Een gezonde economie schept banen en stelt zo veel mogelijk mensen in staat om te participeren. Nederland is een open economie; economische groei en daarmee de ontwikkeling van de werkgelegenheid is nauwelijks gericht te beïnvloeden door de overheid, laat staan door een individuele gemeente.
De gemeente kan echter wél mede bijdragen aan goede randvoorwaarden voor economische ontwikkeling. Het CDA vindt de inbreng van ondernemers zeer belangrijk zodat de gemeente meer vraaggericht gaat werken. Intensief contact met de ondernemersorganisaties is daarvoor een noodzakelijke voorwaarde. Een periodieke bedrijvenpeiling onder alle ondernemers geeft vervolgens nog meer inzicht om de gemeentelijke dienstverlening aan het bedrijfsleven op een hoger plan te brengen.
Voor economische ontwikkeling zijn goede ontsluitingen van bedrijventerreinen en een goede weginfrastructuur onontbeerlijk.
Het CDA is voor een sterke gemeente en een sterke markt, waarbij enerzijds verantwoordelijkheden zijn gespreid en anderzijds sprake is van partnerschap waar nodig. De marktsector moet kunnen floreren en de gemeente kan daar goede randvoorwaarden voor scheppen. De gemeente kan wel de markt ondersteunen, maar moet niet op de stoel van de ondernemer plaatsnemen.
Bevordering van werkgelegenheid is van groot belang. Het CDA vindt betaald werk de beste vorm van sociale zekerheid. Betaalde arbeid geeft mensen niet alleen een zelfstandig verdiend inkomen: werken biedt ook mogelijkheden tot verdere zelfontplooiing, het opdoen van sociale contacten en geeft mensen het gevoel erbij te horen in de samenleving.
Het CDA is van mening dat de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt verbeterd moet worden. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden en heeft veel contacten met het bedrijfsleven en in het onderwijs.
Uitkeringsgerechtigden moeten dwingender naar de arbeidsmarkt worden geleid; tegenover het recht op een uitkering staat de plicht van uitkeringsontvangers om zo snel als mogelijk uit de uitkeringssituatie te geraken door een aanbod van werk of van scholing te accepteren. Voor diegenen die niet mee kunnen in het reguliere arbeidsproces zijn de inspanningen van de gemeente en maatschappelijke organisaties gericht op andere vormen van participatie.
De gemeente moeten daarom zo veel mogelijk verbindingen leggen tussen de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) de Wet Werk en Bijstand (WWB), de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW), de Wet Integratie Burgers (WIB) en de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). Hierdoor kunnen zo veel mogelijk mensen participeren. Het Participatiefonds kan daartoe een impuls leveren. Is regulier werk geen optie, dan kan men bijvoorbeeld vrijwilligerswerk in het kader van de WMO doen. Uitkeringsgerechtigden krijgen op deze wijze weer werkervaring en blijven in een werkritme actief.
Om dit te bereiken wil het CDA: