Nieuws
Sterk: voorkom misbruik uitkeringen
vrijdag 20 januari 2012
 

“Klopt het dat een Oost-Europeaan die na twee weken werken in Nederland zijn baan kwijtraakt, na drie maanden recht heeft op een bijstandsuitkering? Zo ja, is dan wellicht ook bekend hoe vaak er na zo'n periode een bijstandsuitkering wordt aangevraagd?” Dat vroeg CDA woordvoerder Mirjam Sterk aan staatssecretaris de Krom, tijdens een debat over groepen allochtonen in de bijstand. Volgens de Krom kunnen alleen EU-burgers die in Nederland wonen aanspraak maken op de Wet werk en bijstand. Het enkel beschikken over een rechtmatig verblijfsrecht in Nederland is dus op zichzelf onvoldoende. Er is verder een vrije termijn van drie maanden. Gedurende die periode hebben mensen helemaal geen recht op bijstand. Alleen als een EU-burger langer dan drie maanden in Nederland wil blijven, moet diegene zich bij de IND inschrijven en aantonen dat hij of zij voldoende middelen van bestaan heeft.

Het debat was aangevraagd door de PVV, naar aanleiding van cijfers die het CBS vorig jaar publiceerde over allochtonen in de bijstand. Ongeveer 110 op de 1000 niet-westerse allochtonen zitten in de bijstand. Voor autochtone Nederlanders is die verhouding 17 op de 1000. Sterk: “Die cijfers zijn de reden dat de CDA fractie de maatregelen van het kabinet steunt om zo veel mogelijk mensen te activeren en om misbruik van uitkeringen tegen te gaan.”

Voor het CDA telt je toekomst, niet je afkomst, aldus Sterk. Zij  benadrukte in haar inbreng het grote sociale belang van het hebben van een baan en het spreken van de taal. “Taal is een belangrijke voorwaarde voor een baan, want voor iemand die de taal niet spreekt, is het wel heel erg ingewikkeld om een baan te vinden of om zijn kinderen te helpen een plaats in Nederland te verwerven.”

Om het leren van de taal te bevorderen, worden in meerdere steden de moeders/ouders betrokken bij de vroeg- en voorschoolse educatie voor kleine kinderen. Sterk was erg benieuwd of het kabinet zicht heeft op het aantal programma's van gemeenten waar moeders bij worden betrokken. Volgens minister Leers is die aanpak, waarbij ouders les krijgen in de Nederlandse taal die is afgestemd op de taalontwikkeling van de kinderen, inderdaad succesvol. Hij noemde Amsterdam als voorbeeld. Hij zegde toe die aanpak verder te verspreiden onder andere gemeenten, in samenwerking met BZK en de PO-Raad.



A A A     voorleeshulp     inloggen     English
1  2  3  4 
Archief
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006