Respectvol samen leven in een sterke gemeente
Uitwerking
Gemeenteprogram 2010 – 2014, deel 2
Terneuzen
Voorwoord
Het CDA maakt zich op voor belangrijke verkiezingen: op 3 maart 2010 vinden in de meeste gemeentes weer gemeenteraadsverkiezingen plaats. We gaan het in 2006 verloren terrein terugwinnen. Het is van groot belang dat we onze positie in raden en colleges versterken en dat we daarmee onze standpunten verwezenlijken.
De vorige verkiezingen hebben aangetoond dat het noodzakelijk is hard te werken voor een goede uitslag. Het is niet vanzelfsprekend dat mensen CDA stemmen, ook al leveren onze vertegenwoordigers in raden en colleges uitstekend werk.
Een belangrijk onderdeel in de aanloop naar de verkiezingen is het gemeentelijk verkiezingsprogram. Hiermee geven CDA-afdelingen hun visie weer op de ontwikkelingen in hun gemeente. Het programma speelt tevens een belangrijke rol tijdens de campagne en is van belang bij eventuele collegeonderhandelingen. De afdeling, fractie en wethouders zijn uiteindelijk aanspreekbaar op de uitvoering van het programma.
Begin 2009 is een commissie aan de slag gegaan om het program te schrijven. Het resultaat ligt nu voor u. Het is tot stand gekomen na vele discussies, zowel in de commissie zelf als met diverse deskundigen. Verder hebben een aantal leden en fractieleden een bijdrage geleverd. Ook zijn belangrijke documenten, zoals het landelijk verkiezingsprogramma, geraadpleegd. Daarmee hebben we een breed draagvlak voor de inhoud van het document gecreëerd. Wij zijn er van overtuigd dat we met dit program een herkenbaar CDA-geluid laten horen.
Het afdelingsbestuur dankt allen voor de betoonde inzet.
We rekenen erop dat 3 maart 2010 een mooie uitslag voor het CDA oplevert.
Terneuzen, oktober 2009.
Rens de Beleir, Dick van der Endt,
Voorzitter CDA Terneuzen. Secretaris CDA Terneuzen .
Inhoudsopgave
Ten Geleide
Deel II: Uitwerking per beleidsterrein
1. Leefbaarheid en veiligheid
1.1 Gemeentelijk veiligheidsbeleid
1.2 Leefbaarheid in wijk en buurt
1.3 Publieke ruimte
2. Gezinnen, jongeren, ouderen en generatiebeleid
2.1 Gezinnen
2.2 Jongeren
2.3 Ouderen
2.4 Generatiebeleid
3. Onderwijs
3.1 Kwalitatief goed onderwijs
3.2 School en omgeving
3.3 Brede scholen
4. Participatie, zorg, welzijn, sociaal beleid en integratie
4.1 Participatie en WMO
4.2 Gezondheidsbeleid
4.3 Gehandicapten
4.4 Bestrijding sociaal isolement en armoede
4.5 Maatschappelijke opvang en verslavingszorg
5. Vrijwilligers, sport, cultuur en integratie
5.1 Vrijwilligers
5.2 Kerken en levensbeschouwelijke organisaties
5.3 Sport
5.4 Erfgoed, kunst, cultuur en media
5.5. Integratie en participatie
6. Ruimtelijke ordening en wonen
6.1 Ruimtelijke ordening
6.2 Wonen voor iedereen
6.3 Welstand
7. Het landelijke gebied
7.1 Voorzieningen, scholen en vervoer
7.2 Particulier initiatief
7.3 Zorg op maat
7.4 Wonen
7.5 Landbouw en plattelandsontwikkeling
7.6 Dorpsraden
8. Economische ontwikkeling, arbeidsmarkt en werkgelegenheid
8.1 Economische ontwikkeling
8.2 Werkgelegenheid en arbeidsmarkt
8.3 Citymarketing
9. Milieu, water, verkeer en vervoer
9.1 Milieu, duurzaamheid en klimaatbeleid
9.2 Afval
9.3 Water
9.4 Verkeer en vervoer
--------------------------------------------------------------------------------------------
Ten geleide
Respectvol samen leven in een sterke gemeente is de titel van het CDA-gemeenteprogram 2010-2014.
Het program bestaat uit twee delen:
Deel I: Uitwerking per beleidsterrein, het landelijke CDA verhaal dat geheel is overgenomen, op een enkele voor Terneuzen niet van toepassing zijnde paragraaf. Dit deel kunt u nalezen op de CDA website http://www.terneuzen.cda.nl/terneuzen/programma.aspx of opvragen bij de secretaris Dick van der Endt, tel. 0115 451152.
Deel ll: Samen verder in de gemeente Terneuzen, de uitwerking voor het gemeentebeleid voor de komende periode vindt u hierna.
De vier uitgangspunten van het christendemocratische gedachtegoed, te weten gerechtigheid, gespreide verantwoordelijkheid, solidariteit en rentmeesterschap, zijn bij het opstellen van dit program steeds leidend geweest.
Het CDA is een brede volkspartij waar een ieder die zich verbonden voelt met het mens- en maatschappijbeeld van de christendemocratie welkom is. Wij staan voor een gemeente waarin iedereen mee kan doen als hij of zij dat wil. De gemeente, in de breedste zin van het woord, moet daarop ingericht zijn. Op lokaal niveau wordt hieraan door christendemocraten hard gewerkt. Christendemocratische gemeentebestuurders lopen niet weg voor het dragen van verantwoordelijkheid om het ‘schip van de gemeente’ op koers te houden richting een krachtige lokale gemeenschap waarin mensen met respect met elkaar omgaan. De commissie heeft getracht met dit program een aanzet tot een christendemocratisch geïnspireerd kompas te geven. Uitgangspunt is hierbij geweest dat er de komende jaren met een gezonde gemeentelijke begroting kan worden gewerkt.
Bij de voorbereiding heeft een aantal personen buiten de commissie een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van dit program. De commissie is hen zeer erkentelijk voor hun inbreng, inzet en betrokkenheid.
Terneuzen, oktober 2009.
De programcommissie,
Adhémar van Waes Wethouder
Anja Dijkhuis-Dieleman Raadslid
Michel Calon Raadslid
Jan Hollebek Bestuurslid
Deel II - Samen verder in de gemeente Terneuzen
1. Leefbaarheid en veiligheid
1.1 Gemeentelijk veiligheidsbeleid
1. Jeugdcriminaliteit, vandalisme en overlast moeten worden bestreden en schade direct hersteld. Dit is nodig om de sociale samenhang en geborgenheid in buurten, wijken en dorpen te waarborgen.
2. Hangjongeren moeten op hun gedrag worden aangesproken en worden begeleid om overlast te voorkomen.
3. De aanstelling van Jeugdpolitie en Jeugdrecherche kan hieraan een nieuwe dimensie toevoegen.
4. Het aantal coffeeshops moet worden teruggebracht tot één, die alleen voorziet in de lokale behoefte en
het drugsbeleid versobert.
5. Tegen illegale handel, straatprostitutie en andere niet acceptabele activiteiten dient kordaat te worden opgetreden. Ter voorkoming moet er meer surveillance komen, ook buiten kantooruren en moet er corrigerend worden optreden.
1.2 Leefbaarheid in dorp, buurt en wijk
1. De gemeente moet samen met woningbouwverenigingen beleid ontwikkelen hoe om te gaan met krimp en verpaupering. Voor financiering moet samenwerking worden gezocht met rijk en provincie.
2. Verpaupering van woningen en bedrijfspanden moet worden tegengegaan. Waar nodig moeten eigenaren op hun verantwoordelijkheid worden gewezen en sancties worden getroffen.
3. Lege plekken moeten door realisatie van inbreidingsprojecten worden opgevuld.
4. Afgesproken en vastgestelde regels dienen consequent te worden gehandhaafd.
5. Verpaupering in kernen dient gestopt en slepende plannen van aanpak tot uitvoering te worden gebracht, zoals het dorpsplan Philippine, herinrichting Molenplein in Hoek, omgeving Kaaiwal/Zeestraat in Axel, Lindehof/Ter Hagenstraat in Zuiddorpe en Verpleegstersflat in Sluiskil.
1.3 Publieke ruimte
1. Openbaar groen moet goed onderhouden worden en waar mogelijk verder uitgebreid. Het onderhoud van openbare verlichting, wegen en voet- en fietspaden moet worden verbeterd.
2. Overhangend groen over voet en fietspaden dient regelmatig te worden gesnoeid en particulieren moeten door de gemeente worden aangesproken op achterstallig onderhoud.
3, Er moet meer aandacht worden besteed aan het voorkomen en opruimen van zwerfafval.
2. Gezinnen, jongeren, ouderen en generatiebeleid
2.1 Gezinnen
1. De gemeente biedt, in samenwerking met het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), ouderschapscursussen aan voor (aanstaande) ouders.
2. Centra voor Jeugd en Gezin moeten laagdrempelig en toegankelijk zijn en blijven. Voorkomen moet worden dat deze centra uitgroeien tot bureaucratische organisaties.
3. Ieder probleemgezin krijgt een gezinscoach via het CJG. Voor ernstige probleemgezinnen wordt intensieve en niet vrijblijvende (gezins)begeleiding aangeboden.
2.2 Jongeren
1. Initiatieven van of voorzieningen voor jongeren, zoals skatevoorzieningen, playgrounds of streetdanceruimten worden ondersteund.
2. Jongeren en hun organisaties worden betrokken bij beleidsvorming en totstandkoming van voorzieningen voor de jeugd.
3. Investeringen doen in jeugd- en jongerenwerk. Jeugd aanspreken op datgene waarin ze ‘sterk’ zijn. Veiligheids- en gezondheidsaspecten benoemen.
2.3. Ouderen
1. Dankzij de gestegen welvaart en toegenomen kwaliteit van de gezondheidszorg leven mensen langer. In 2010 is 20% van de bevolking 65 jaar of ouder. In 2020 is dat opgelopen tot 26,5%. Ouderen moeten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Indien noodzakelijk zullen er op kosten van de gemeente bouwkundige aanpassingen worden gedaan om deze zelfstandigheid te bevorderen. De gemeente verleent alle medewerking aan woningbouwstichtingen voor bouw van voldoende levensloopbestendige woningen en aanleunwoningen bij zorgcomplexen.
2. Ouderenadviseurs en het (in te stellen) gemeentelijk steunpunt mantelzorg hebben, in samenwerking met ouderen- en welzijnsorganisaties, een belangrijke taak bij de individuele hulpvraag van ouderen op het gebied van wonen, zorg en welzijn.
3. Er is ook een kwetsbare groep ouderen, bijvoorbeeld ouderen die vereenzamen, een klein inkomen hebben of met een kwetsbare gezondheid. Ook zij moeten de regie over hun leven zo lang mogelijk in eigen hand houden. Daar waar nodig stimuleert de gemeente periodieke huisbezoeken om de risico’s op vereenzaming en verwaarlozing van ouderen te monitoren.
4. De gemeentelijke overheid moet zodanige voorzieningen treffen dat de senioren op het gebied van wonen, zorg, welzijn, mobiliteit en inkomen naar behoren aan de samenleving mee kunnen doen. Deze voorzieningen met betrekking tot de maatschappelijke participatie dienen in overleg met de senioren zelf te worden getroffen.
5. De gemeente formuleert het seniorenbeleid in overleg met de seniorenraad en ouderenbonden. Deze groepen worden tijdig bij de beleidsformulering betrokken. Tevens adviseren deze groepen over de knelpunten tussen eisen en behoeften van de senioren en de bestaande voorzieningen. De beeldvorming dat de adviezen serieus worden genomen dient duidelijk verbetering.
6. Verwezenlijking van Woon-zorgcomplexen met 24-uurszorg in Biervliet, Philippine, Sluiskil en Zuiddorpe verdient de hoogste prioriteit.
2.4 Generatiebeleid
1. De gemeente ondersteunt programma’s en/of activiteiten gericht op binding en ontmoeting tussen generaties en waarin oud en jong participeren.
3. Onderwijs
3.1 Kwalitatief goed onderwijs
1. Alle scholen moeten aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen en goed onderwijs geven. Ouders moeten er op kunnen vertrouwen dat hun kinderen op school goed worden begeleid en voorbereid op hun toekomst. Toch is er een groep jongeren die voortijdig de school verlaat zonder diploma en dat moet worden voorkomen. De gemeente dient hiervoor in te haken op landelijke initiatieven en projecten.
2. Ongeoorloofd schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten moeten verder teruggedrongen worden. Jongeren tot 23 jaar die uitvallen worden teruggeleid naar school of naar een baan, en als dit niet lukt naar een zorgtraject.
3. Waar mogelijk dienen gemeente en bedrijfsleven de opleidingen zodanig te sturen dat mensen worden opgeleid voor die beroepen waar in de markt vraag naar is. Tevens dient kwaliteit van opleidingen beter aan te sluiten op de vraag van de bedrijven.
4. Samenwerking tussen scholen en bedrijfsopleidingen dienen door de gemeente te worden gestimuleerd en gefaciliteerd waar mogelijk en nodig.
3.2 School en omgeving
1. Omdat school en opvoeding in elkaars verlengde liggen, is het belangrijk dat ouders bij de school worden betrokken. Ouders/opvoeders zijn de eerst verantwoordelijken voor de opvoeding maar wanneer zij daarin tekortschieten vormen leraren vaak de eerste opvang. Leraren zijn van grote waarde als het gaat om het opvangen van signalen van verwaarlozing, mishandeling en sociaal-emotionele problemen van leerlingen. Bij de omvang van scholen, groepen en klassen moet daarom de menselijke maat in acht worden genomen, zodat leerlingen persoonlijke aandacht en begeleiding kunnen krijgen.
2. De kwaliteit van onderwijs staat voorop! Indien de Onderwijsinspectie constateert dat een school slecht presteert en niet voldoet aan de kwaliteitseisen, moet worden ingegrepen. De gemeente en de Onderwijsinspectie werken daarbij samen
3. Ook in de kleinere kernen dient het bijzonder onderwijs in stand gehouden te worden.
4. Nieuwbouw voor de St. Antoniusschool in Sluiskil is hoogst noodzakelijk.
3.3 Brede scholen
1. Scholen moeten uitgroeien tot basisvoorzieningen waarin ook de voor- en naschoolse opvang, peuterspeelzaal, kinderopvang, bibliotheek, pinautomaat, internet, enz. een plek hebben.
2. Het is uitermate belangrijk dat de brede scholen in Biervliet en Sas van Gent met overige geplande voorzieningen zo spoedig mogelijk worden gerealiseerd.
4. Participatie, zorg en sociaal beleid
4.1. Participatie en WMO
1. Binnen de gemeente Terneuzen woont een gemeenschap met een grote sociale samenhang in de wijken, buurten en kernen waarin de bewoners zelfredzaam en betrokken zijn bij hun omgeving. Ieder neemt zijn eigen verantwoordelijkheid en men ondersteunt elkaar waar het nodig is. De gemeente ondersteunt hierbij waar nodig.
2. Kwaliteit van diensten en voorzieningen is het leidende principe bij aanbestedingen in het kader van de WMO. Een goede prijs-kwaliteit verhouding is noodzakelijk.
4.2 Gezondheidsbeleid
1. Het gemeentelijke gezondheidsbeleid richt zich vooral op preventie en vroegsignalering van gezondheidsrisico’s, ziektes en aandoeningen onder kinderen en jongeren. Speciale aandacht wordt gevraagd voor het alcoholgebruik en alcoholmisbruik van kinderen tussen 12 en 18 jaar en zwaarlijvigheid (obesitas) bij jonge kinderen. Dit laatste wordt veroorzaakt door onvoldoende beweging en te veel en ongezond voedsel. Kinderen dienen via het sportpunt en de breedtesport te worden geactiveerd om meer te bewegen.
2. In overleg met schoolbesturen worden de snoep- en frisdrankautomaten uit scholen geweerd.
3. De gemeente biedt, samen met scholen, (sport)verenigingen en maatschappelijke instellingen, programma’s aan die zijn gericht op een gezondere leefstijl van kinderen en jongeren.
4. De gemeente moet, via het nog in ontwikkeling zijnde Centrum Voor Jeugd en Gezin de regie blijven behouden bij de verdere noodzakelijke afstemming tussen jeugdgezondheidszorg, jeugdbescherming, jeugdbeleid en jeugdzorg.
5. De gemeente dient bij haar vergunningenbeleid kritisch om te gaan met het plaatsen van UMTS masten
6. Een zelfstandig en volwaardig ziekenhuis dat samenwerkt met Belgische ziekenhuizen dient in Terneuzen behouden te blijven.
7. Dicht bij de ingang van het ziekenhuis dienen parkeerplaatsen te worden gecreëerd voor gehandicapten en mensen die slecht ter been zijn.
4.3 Gehandicapten
1. Mensen met een beperking hebben vaak extra ondersteuning nodig om te kunnen participeren in de samenleving. Het is daarom van groot belang dat de gemeente een visie op clientenondersteuning ontwikkelt en vaststelt, die aansluit bij de ondersteuningsbehoefte van deze groep mensen. Om die reden is het raadzaam om hierbij gebruik te maken van de diensten van de MEE-organisaties.
2. Er moet een structurele samenwerking komen tussen zorgaanbieders en zorgfinanciers, zodat gehandicapten via één loket alle relevante informatie kunnen krijgen.
3. Gehandicapten zijn voor hun kwaliteit van leven, meer dan andere mensen, afhankelijk van allerlei instanties. Daarom moet er een onafhankelijke klachtenregeling zijn, waarbij gehandicapten zonder angst voor gevolgen wat betreft zorg- en dienstverlening een klacht kunnen indienen over hun zorgaanbieder.
4. Openbaar groen dient beter toegankelijk te worden gemaakt door betere wandelpaden aan te leggen en er meer bankjes en picknicktafels te plaatsen die ook bruikbaar zijn voor rolstoelgebruikers.
5. In de openbare ruimte moeten meer bankjes worden geplaatst voor gehandicapten en mensen die slecht ter been zijn.
1. Het gemeentelijk armoedebeleid moet activerend zijn voor wie nog kan werken, toereikend zijn voor wie dat niet meer kan en ook op langere termijn houdbaar zijn. Ook mensen waarvan de verdiencapaciteit te laag is voor de reguliere arbeidsmarkt moeten hun talenten kunnen benutten. Deze groep kan geholpen worden via de WSW en eventueel met (tijdelijke) loonkostensubsidies.
2. De gemeente zet zich in voor financiële tegemoetkoming van bijzondere kosten als gevolg van chronische ziekte of handicap voor mensen met een minimuminkomen. Dit kan, al dan niet in een periodieke regeling, in de vorm van individuele bijzondere bijstand.
3. Maatschappelijke participatie van kinderen in gezinnen met een minimuminkomen wordt door de gemeente financieel ondersteund.
4. Het verdient aanbeveling aanvullende bijstand voor ouderen met alleen AOW (al dan niet aangevuld met een klein aanvullend pensioen) uit te keren via de Sociale Verzekeringsbank.
5. De gemeente zorgt voor een preventief beleid vanuit de gemeente met betrekking tot (problematische) schulden. De gemeente ondersteunt het aanbieden van cursussen gericht op budgetbeheer.
6. De gemeente zet zich in voor kwijtschelding van de OZB en de afvalstoffenheffing voor mensen met een minimuminkomen.
1. De gemeente zorgt voor een gestructureerde opvang van alle dak- en thuislozen. Maatschappelijke opvang dient te zijn gericht op volledig herstel van zelfstandigheid en eigen verwantwoordelijkheid van dak- en thuislozen.
2. De aanpak van drugsproblematiek is gericht op verkoop van softdrugs alleen aan de lokale bevolking, het gebruik van een pasjessysteem voor de klanten en de verkoop van kleinere porties per keer.
5. Vrijwilligers, sport, cultuur en integratie
5.1 Vrijwilligers
1. Verenigingen en maatschappelijke organisaties zijn de bindmiddelen voor de samenleving en bestaan alleen dankzij vrijwilligers.
2. De gemeente ondersteunt (organisaties van) vrijwilligers en mantelzorgers. Vrijwilligerswerk is een belangrijk middel tegen sociaal isolement en maatschappelijke uitsluiting. Het biedt structuur en sociale contacten. Bovendien kan vrijwilligerswerk leiden naar een betaalde baan die financiële zekerheid geeft.
5.2 Kerken en levensbeschouwelijke organisaties
1. Kerken en levensbeschouwelijke organisaties spelen een belangrijke rol bij het tot stand komen en uitvoeren van vrijwilligerswerk. Kerken en daarmee te vergelijken organisaties moeten hiervoor het respect en de waardering krijgen van de gemeente.
5.3 Sport
1. De gemeente streeft naar een bloeiend (sport)verenigingsleven in iedere kern. De gemeente biedt sportverenigingen financiële en organisatorische ondersteuning via “sportpunt”, waar nodig en mogelijk.
2. Speerpunt in het sportbeleid is het in stand houden van de fijnmazige sportaccommodaties. Onderhoud en tijdige vernieuwing van sportaccommodaties vragen blijvende aandacht.
3. De gemeente kan via een gemeentelijk sportcoördinatiepunt concrete ondersteuning bieden bij beleidsondersteuning en afstemming van breedtesport met topsport.
4. Openbaar groen moet beter toegankelijk worden gemaakt door aanleg van meer wandelpaden.
5. In Terneuzen dient het rondje kreek nog te worden afgerond.
6. De gemeente moet de grote verscheidenheid aan accommodaties in stand houden, waaronder de openluchtzwembaden in de kernen.
7. Openstelling van de zwembaden in de ochtenduren kan het gebruik door ouderen stimuleren.
8. Haalbaarheidsonderzoek doen om het zwembad in Axel te voorzien van overkapping waardoor dit het gehele jaar kan worden gebruikt.
9. Realisatie van een Sportbos in Braakman-Zuid zal de recreatiesport een impuls geven.
10. Richt de vuilstort in de Koegorspolder in voor actieve buitensporten met bv een mountainbike parcours.
5.4 Erfgoed, kunst, cultuur en media
1. De gemeente beschermt het landelijk cultuurlandschap en maakt een gerichte keuze voor het in stand houden van de gemeentelijke monumenten en beschermt die goed.
2. Kunst in de openbare ruimte en in civiele werken moet worden gestimuleerd door bij grotere projecten een bedrag voor kunst in het budget mee te nemen, waar mogelijk in samenwerking met het bedrijfsleven.
3. Het gebruik van de Nederlandse taal in mediaprogramma’s gericht op migranten is uitgangspunt.
5.5 Integratie en participatie
1. De gemeente kiest niet voor het benadrukken van mogelijke tegenstellingen, maar wel voor de waarden die we als mensen delen. In de kern gaat het erom dat mensen uniek zijn, een eigenverantwoordelijkheid dragen en worden uitgenodigd om zich in te zetten voor de gemeenschap waarvan men deel uitmaakt. Niet wat iemand is, maar wat hij of zij concreet doet is van betekenis. Integratie is van groot belang voor de samenleving. Waar mensen ondersteuning nodig hebben, moet dit worden geboden. Daar waar men zich niet houdt aan gemaakte afspraken moet correctie volgen.
6. Ruimtelijke ordening en wonen
6.1 Ruimtelijke ordening
1. Het ruimtelijke ordeningsbeleid dient te worden afgestemd op de demografische prognoses voor de gemeente (en de regio). Van groot belang is daarbij dat het economisch kerngebied zoals de kanaalzone, blijvend kan vertrouwen op goede medewerkers. Plannen die op korte termijn moeten worden aangepakt zijn bebouwing Kanaal eiland Sas van Gent, nieuwbouwplan Koewacht, tweede fase Schutterswei Westdorpe, uitbreidingsplan ziekenhuis Sluiskil en Windlust 2 Hoek.
2. De gemeente dient te zorgen voor actualisering van haar bestemmingsplannen conform de regelgeving van de nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening. Zij betrekt burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij het voorbereiden van de plannen. Plannen dienen goed aan te sluiten op de vraag uit de markt.
3. In de kleinere kernen dienen plannen ontwikkeld te worden zodat er ruimte komt/blijft voor uitbreiding van bestaande bedrijven en vestiging van nieuwe bedrijven.
6.2 Wonen voor iedereen
1. Ondanks de voorspelde bevolkingskrimp staat de gemeente een actief doelgroepenbeleid voor als het gaat om woningbouw voor jongeren, starters, kleine gezinnen, alleenstaanden en senioren. De gemeente stimuleert vernieuwingen als kleinschalige woonvormen voor ouderen met dementie en andere woon/zorginitiatieven, zoals ‘mantelzorgwoningen’ (hierin leven twee generaties dicht bij elkaar, maar wel met een eigen voordeur).
2. Voor de bestaande woningvoorraad dienen positieve ontwikkelingen te worden gestimuleerd, zoals meer mogelijkheden voor combineren van wonen en werken en het toestaan van woningaanpassingen als mensen zorg nodig hebben.
3. (Toekomstige) eigenaren en huurders van woningen moeten meer invloed en zeggenschap krijgen bij nieuwbouw.
4. Bij de ontwikkeling van nieuwbouwplannen dient er meer aandacht te zijn voor de aanleg van voldoende parkeerruimte in de wijk.
5. De gemeente ondersteunt (collectief) particulier opdrachtgeverschap door gerichte maatregelen, zoals het aanbieden van voldoende vrije kavels en het geven van advies en begeleiding bij duurzaam bouwen.
6. In alle kernen dienen voldoende huisvesting mogelijkheden te worden gerealiseerd voor senioren, zodat ze niet gedwongen naar een andere kern moeten uitwijken.
7. Sanering van goedkopere huurwoningen mag niet leiden tot het ontstaan van een sociaal zwakke buurt in een naburige kern.
8. Grootschalige nieuwbouw in de grotere kernen mag nieuwbouw in de kleine kernen niet blokkeren. In alle kernen dienen er voortdurend voldoende mogelijkheden te zijn voor kleinschalige particuliere nieuwbouwprojecten ten behoeve van de lokale bevolking en voor nieuwe bewoners die bewust kiezen voor wonen in een kleine kern.
9. De gemeente moet zijn aantrekkelijkheid vergroten door gevarieerde woon locaties aan te bieden met zowel stedelijk als landelijk karakter, om nieuwe bewoners van elders aan te trekken.
10. Het moet mensen die in de gemeente werken en elders wonen aantrekkelijker gemaakt worden zich in de gemeente te vestigen.
11. De gemeente moet beleid ontwikkelen om blijvende bewoning van woningen van verkochte boerderijen mogelijk te maken om verpaupering op het platteland te voorkomen.
6.3 Welstand
1. Veel mensen voelen zich betrokken bij de bebouwde omgeving en er is veel kritiek op het welstandsbeleid van de gemeente en de rol van de welstandscommissie. De maatschappelijke tendens is dat bewoners meer keuzevrijheid en inspraak willen ten aanzien van hun directe leefomgeving. Daarom dient de rol van de welstandscommissie te worden aangepast. Daar waar het gaat om monumenten, zowel gemeentelijke- als rijksmonumenten en in kernwinkelgebieden en historische kernen blijft een welstandsbeleid noodzakelijk.
7. Het landelijke gebied
7.1 Voorzieningen, scholen en vervoer
1. De gemeente dient zich te profileren als een vitale landelijke gemeenten, met een bereikbaar en toegankelijk voorzieningenniveau, dat aansluit bij de behoeften van de bewoners. Creatief dient omgaan te worden met het onder één dak brengen van voorzieningen, het stimuleren van openbaar vervoer op maat, zoals de buurtbus en het in stand houden van scholen.
2. Voor alle kernen moet er een actief beleid worden gevoerd om het huidige voorzieningenniveau minimaal te behouden.
3. De gemeentelijke front offices in Axel en Sas van Gent moeten gehandhaafd worden.
4. Investeringen / onderhoudskosten in de verschillende kernen moeten in redelijke verhouding staan tot de grootte van de bevolking en het gebruik dat ervan wordt gemaakt.
7.2 Particulier initiatief
1. Het particulier initiatief moet worden gestimuleerd om het voorzieningenniveau in dorpskernen op peil te houden en bedrijfsvestiging aan te moedigen.
2. De gemeente ondersteunt het initiatief van Micro Starter Zeeland voor Microkrediet aan startende ondernemers.
7.3 Zorg op maat
1. In het landelijk gebied mag de afstand voor ouderen naar zorgvoorzieningen, huisartsen en apothekers niet groter worden. De gemeente moet zich ervoor inzetten dat iedere kern beschikt over een gemeenschapshuis/buurthuis waarin diverse activiteiten kunnen plaatsvinden. Naast de ontmoetingsfunctie zijn er bepaalde zorgvoorzieningen zoals huisarts, fysiotherapie, thuiszorg, jeugdgezondheidszorg.
2. In de kernen waar geen woon-zorgcomplex aanwezig is, dienen servicepunten ingericht te worden.
7.4 Wonen
1. Beperkte nieuwbouw, passend bij het karakter van het dorp, moet mogelijk blijven. Deze woningen zijn vooral bedoeld voor de opvang van de natuurlijke aanwas indien dat aan de orde is.
2. De gemeente moet nog meer samenwerken met instanties in Nederland en Vlaanderen om Zeeuws-Vlaanderen als aantrekkelijk woongebied te promoten.
7.5 Landbouw en vitaal landelijk gebied
1. De professionele landbouw biedt nog steeds een flinke werkgelegenheid. Het gemeentebeleid dient erop gericht te zijn dat nieuwe ontwikkelingen deze bedrijven niet belemmeren in de bedrijfsvoering.
2. Voor sommige bedrijven zijn nieuwe economische dragers nodig. Goede kansen voor agrariërs en plattelandsondernemers bieden initiatieven zoals een zorgboerderij, kinderopvang op de boerderij, een boerencamping, educatiebedrijven en groene diensten. Ook het voorzieningenniveau vaart hier wel bij.
3. De streek heeft al veel nieuwe natuur en het is niet wenselijk dat die nog verder wordt uitgebreid door onteigening van goede landbouwgrond. Het bestaande cultuurlandschap is een belangrijke economische factor voor zowel landbouw als toerisme en daardoor één van de grootste troeven van de streek.
4. De bestaande natuur dient beter te worden onderhouden en toegankelijk gemaakt te worden voor een breed publiek.
1. Het gemeentebestuur dient zo dicht mogelijk bij burgers en gemeenschap(pen)te staan. Dit betekent het instellen van dorps- of wijkraden waar die nog niet zijn en het ondersteunen daarvan waar dat wel het geval is. Raden dienen serieus te worden genomen en met respect te worden behandeld.
2. Er dienen duidelijke afspraken te worden gemaakt over taken en bevoegdheden van deze dorps- of wijkraden. Ongewenste politieke inmenging via dorpsraden moet worden voorkomen.
3. De beschikbaarheid van een goed verenigingsgebouw/buurthuis, waar men kan samenkomen, is hierbij essentieel.
8. Economische ontwikkeling, arbeidsmarkt en werkgelegenheid
8.1 Economische ontwikkeling
1. Terneuzen moet zich profileren als regiostad met vastgestelde structuurvisies voor detailhandel en vrijetijdssector. Een gerichte investering in een hoogwaardig aanbod voor burgers en bezoekers zorgt voor hogere besteding en daardoor meer werkgelegenheid.
2. Winkelgebieden en bedrijventerreinen moeten schoon, heel en veilig zijn en goed bereikbaar met voldoende parkeerruimte in de directe omgeving.
3. De gemeente richt één fysiek en digitaal loket in voor bedrijven, waar ondernemers terecht kunnen. Tevens wordt in de ambtelijke organisatie een bedrijfscontactfunctionaris aangesteld waar bedrijven rechtstreeks terecht kunnen voor complexere vraagstukken en die startende ondernemers daadwerkelijk ondersteunt om hun plannen uit te voeren.
4. Minder bureaucratie en het opheffen van belemmeringen versnelt procedures en trekt nieuwe ondernemers. Controle van goede ondernemers beperken tot één keer per jaar.
5. Verminder de administratieve lasten van de welstandstoets, versnel de procedures en maak bedrijventerreinen en nieuwbouwgebieden welstandsvrij.
6. Het belastingsysteem dient transparant te zijn en de tarieven en bestemming zichtbaar op de website. Geen stijging van de lokale lastendruk gedurende financiële crisis periodes van economische stagnatie.
7. Herinrichting van bestaande winkelgebieden en bedrijfsterreinen heeft de voorkeur boven het ontwikkelen van nieuwe zakelijke locaties.
8. De gemeente faciliteeert de tijdige beschikbaarheid van voldoende bedrijventerreinen, zowel voor midden- en kleinbedrijf als voor havengebonden ondernemingen.
9. Bestemmingplannen dienen te worden geactualiseerd, gedigitaliseerd en geglobaliseerd om een goede balans te krijgen tussen flexibiliteit en rechtszekerheid.
10. Bij voldoende draagvlak kan de oprichting van een ondernemersfonds ondernemers stimuleren tot samenwerking om hun bedrijfsomgeving een positieve uitstraling te bezorgen.
11. Bij de ontwikkeling van nieuwe winkelgebieden en bedrijfsterreinen is regionale afstemming noodzakelijk om versnippering van terreinen en onnodige concurrentie tussen gemeenten te voorkomen.
12. De gemeente moet het initiatief nemen in samenwerking met de andere Zeeuws-Vlaamse gemeenten. Taken die zich hiervoor lenen, worden zoveel mogelijk ondergebracht bij samenwerkingsverbanden.
13. Met buurgemeenten wordt een transparant aanbestedingsbeleid opgezet zonder onnodige eisen en een focus op prijs-kwalitiet. Om ook kleinere bedrijven de kans te bieden mee te dingen naar gemeentelijke opdrachten, worden deze zoveel mogelijk in kleine pakketten uitgezet. Bij aanbesteding wordt steeds minimaal één bedrijf uit de gemeente Terneuzen uitgenodigd.
14. Samen met het bedrijfsleven wordt een effectief arbeidsmarktbeleid gemaakt, met goede lokale arbeidsinformatie. Re-integratiebudgetten worden optimaal ingezet.
15. De gemeente moet initiatieven voor grensoverschrijdende samenwerking met de stad Gent en andere aangrenzende Belgische gemeenten blijven ondersteunen. Het proefproject Bio Base Europe is een goed voorbeeld van een grensoverschrijdende samenwerkingsvorm, waarbij een ultra modern opleidingscentrum, het Bio Base Europe Training Center in Terneuzen wordt gevestigd en een zeer innovatieve proefinstallatie ten behoeve van de ontwikkeling van bio-energie en bio-gebaseerde producten in Gent. Dit project inspireert tot nog meer succesvolle duurzame projecten in de streek.
16. Er moet grensoverschrijdend een structurele samenwerking komen op het gebied van werken, wonen, sport, kunst en cultuur, waarbij gebruik gemaakt kan worden van de EG subsidies voor de grensregio’s.
Belemmeringen door wettelijke-, cultuur- en taalverschillen dienen zo snel mogelijk weggenomen te worden en er dient een open communicatie tot stand te komen.
17. Zeeland Seaports moet op een zorgvuldige en verantwoordelijke manier te worden verzelfstandigd.
18. De gemeente moet zich blijvend oriënteren op nieuwe bedrijfsontwikkelingen en zich sterk maken als mogelijke vestigingsplaats voor deze bedrijven.
19. De omgeving van Snowbase dient verder ontwikkeld te worden voor grootschalige Leisure activiteiten.
20. De gemeente moet zich inspannen voor:
· Realisatie van het Masterplan Axelse dam in Terneuzen.
· Herinrichting van de kop van de Noordstraat in Terneuzen.
· Herinrichting van de Noordstraat in Axel gebaseerd op de ervaringen met de proef openstelling.
· Realisatie van de plannen Buitenweg en locatie Vink in Axel.
· Ontwikkeling van een grootschalig winkelgebied aan de Kennedylaan-west in Terneuzen.
· Leefbaarheid kernen Sas van Gent, Sluiskil en Westdorpe i.v.m. nabijgelegen industrie.
· Verwezenlijking planvorming voor de oude veerhaven Terneuzen.
· Ontwikkeling van de Braakman als toeristisch-recreatief gebied.
8.2 Werkgelegenheid en arbeidsmarkt
1. Betaald werk is de beste vorm van sociale zekerheid. De gemeente moet bevorderen dat wie kan werken ook aan de slag geholpen wordt. Vooral jongeren mogen niet aan de kant blijven staan. Zij moeten direct aan de slag, desnoods in een gemeentelijk traject.
2. Alleenstaande ouders met jonge kinderen kunnen geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld van sollicitatieplicht. Parttime werken voor deze groep kan financieel worden gestimuleerd door middel van een premie.
8.3 Citymarketing
1. De gemeente gaat na welke positieve eigenschappen van de gemeente nog meer aandacht kunnen krijgen, welke samenhang daartussen zit en op welke wijze de authenticiteit en profilering het best tot hun recht komen (citymarketing).
2. Toerisme is belangrijk voor de streek en verdient blijvende aandacht door middel van het toeristisch beleidsplan. De kernen moeten inzetten op hun eigen karakter en specialiteiten (thematisering). Dit beleid is al in gang gezet en dient door de gemeente verder te worden uitgewerkt en gefinancierd.
3. De upgrade van het Portaal van Vlaanderen kan een belangrijke toeristische trekker voor Terneuzen worden en verdient daarom steun van de gemeente.
4. De toeristisch-recreatieve mogelijkheden van de binnenstad van Sas van Gent en Terneuzen dienen te worden versterkt.
9. Milieu, water, verkeer en vervoer
9.1 Milieu, duurzaamheid en klimaatbeleid
1. De gemeente heeft een voorbeeldfunctie en moet daarom een actief beleid voeren gericht op CO2-reductie, waarbij zo min mogelijk energie wordt gebruikt. Kosten versus baten dienen hierbij echter niet uit het oog te worden verloren.
2. Het gemeentelijke inkoopbeleid wordt zo snel als mogelijk volledig duurzaam. Tevens wordt ‘duurzaamheid’ opgenomen als criterium van het gemeentelijke aanbestedingsbeleid.
3. Het streven is het bouwen van energiearme woningen.
9.2 Afval
1. De gemeente bevordert het milieubesef van burgers en versterkt mede daardoor de gescheiden inzameling van huisvuil en garandeert in haar contract met inzamelaars en/of verwerkers de duurzame verwerking daarvan.
2. In haar milieutoezicht op bedrijven bevordert de gemeente het voorkomen, het hergebruik en de duurzame verwerking van bedrijfsafval.
9.3 Water
1. Beheer en onderhoud van riolering vindt planmatig plaats.
2. De gemeente maakt afspraken met het waterschap om het aantal riooloverstorten te verminderen, dit voor zover de (riolerings)kosten voldoende opwegen tegen de (waterkwaliteits)baten.
3. Met het waterschap wordt gezamenlijk vastgesteld welke maatregelen nodig zijn om aan de wateropgaven te voldoen. De gemeente maakt een planologische vertaling van deze opgaven en past ze zo goed mogelijk in haar ruimtelijke ontwikkelingsbeleid. Mogelijkheden tot verbetering van kwaliteit van het water in het open landschap en van het stedelijk water worden daarbij aangegrepen, o.m. door aanleg van natuurvriendelijke oevers.
4. In samenwerking met het waterschap wordt gestreefd naar de meest kosteneffectieve oplossingen. Tevens wordt waar mogelijk gestreefd naar gezamenlijke uitvoering van beheers- en onderhoudstaken. De stijging van de rioolrechten wordt daarmee zo laag mogelijk gehouden.
9.4 Verkeer en vervoer
1. Het verkeer- en vervoersbeleid is gericht op bereikbaarheid, verkeersveiligheid en veilige fietsroutes o.a. voor scholieren. Potentieel gevaarlijke situaties moeten worden verbeterd.
2. Woonwijken moeten nog verkeersveiliger worden. De gemeente neemt daartoe maatregelen (instellen 30 km zones, vrije fietspaden, enz.). Ook wordt er gezorgd voor voldoende parkeerruimte om te voorkomen dat het voetgangersgebied wordt geblokkeerd door geparkeerde auto’s.
3. De gemeente ontwikkelt waar nodig, samen met bedrijfsleven en winkeliers, een visie op distributie- en zakelijk verkeer.
4. Een goede bereikbaarheid van dorpen, buurten en wijken per fiets is belangrijk. De onderlinge verbinding van fietsroutes en recreatieve fietsroutes in het buitengebied verdienen aandacht.
5. De gemeente bevordert de duurzaamheid van mobiliteit door samen met partners een visie te ontwikkelen op en afspraken te maken over ‘schoon rijden’. De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld voor haar eigen wagenpark.
6. Redelijk betaalbaar en intensief openbaar vervoer met voldoende opstapplaatsen tussen de verschillende kernen en binnen de grotere kernen is gewenst. Gratis openbaar vervoer voor doelgroepen dient te worden overwogen
7. Een adequate snelle busverbinding tussen Terneuzen en Gent is gewenst.
8. Plannen voor ondertunneling van het kanaal en aanpassing van N61 en N62 moeten mede onder druk van de gemeente snel worden verwezenlijkt. Gebaseerd op de nieuwe situatie moet er een goed verkeerscirculatieplan worden opgezet, waarmee de doorgaande wegen in de kern Terneuzen worden ontlast.
9. De gemeente dient er voor te zorgen dat de binnenvaart bij de ligplaatsen gebruik kan maken van nutsvoorzieningen stroom en drinkwater.
10. In de kanaalzone dient een locatie te komen waar het (internationale) vrachtvervoer kan parkeren en overnachten inclusief horecavoorziening.
11. Ontsluiting van de wijk Othene door een aansluiting op de N61 moet met spoed worden gerealiseerd.