
1  2  3  4