Hfd 1 Algemeen bestuur

Een goede gemeente moet volgens het CDA voldoen aan:

  • een gestroomlijnde organisatie die laagdrempelig is; 
  • een transparant en duidelijk gemeentelijk apparaat dat burgergericht haar taken uitvoert. Dit moet o.a. verwezenlijkt worden door de burgers meer inbreng te laten hebben in diverse projecten.


Om een gemeente als Sluis goed te laten functioneren, moet het gehele gemeentelijke apparaat transparant, laagdrempelig, burgergericht en betrouwbaar zijn. Het CDA wil eraan werken dat veranderingen niet altijd als een bedreiging worden gezien maar ook zeer zeker als een kans.

Om dit te bereiken wil het CDA:

  1. Het gemeentebestuur zo dicht mogelijk bij burgers laten staan. Stadsraden, dorpsraden en RMO- koepels vervullen daarbij een belangrijke functie, waarbij de taken zo mogelijk helder en duidelijk omschreven moeten worden. 
  2. Samenwerken met andere politieke partijen en het bestuur van de gemeente. Het CDA wil op basis van een goed bestuursprogramma, wat samengesteld dient te worden door de coalitiepartijen, samenwerken aan collegevorming en deelnemen aan het college van B&W. 
  3. Meewerken aan de totstandkoming van duurzame beleidsvisies, die maatschappelijk en politiek draagvlak hebben. Uit structurele contacten met burgers en maatschappelijke organisaties moet draagvlak gecreëerd worden. 
  4. Verantwoordelijkheid dragen in een college met 3 fulltime wethouders. Hierbij gaat de voorkeur uit naar een wethouder die komt uit de gekozen raadsleden, waarbij we niet uitsluiten dat een wethouder die komt van buiten de raad ook tot de mogelijkheden behoort.
  5. Werken met wethouders waarvan het profiel zodanig is dat deze in staat zijn goed te communiceren met raad, college, ambtelijk apparaat, burgers, verenigingen c.q. instellingen. Hij/zij moet in staat zijn het politieke signaal goed om te zetten naar bestuurlijk beleid waarbij hij/zij in staat moet zijn een eigen beleidsvisie te vormen en vast te houden. Bovendien is het heel belangrijk dat hij/zij zeer goede contacten kan onderhouden met de aanpalende gemeenten (Terneuzen, Hulst, Vlissingen), de samenwerkingsverbanden en de Provincie. Ook moet hij/zij gestructureerd overleg voeren met maatschappelijke organisaties, zich actief opstellen in voorlichtende zin en hen vooral uitnodigen tot overleg.
  6. Werken aan een verdere uitbouw van regionale taken zoals de zorg voor een regionale werkvoorziening, reconstructie en economische zaken.
  7. Kiezen voor raadsleden die in staat en bereid zijn i.s.m. het bestuur en het ambtelijk apparaat goede kaders samen te stellen.
  8. Controlemogelijkheden voor de raad verfijnen en overzichtelijk maken. Hiervan maakt een uitbreiding van de regionale rekenkamerfunctie onderdeel uit omdat immers met dit instrument de doelmatigheid, doelstelling en rechtmatigheid van het gevoerde beleid gecontroleerd kan worden.
  9. Werken aan een betrouwbaar bestuur waarbij meer taken aan het college kunnen worden overgedragen om zodoende de raadsleden meer ruimte te bieden contacten te leggen met de burgers, meer kaderstellend bezig te zijn en de controlerende taak goed uit te kunnen voeren. Hierbij is een betrouwbaar, helder besluitvormingsproces onontbeerlijk om het hoogst mogelijke effect en de grootst mogelijke effectiviteit te bereiken, waarbij ook niet-raadsleden worden betrokken. 
  10. Voor alle burgers optimale dienstverlening nastreven, ook burgers die nauwelijks of geen gebruik maken van de gemeentelijke diensten, dienstverlening op maat aanbieden. Verdere uitbreiding en ondersteuning van de mantelzorg zijn hiervan een goed voorbeeld. 
  11. Het aantal lokale regels terugdringen met als doel het hoogst mogelijke effect en de hoogst mogelijke effectiviteit te bereiken. Ook regels van andere overheden kritisch blijven bekijken.
  12. Dat de gemeente een gezond financieel beleid voert op basis van visie en een meerjarenplanning, waarbij primair het herstel van de financiële positie voorop staat; dit zal ongetwijfeld lastige en minder populaire, keuzes inhouden.
  13. Overleg voeren met CDA-politici in andere gemeenten, de regio, de provincie, de Eerste Kamer, de Tweede Kamer en het Europarlement.
  14. Goede loopbaanplanning en begeleiding van het personeel.

A A A     voorleeshulp     inloggen     English
1  2  3  4