In de Raad van 26 januari bracht Frans Haenen namens de CDA-fractie het volgende in:
Wij als CDA fractie zijn blij, dat er na bijna een jaar door accountantsbureau PWC, onderzoek is gedaan naar de ontwikkeling van de financiële positie van Caparis, in de periode 2008-2011.
Op basis van de huidige kennis is het natuurlijk makkelijk oordelen. Het veranderde economische klimaat, wijzigingen in rijksbeleid, te hoge CAO stijgingen hebben allemaal bijgedragen aan de problematiek.
Maar het rapport bevestigd ook de signalen vanuit de samenleving en van oud medewerkers van Caparis , dat in de afgelopen jaren hoge kosten gemaakt zijn voor de inhuur van derden en kaderpersoneel. Bevestigd zijn ook de zeer hoge kosten voor de directie.
Was het resultaat navenant, dan hoor je er niemand over. Maar helaas is dat niet het geval. We menen zelfs dat door de vele inhuur van tijdelijk kader de afstand tussen werkvloer en kader alleen maar groter is geworden. Iets dat niet bijdraagt om het bedrijf adequaat te leiden. Beloningen van het hogere personeel en inhuur zijn ons inziens versterkt door de ingeslagen weg van marktwerking. Het lijkt dan sterk op ondernemer spelen met andermans geld, dus zonder persoonlijke risico’s.
Caparis moet dus terug naar zijn oorsprong. De CDA fractie vond het prettig om te horen dat de zelfs VVD fractie onderkent dat marktwerking voor Caparis niet de juiste weg was, zoals in een vorig overleg aangegeven.
De markt is
niet zaligmakend. Door de weg van marktwerking is de betrokkenheid en het
verantwoordelijkheidsgevoel bij sommige deelnemende gemeenten sterk afgenomen,
resulterend in te lage omzetten van deze gemeenten. De gedachte laat
de markt het maar oplossen, heeft dus niet gewerkt. We vragen ons daarom ook af
of de huidige bestuursvorm de juiste is. Of hier verantwoordelijkheden juist
genomen worden of juist zijn weggezet.
Van belang voor de toekomst is daarom verantwoordelijkheid en betrokkenheid zeker te stellen.
De CDA fractie gaat er daarom
vanuit dat voor de nieuwe koers van Caparis een andere bestuursvorm nodig is, één die past bij een afgeslankt SW bedrijf.
Het zijn ónze mensen die er werken, het is óns bedrijf, ónze
verantwoordelijkheid en dat vraagt van ons oprechte betrokkenheid. Daarnaast menen wij
dat vanuit de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de WsW die wij als
gemeente hebben, het mogelijk moet zijn om invloed uit te oefenen op beleid en
bedrijfsvoering. Het omgaan met gemeenschapsgeld moet zorgvuldig gebeuren. Wij
verwachten die te zien in de nieuwe bestuursvorm.
Frans Haenen