Coalitieakkoord 2010-2014
“INVESTEREN IN EVENWICHT,
EVENWICHT IN INVESTEREN”
Fractie DorpsGoed
Fractie PPA
Fractie CDA
16 april 2010
Investeren in evenwicht, evenwicht in investeren
Inleiding
Voor de zittingsperiode van 2010 tot 2014 treedt een nieuw college aan, dat zijn basis vindt in de samenwerking van de drie grootste fracties in de gemeenteraad, te weten de fracties DorpsGoed, PPA en CDA (hierna te noemen wij). Het college heeft daarmee ook een solide fundament in de gemeenteraad en kan op die manier ook op een goede manier invulling geven aan het dagelijkse bestuur van de gemeente.
Het nieuw gevormde college staat een goede samenwerking voor met de volledige gemeenteraad. Dat is hard nodig, want de gemeente Sint-Michielsgestel staat de komende jaren in alle opzichten voor een moeilijke opgave.
In de nu achter ons liggende periodes van 2002 tot heden is een groot aantal ontwikkelingen op gang gebracht. Veel van die ontwikkelingen moeten de komende jaren tot uitvoering komen. Daarbij is te denken aan de uitvoering van het centrumplan voor het dorp Sint-Michielsgestel, de realisering van de plannen Jacobskamp en Schoolstraat, de bouw van de educatieve clusters, de realisering van de gemeenschapshuizen nieuwe stijl, de uitvoering van projecten uit het programma Gestel Groene Gemeente en de uitvoering van allerlei plannen op het gebied van lokaal klimaatbeleid en duurzaamheid.
Al deze plannen zijn opgestart in de jaren dat het de gemeente financieel aardig voor de wind ging en vooral de algemene rijksuitkering ruimte bood voor nieuw beleid. Met de economische recessie sinds het jaar 2008 zijn de vooruitzichten echter aanzienlijk slechter geworden. De rijksoverheid zal vanaf 2011 fors moeten bezuinigen (genoemd wordt een structureel bedrag van 19 miljard euro vanaf het jaar 2011 oplopend vervolgens tot 29 miljard euro in de jaren na 2015) en dat zal ook gevolgen hebben voor de algemene uitkering aan de gemeenten. De gemeente Sint-Michielsgestel moet rekening houden met een structurele korting die kan oplopen tot meer dan drie miljoen euro. Dat betekent dat dit college een begin moet maken met een zodanige ombuiging in beleid en uitvoering van taken, dat duurzaam sprake is van evenwicht:
1. evenwicht in de keuzes die gemaakt moeten worden in welke taken de gemeente nog wel, en welke niet meer door haar worden uitgevoerd;
2. evenwicht in zaken die tot de overheidszorg moeten worden gerekend en zaken die tot de eigen verantwoordelijkheid van onze burgers moeten worden gerekend;
3. evenwicht in de keuzes in het perspectief van de demografische ontwikkeling van de gemeente richting 2025;
4. evenwicht in de (financiële) lasten die vervolgens aan onze burgers worden opgelegd;
Dat betekent dat de gemeente gedwongen wordt pijnlijke beslissingen te nemen met een direct gevolg voor mensen, verenigingen en instellingen. Het is zaak dat evenwichtig te doen en dat de gemeente over de te nemen maatregelen consequent en helder communiceert. Wij willen in dat opzicht ook stilstaan bij de mogelijkheid om in die besluitvorming de vertegenwoordigers van verenigingen en instellingen daarbij te betrekken.
Aard coalitieakkoord
Wij hebben uitvoerig stilgestaan bij de vraag, wat de aard van een coalitieakkoord zou moeten zijn. Moet het een koersbepaling zijn, of moet het een akkoord zijn waarin tot op detailniveau keuzes en afspraken moeten worden vastgelegd. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat het akkoord de hoofdlijnen moet bevatten, maar dat op enkele onderdelen specifieke keuze te benoemen zijn. Wij hebben het akkoord bereikt doordrongen van het besef dat gewijzigde regelgeving of veranderende financieel-economische omstandigheden bijsturing van gemaakte keuzes mogelijk en noodzakelijk kunnen maken.
Wij zijn het er verder over eens, dat voor de komende zittingsperiode in ieder geval als uitgangspunt geldt, dat de eerste prioriteit van het bestuur ligt bij de uitvoering van plannen, waarover de formele besluitvorming in gemeenteraad en college al is afgerond.
Ook willen wij vasthouden aan en doorontwikkelen van de onderstaande ambities van de gemeente, zoals die was vastgelegd in het voor de periode 2006-2010 vastgestelde collegeprogramma ‘Voortgang en vernieuwing’:
· een gemeente die goed communiceert en interactief handelt;
· een gemeente waar veiligheid voorop staat;
· een gemeente die zich als ‘groene kamer’ ontwikkelt;
· een gemeente die aandacht geeft aan wonen voor doelgroepen;
· een gemeente met een prima voorzieningenniveau.
In het verlengde daarvan willen wij nog één ambitie toevoegen en wel
· een gemeente die instaat voor een kwalitatief goede dienstverlening aan haar inwoners.
Dit betekent dat de gemeente de komende vier jaar werk moet maken van een slimme organisatie van de dienstverlening om daarmee uit te dragen dat onze burgers, bedrijven en instellingen bij de gemeente centraal staan. Om op dit terrein de kwaliteit te handhaven en te verbeteren, om minder kwetsbaar te zijn en om de kosten te drukken, zal de gemeente samenwerken met andere gemeenten.
Het coalitieprogramma op onderdelen
Uitgaande van de aanbevelingen die door de ‘oude’ gemeenteraad aan de nu aangetreden gemeenteraad zijn gedaan, zal de indeling van de programmabegroting in de zittingsperiode 2010-2014 ongewijzigd blijven. Die indeling volgend, stellen wij voor per programma aan de volgende aspecten bijzondere aandacht te geven.
Programma 1: Groene Gemeente
Groenontwikkeling, -beleid en -beheer
De komende jaren wordt de aandacht gericht op de uitvoering van projecten waarvoor inmiddels gelden zijn vrijgemaakt en waarvoor cofinanciering is geregeld. Daarbij is te denken aan de projecten Hart van Gestel, Dynamisch beekdal Aa en Keerdijk-Meerse Plas. De aandacht moet echter ook uitgaan naar de vele kleinere zaken die mede de kwaliteit van de leefomgeving bepalen en die niet alleen op initiatief van de gemeente worden ontwikkeld, maar ook door inwoners en bedrijven of instellingen. Die aandacht kan twee dingen betekenen:
1. de gemeente faciliteert ontwikkelingen door in ruimtelijke plannen aandacht te geven aan en mogelijkheden te bieden voor ontwikkelingen in het kader van natuur- en landschapsontwikkeling en recreatie en toerisme (de aanjaagfunctie);
2. de gemeente maakt door haar gewenste ontwikkelingen op particulier terrein financieel mogelijk door bijdragen in uitvoeringskosten toe te kennen of als het gaat om openbaar terrein de uitvoering zelf ter hand te nemen.
Wij zijn er géén voorstander van kortingen door te voeren op de uitvoering van het groenbeheer. Naar onze mening is een goed beheer van het openbaar groen bepalend voor de beleving van de kwaliteit van de woonomgeving van de inwoners.
Speelvoorzieningen
Wat geldt voor de groene inrichting in de wijken, geldt ook voor het beheer en onderhoud van speelvoorzieningen in de wijk. De daaraan verbonden beheers- en onderhoudslasten moeten structureel in de begroting worden opgenomen en verantwoord.
Programma 2: Handhaving
Handhaving bouwen, ruimtelijke ordening en milieu
Door de gemeenteraad is in 2005 uitgesproken dat het niveau van handhaving wordt bepaald door de beschikbaarheid van de formatieomvang van dat moment. De raad zag toentertijd geen aanleiding middelen vrij te maken om de handhaving te intensiveren en kwalitatief te verbeteren. Wij kiezen ervoor op dit punt geen beleidswijziging te entameren, maar de ontwikkelingen af te wachten met betrekking tot de vorming van de Regionale Uitvoeringsdiensten in Noord-Brabant. In dat kader zullen ook kwaliteitseisen worden gesteld aan de handhaving op lokaal niveau en dan is de vraag aan de orde of en in hoeverre de gemeente aan die eisen kan en wil voldoen.
Programma 3: Integrale veiligheid en bereikbaarheid
Openbare orde en veiligheid
Wij stellen vast dat de voorbije jaren de sociale en verkeersveiligheid is toegenomen en dat de overlast van vooral jeugd in de wijken merkbaar is afgenomen. Wij wensen vast te houden aan het ingezette beleid om daarmee problemen voor de toekomst te vermijden.
Brandweer en rampenbestrijding
Vanaf 1 januari 2011 zal de brandweer worden geregionaliseerd. Dat betekent dat zowel de vrijwilligers als het gemeentelijk personeel, dat met brandweertaken is belast, per die datum in regionale dienst zal worden gebracht. Wij zijn van mening dat maatregelen moeten worden genomen om de lokale binding van vrijwilligers met de gemeente te borgen.
Voorzover taken vanuit het brandweerwezen onderdeel blijven van de gemeentelijke organisatie, zoals integrale veiligheid en rampenbestrijding, dienen die taken op professionele manier vorm te krijgen c.q. te houden.
Daarnaast moet het beleid er op zijn gericht de aan de regionalisering verbonden incidentele en structurele desintegratiekosten binnen de periode tot 2014 in te verdienen.
Om de belangstelling voor deelname aan het vrijwilligerskorps van de brandweer te vergroten zijn wij voorstander van de vorming van een jeugdbrandweer met behulp van de maatschappelijke stage.
Verkeersveiligheid
In deze zittingsperiode zal een daadwerkelijk begin worden gemaakt met het realiseren van de omleiding van de Zuid-Willemsvaart vanaf Den Dungen tot aan de Maas. Die omleiding zal van grote betekenis zijn voor de verbinding tussen de dorpen binnen de gemeente. Het is zaak tijdens de aanleg van de kanaalomleiding ervoor te zorgen dat de aanliggende dorpen niet te maken krijgen met de overlast vanwege sluipverkeer.
Daarnaast zal vooral voor het langzaam verkeer sprake zijn van grotere afstanden tussen de dorpen. Om vooral de effecten voor die verkeersdeelnemers te elimineren of tenminste te verkleinen is gepleit voor de aanleg van een fietsbrug in het verlengde van de Runweg in Berlicum. De kosten van aanleg van die brug zullen worden gedragen door provincie en/of Rijkswaterstaat. De aansluiting van die brug op het lokale wegennet zal door de gemeente moeten worden gerealiseerd. Hoe die aansluitingen gerealiseerd moeten worden, wat daarvan de kosten zijn en hoe deze moeten worden gefinancierd, moet tijdig nader onderwerp van onderzoek worden.
Wij moeten in het belang van de leefbaarheid voor de omwonenden van provinciale wegen aandacht hebben voor het voorkomen van overlast vanwege sluipverkeer, maar ook het voorkomen van milieuoverlast als gevolg van de te verwachten aanpassingen aan de N279 (weg langs de Zuid-Willemsvaart) en de N617 (provinciale weg van Schijndel naar ‘s-Hertogenbosch).
Wegbeheer
Wij zijn ook nadrukkelijk voorstander van verbetering van de fietsvoorzieningen, vooral op de doorgaande routes. Bij groot onderhoud en reconstructie van wegen zal steeds onderzocht worden of kleurmarkering van fietsstroken een optie is.
Nog in deze zittingsperiode moeten de effecten van de ontwikkelingen in de omgeving van Berlicum in het algemeen en het Mercuriusplein in het bijzonder (zoals de ombouw van de N279 en de uitvoering van het inbreidingsplan Schoolstraat) in beeld worden gebracht en moet op basis daarvan bepaald worden wat de gevolgen van die ontwikkelingen zijn voor de herinrichting van het dorpscentrum in Berlicum (Mercuriusplein/Hoogstraat) en moet dat alles in een uitvoeringsplan worden vastgelegd.
Programma 4: Burger, bestuur en bedrijfsvoering
Dienstverlening
Wij willen instaan voor een bestuur en organisatie waarin de klantgerichtheid uitgangspunt van handelen is. De gemeente streeft de best mogelijke dienstverlening na, rekening houdend met de omstandigheden en beschikbare middelen van dat moment.
Dat betekent niet, dat de vragende partij steeds tegemoet wordt gekomen in zijn wensen, maar wel dat steeds de vraag aan de orde is of aan wensen tegemoet kan worden gekomen. Als dat niet mogelijk is, dient helder en op basis van een kenbare afweging gecommuniceerd te worden waarom niet. Dat is het leidende principe voor een overheid die haar burgers centraal stelt.
Onderdeel van een klantgerichte benadering moet verder zijn dat inwoners zoveel als mogelijk 7 dagen per week en 24 uren per dag gebruik moet kunnen maken van de mogelijkheden van digitale dienstverlening.
Wij stellen vast dat de ontwikkelingen in de digitale dienstverlening snel gaan. De gemeenten werken nu al samen om invulling en uitvoering te geven aan zaken als BAG, Wabo, Durp, etc. Ook de komende jaren blijft de digitale dienstverlening veel aandacht vragen van de gemeente. De gemeente als toegangsportaal voor vragen aan de overheid (Andere Overheid) moet per 1 januari 2015 vorm krijgen en daarbovenop komen nog de vervolgontwikkelingen ter uitvoering van het Nationaal Uitvoeringsprogramma Dienstverlening (NUP).
Wij beseffen dat door al die ontwikkelingen er op onderdelen sprake is of wordt van kwetsbaarheid van onze organisatie in de dubbele betekenis van het woord:
1. kwetsbaar door een te beperkte schaalgrootte;
2. kwetsbaar door beperkingen in kwaliteit en capaciteit.
Door samenwerking in de regio kan dat probleem worden ondervangen en het tekent de kracht van de gemeente door voor samenwerking te kiezen en die in de regio ook te initiëren. In die zin kiezen wij voor voortzetting van de bestaande samenwerkingsverbanden en worden nieuwe initiatieven gecontinueerd die op dit punt in gang zijn gezet, zoals in het samenwerkingsverband PLE1N (het ICT-samenwerkingsverband tussen de gemeenten Haaren, Maasdonk, Sint-Michielsgestel en Sint-Oedenrode) Er wordt ingezet op verbreding van die samenwerking in de regio om ook in die zin gezond evenwicht in de taakuitvoering te realiseren.
Bestuursorganen, bestuurlijke ondersteuning en presentatie
Dat burgers nadrukkelijk bij het bestuur van de gemeente moeten worden betrokken, is een cliché, maar daarom niet minder waar. Zeker nu de gemeente voor een zorgelijke financiële periode staat waarin moeilijke beslissingen moeten worden genomen, kan de vraag aan de orde komen hoe onze inwoners bij het maken van die keuzes kunnen worden betrokken. Wij zien vooral in de informatieve en oriënterende fase van een keuzeproces mogelijkheden voor de inschakeling van bijvoorbeeld buurtverenigingen, sportverenigingen en andere verenigingen en instellingen. Die interactieve benadering zal verder moeten worden uitgewerkt. Het zal vaak gaan om moeilijke boodschappen en dat vraagt een goede en heldere communicatie. De aard, inhoud en wijze van communicatie dient vanzelfsprekend goed afgestemd te worden op het onderwerp dat aan de orde is.
Verder streven wij naar een grotere mate van jongerenparticipatie. Het is zaak vroegtijdig en op een goed niveau in contact te komen met jongeren en helder te krijgen wat bij hen leeft. Daarmee kunnen enerzijds problemen op termijn worden voorkomen. Anderzijds is het van belang het politieke bewustzijn van jongeren te vergroten om hen daarmee ook te interesseren voor de politieke besluitvorming en het politieke handwerk (denk aan een politieke jongerendag). Wij onderzoeken of onder andere met behulp van de maatschappelijke stages vorm en inhoud aan dat streven kan worden gegeven.
Bestuurlijke samenwerking
Zoals hiervoor al verwoord, zijn wij het erover eens, dat bestuurlijke samenwerking nodig is om invulling en uitvoering te kunnen geven aan onderdelen van gemeentelijke bestuurstaken. Samenwerking wordt beschouwd als een teken van kracht en niet van zwakte en biedt mogelijkheden om op een groter schaalniveau meer en sterke partners te vinden en daarmee allianties aan te gaan.
Samenwerking moet steeds de volgende uitgangspunten hebben.
Ø Er moet sprake zijn van kwaliteitsverbetering. Samenwerking biedt mogelijkheden specialisme aan te trekken en kennis bij de medewerkers te delen.
Ø Samenwerking moet leiden tot kwetsbaarheidvermindering. Door specialisten aan te trekken zijn de samenwerkende gemeenten minder afhankelijk van derden, éénmensfuncties kunnen worden voorkomen en daarmee kan de onderlinge vervangbaarheid geborgd worden.
Ø Er moet zichtbaar sprake zijn van kostenbeheersing. Door samen te werken zijn de (meer)kosten voor de individuele gemeente per saldo lager.
Daarnaast zijn wij van mening dat de meerwaarde van samenwerking zich op korte termijn door concrete output moet bewijzen.
Programma 5: Educatie, cultuur en welzijn
Huisvesting onderwijs
Wij zijn het er over eens dat de ontwikkeling van de educatieve clusters moet worden voortgezet conform de al ontwikkelde en door de gemeenteraad vastgestelde plannen.
Ten aanzien van het Eldecollege is het beleid erop gericht dit type onderwijs voor Sint-Michielsgestel te behouden. In deze zittingsperiode zal de planfase voor de realisatie van de nieuwe huisvesting in gang gezet worden en worden afgerond.
Lokaal onderwijs- en jeugdbeleid
Aan het lokaal onderwijs- en jeugdbeleid zal opnieuw vorm en inhoud worden gegeven. Uitgangspunt voor nieuw beleid moet in ieder geval een integrale benadering van jeugdbeleid zijn met daarin een centrale plaats voor het nieuwe Centrum voor Jeugd en Gezin. Nog in het eerste halfjaar van 2010 zullen voorstellen worden gedaan om via een interactief proces aan dat nieuwe beleid vorm te geven. De beleidsnotitie zal opgesteld worden in samenwerking met de organisaties en verenigingen die belast zijn met taken op het terrein van jeugd- en onderwijsbeleid. In dat proces zal verder de aandacht uitgaan naar het tijdig betrekken van de gemeenteraad in de informatieve, de meningvormende en de kaderstellende fase van beleidsvorming.
Ontwikkeling Kulturhusen
Een belangrijk onderdeel van een goed voorzieningenniveau in de dorpen is de aanwezigheid van een gemeenschapshuis. Zo’n gemeenschapshuis moet zich ontwikkelen tot het hart van het dorp waar mensen elkaar ontmoeten en waar verenigingen en instellingen een plaats krijgen. De huidige gemeenschapshuizen zijn (nog) niet geschikt om een verbrede rol in het geheel te kunnen vervullen. Zij moeten zich kunnen ontwikkelen tot het breed sociaal-cultureel en sociaal-maatschappelijk centrum naar het voorbeeld van het Kulturhus in de Scandinavische landen. De eerste plannen daarvoor worden al uitgewerkt en komen op korte termijn voor uitvoering in aanmerking. Wij stellen vast dat de gehanteerde planning voor de realisering van deze zogenaamde Kulturhusen reëel is. Aan die planning zal worden vastgehouden.
Subsidieprogramma
Onderdeel van de ombuigingsmaatregelen zal zijn de vraag of binnen het subsidiebudget kortingen worden toegepast. Wij zien hiervoor mogelijkheden als het gaat om grotere professionele organisaties, maar beseffen dat het voor kleine professionele organisaties en voor vrijwilligersorganisaties veel moeilijker ligt. Er moet naar onze mening ook onderscheid worden gemaakt tussen instellingen die actief zijn op sociaal-cultureel terrein en die op sociaal-maatschappelijk terrein.
Kijkend naar de ontwikkeling zoals die in Zieners 2025 wordt voorzien, maar ook naar landelijke trends, waarbij steeds meer een beroep wordt gedaan op zelfredzaamheid, verwachten wij een toenemend beroep op vrijwilligersorganisaties. Deze verenigingen en organisaties hebben daarnaast te maken met zich terugtrekkende sponsoren en zouden in die zin met een dubbel negatief effect te maken kunnen krijgen. Dat moet zoveel als mogelijk worden voorkomen. Daarom zal om die reden de komende jaren werk moeten worden gemaakt van vrijwilligersbeleid dat ruimte en ondersteuning biedt aan die verenigingen en organisaties.
Sportvoorzieningen
Het accommodatiebeleid zal in 2010 worden geactualiseerd en daarin zal ondermeer aandacht worden besteed aan verbetering van de voorzieningen voor de binnen- en buitensport. Uitgangspunt moet in ieder geval een efficiënter gebruik van accommodaties zijn door nog meer te sturen op gezamenlijk gebruik van voorzieningen.
Kijkend naar de noodzaak om financieel om te buigen en de wens om te beschikken over goed ingerichte buitensportaccommodaties met bijvoorbeeld kunstgrasvelden zijn wij van mening dat onderzoek gedaan moet worden naar de mogelijkheid van centralisatie van sportvoorzieningen Daarover zal uiteraard overleg worden gevoerd met de besturen van betrokken verenigingen.
In het nieuw vorm te geven accommodatiebeleid zal ook aandacht worden gegeven aan vervangende nieuwbouw voor De Run in Berlicum. De begroting voorziet echter niet in deze voorzieningen en er zal nader onderzoek worden gedaan naar de mogelijkheid om nieuwbouw te realiseren op basis van bijvoorbeeld een PPS-constructie , waarin een herbestemming van de huidige locatie zal worden betrokken.
Programma 6: Zorg en maatschappelijke dienstverlening
Maatschappelijk werk en zorg
In het kader van de WMO dient naar de mening van de coalitie de vraag aan de orde te komen of cliënten steeds doorverwezen moet worden naar professionele instellingen. Wij voorzien dat de komende jaren nadrukkelijk gestuurd zal moeten worden op natuurlijke steunsystemen in de directe nabijheid van deze inwoners. Wij beseffen dat die benadering betekent dat die steunsystemen moeten worden gefaciliteerd. In het kader van het op te stellen ombuigingsplan zal aan dit aspect nader aandacht worden gegeven. Ook in dit verband is het zaak de komende jaren werk te maken van het vrijwilligersbeleid om vrijwilligersorganisaties op dit terrein adequate ondersteuning te bieden.
Tot slot van dit onderdeel is het naar de mening van partijen zaak om rekening te houden met de effecten van een toenemende vergrijzing. Dat maakt het wenselijk een ouderenbeleid te formuleren, waarin de ouderen zijn betrokken mede via de ouderenorganisaties zoals de SWO, het steunpunt mantelzorg, de KBO’s en Partis.
Als dat alles een andere of gewijzigde inzet van de beschikbare WMO-gelden vraagt is dat voor ons bespreekbaar.
Programma 7: Volksgezondheid en milieu
Gezondheidszorg
Wij stellen dat blijvend aandacht nodig is voor de gezondheidsproblematiek bij de jeugd (vroegsignalering, alcoholgebruik, overgewicht). In dit verband wordt gewezen op de noodzaak om in samenwerking met de scholen en de sportverenigingen gezond leven en sportbeoefening door de jeugd te stimuleren.
Afvalverwerking en –verwijdering
Het beleid moet zijn gericht op een goede bereikbaarheid van de lokale en bovenlokale milieustraten. In die zin moet onderzoek worden gedaan naar alternatieven voor de toekomstige milieustraat in Den Bosch (Treurenburg), die voor inwoners van de dorpen van Sint-Michielsgestel onvoldoende goed bereikbaar is.
Waar mogelijk dienen de mogelijkheden voor het gratis aanleveren van afvalcomponenten op de plaatselijke milieustraten in Sint-Michielsgestel en Berlicum te worden verruimd om daarmee een duurzame inzameling en verwijdering van hergebruikbare afvalstoffen te stimuleren.
Tot slot van dit onderdeel wijzen wij op het belang van frequente communicatie over de mogelijkheden op de plaatselijke milieustraten, opdat optimaal gebruik wordt gemaakt van de geboden mogelijkheden.
Rioolbeheer
In het kader van het opstellen van een verbreed gemeentelijk rioolbeheerplan moet een duurzaam waterbeheer het uitgangspunt zijn voor nieuw te formuleren beleid. Concreet betekent dit, dat aandacht moet worden gegeven aan aspecten als al dan niet afkoppeling van regenwaterafvoeren, infiltratie van regenwater, etc.
Milieu
In algemene zin wil de gemeente duurzaamheid als leidend principe hanteren. Dat betekent van duurzaam inkopen (inclusief energie) tot duurzame inrichting van de openbare ruimte (in- en uitbreidingsgebieden), een en ander rekening houdend met de financiële mogelijkheden of beperkingen waarmee de gemeente te maken heeft of krijgt.
Programma 8: Ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en economische ontwikkeling
Ruimtelijke ontwikkeling
Wij wensen voortvarend uitvoering te geven aan de plannen die inmiddels in gang zijn gezet, zoals:
Ø Buitengebied;
Ø Schoolstraat, Berlicum;
Ø Beekveld, Berlicum;
Ø Jacobskamp, Den Dungen;
Ø Grienselhof, Den Dungen;
Ø Grinsel-Triestpad, Den Dungen;
Ø ’t Hof, Gemonde;
Ø Centrumplan Sint-Michielsgestel (incl.binnenterrein en Dommeloever);
Ø Seminarielaan/Beekvlietstraat, Sint-Michielsgestel.
In het kader van het bestemmingsplan Buitengebied moet helder worden gemaakt wat de ontwikkelingsmogelijkheden zijn voor de landbouw. Daarin moet het bevorderen van de verbrede landbouw worden betrokken en daarbinnen aandacht worden gegeven aan mogelijkheden in het kader van recreatie en toerisme.
Wij vinden bovendien dat aandacht moet worden gegeven aan de revitalisering van bedrijfsterreinen (Venkant, Beekveld, De Ploeg, Het Schild) in de gemeente. Daarbij is een duurzame ontwikkeling vereist en moet ruimte worden geboden aan de ontwikkeling van kleinschalige bedrijvigheid. In dat kader wensen partijen de realisering van bedrijfsverzamelgebouwen binnen de bestaande bedrijfsruimtes of bedrijfsterreinen te stimuleren.
Volkshuisvesting
In de nieuw op te stellen woonvisie willen wij nadrukkelijk aandacht besteden aan het doelgroepenbeleid. Daaronder verstaan wij in ieder geval jongeren en de senioren.
In de huidige woonvisie wordt aandacht besteed aan het begrip starters. Die groep omvat niet alleen de groep jongeren, maar ook huurders die de overstap willen maken naar een koopwoning en senioren die van een eengezinswoning willen overstappen naar een seniorenwoning of appartement. Wij geven er de voorkeur aan in de nieuw op te stellen woonvisie een duidelijker begripsbepaling te hanteren en in plaats van ‘starters’ te spreken van ‘jongeren’ en apart aandacht te besteden aan ouderenhuisvesting.
Het nadrukkelijker neerzetten van jongeren als doelgroep maakt beter duidelijk, dat het beleid er op gericht moet zijn jongeren woonkansen in de eigen dorpen te bieden. Dat is belangrijk omdat de aanwezigheid van jonge gezinnen mede de leefbaarheid in een dorp bepaalt. Daarnaast wordt met jongerenhuisvesting een dubbele vergrijzing voorkomen.
Naast de jongerenhuisvesting verdient ook de ouderenhuisvesting de aandacht. Aan ouderen moet de mogelijkheid worden geboden te wonen in hun eigen dorp en waar mogelijk zo dicht mogelijk bij de voorzieningen in dat dorp. Kijkend naar de behoefte van ouderen moet de aandacht niet alleen uitgan naar individuele huisvesting (grondgebonden op gestapeld), maar ook naar nieuwere woonvormen als groepswonen, mantelzorgwoningen, etc.
In het verlengde van dit onderwerp vinden wij dat de woningbouwcorporaties blijvend moeten worden gewezen op hun verantwoordelijkheid voor maatschappelijk vastgoed. Wij stellen ons voor dit belang in nieuw op te stellen prestatieafspraken met de corporaties concreet te vertalen.
.
Economische zaken
Wij zijn van mening, dat de functie van bedrijfscontactfunctionaris (belast ook met de inrichting en bemensing van een diensten- en bedrijvenloket) structureel gemaakt moet worden. Het belang van de functie heeft zich bewezen bij het verbeteren van de contacten tussen ondernemers en gemeente.
Het beleidsveld recreatie en toerisme wordt ondergebracht bij het beleidsthema economische zaken. De huidige aanjaagfunctie voor het onderdeel recreatie en toerisme was tijdelijk, maar partijen wensen deze aanjaagfunctie met inzet van incidentele middelen te continueren.
Programma 9: Financiën
Het uitgangspunt voor de coalitie is een solide begroting op meerjarenbasis (structureel sluitende begroting).
Zoals in de inleiding al geschreven, komt de gemeente voor forse financiële ombuigingen te staan. In het kader van de voorjaarsnota 2010 zullen voorstellen worden gedaan om invulling te geven aan een eerste ombuigingsronde. Die zijn nodig om de nu al bekende kortingen op de inkomsten van de gemeente op te vangen. Voor de langere termijn is dat niet voldoende en zullen aanvullende maatregelen moeten worden genomen om inkomsten en uitgaven in balans te houden. Dat kan invloed hebben op de al bekende noodzakelijke en wenselijke investeringen, maar het kan ook invloed hebben op het al dan niet (of met vertraging) realiseren van bestuurlijke ambitities en het heroverwegen van eerder gemaakte keuzes.
Wij zijn het er verder over eens dat bij ombuigingsvoorstellen maximaal ingezet moet worden op de mogelijkheden die de begroting biedt vanwege onderuitputting, rentetoerekening, etc.
Als vervolgens omwille van de goede balans een extra verhoging van de OZB wenselijk is, is dat voor ons bespreekbaar.
Wel moeten wij in dat geval voor de inwoners duidelijk maken voor welke concrete doelen die verhoging nodig is en om hoeveel geld het (gemiddeld per gezin) gaat.
Wij stemmen ook in met een reële verhoging van het tarief van de toeristenbelasting, nu blijkt dat het gemeentelijk tarief ver onder het landelijk gemiddelde tarief ligt. De verhoging is ook verdedigbaar omdat de gemeente ook investeert in haar toeristisch-recreatieve mogelijkheden.
De portefeuilleverdeling
Wij hebben gemeend vast te moeten houden aan het aantal wethouders dat in 2006 is vastgesteld en het daaraan verbonden tijdsbeslag (3 fte). Op die manier is het nieuw te vormen college kijkend ook naar de samenstelling van de gemeenteraad het best in balans, In het licht van de financiële positie van de gemeente vonden wij uitbreiding van het aantal fte in ieder geval niet verdedigbaar.
Wij gaan verder uit van een collegiaal bestuur, waarbij de verdeling van de te behartigen beleidstaken over de leden van het college evenwichtig moet zijn en een integrale, gecoördineerde benadering van zaken moet stimuleren. Om die reden hebben wij besloten vast te houden aan de insteek die in 2006 voor de collegevorming is gekozen en die wij zouden willen omschrijven als het ‘zwaluwstaartmodel’ in plaats van het voor die tijd gehanteerde principe van een sectorgewijze verdeling van taken.
Rekening houdend met een en ander, de voorzitter van het college gehoord hebbend en diens wettelijke taken in acht nemend, zijn wij tot de volgende kandidatuur van mensen en verdeling van portefeuilles gekomen.
|
Burgemeester J.C.M. Pommer |
Openbare orde en veiligheid Integrale veiligheid Brandweer, crisisbeheersing en rampenbestrijding Ambulancevoorziening Handhaving en toezicht Communicatie, voorlichting en representatie Internationale betrekkingen Bevolking, burgerlijke stand en verkiezingen Personeel en organisatie Beleid en ontwikkeling (elektronische) dienstverlening Griffie-aangelegenheden Bestuurlijke vernieuwing Rekenkamer, controlfuncties en bedrijfsvoering Algemeen juridische zaken en rechtsbescherming Beleidsvorming intergemeentelijke samenwerking |
|
Wethouder drs. B.A.G. Leenen |
1e loco-burgemeester Archeologie en monumentenzorg Cultuur, welzijn en sport Subsidieverlening Onderwijs en jeugdzaken Ouderenbeleid Volksgezondheid Openbare werken (waaronder gebouwen- en eigendommenbeheer) Verkeer en vervoer Beleid en uitvoering WOZ |
|
Wethouder E.H.J.M. Mathijssen |
2e loco-burgemeester Financiën, verzekeringen en belastingen Volkshuisvesting Milieu Vlagheidefonds en Duurzame Driehoek Afvalinzameling en –verwijdering Beleid WMO Wegwijs, Optimisd en WSD |
|
Wethouder H.T.M. van Roosmalen |
3e locoburgemeester Ruimtelijke ordening Economische zake, recreatie en toerisme Grondbeleid Ontwikkeling landelijk gebied (waaronder reconstructie) Projectwethouder Gestel Groene Gemeente Integrale vergunningverlening |
Tot slot
Wij zijn in goed overleg tot dit coalitieakkoord gekomen. De onderhandelingen daarover verliepen in een goede sfeer van samenwerking en gaven blijk van een onderling vertrouwen, wat nodig is om de gemeente door de ons wachtende moeilijke tijden te loodsen.
Regeren en besturen is echter geen zaak van alleen het college of de coalitie, maar van ons allemaal, coalitie en oppositie. Wij hopen en roepen alle partijen daartoe op in goede samenwerking invulling te geven aan het bestuur van de gemeente op de wijze die onze gemeente eigen is al sinds haar ontstaan
Sint-Michielsgestel, 16 april 2010.
De ondertekenaars:
Namens de fractie DorpsGoed,
Ben Leenen Martijn van Meurs
Namens de fractie PPA,
Ed Mathijssen Jan Kolen
Namens de fractie CDA,
Henk van Roosmalen Simon Middelkamp