|

|

|
|
|
|
Woensdag 1 juni heeft het
kabinet de plannen gepresenteerd voor de toekomst van de langdurige
zorg. Onderdeel van deze plannen is dat het recht op een
persoonsgebonden budget zal worden beperkt. Staatssecretaris
Marlies Veldhuijzen van Zanten licht het besluit toe in een persoonlijk
videobericht
aan u.
Verder in deze extra nieuwsbrief:
|
|
|

|
|
Reactie Tweede Kamerfractie
|
|
|
Beperking
PGB pijnlijk, maar noodzakelijk
De afgelopen jaren zijn de
PGB-uitgaven explosief gestegen, van 414 miljoen euro in 2002 naar 2,2
miljard euro in 2010. Inmiddels betaalt elke
burger gemiddeld 3800 euro aan AWBZ-premie via hun loonstrookje. Een
verdere stijging brengt de solidariteit tussen generaties in gevaar.
Ingrijpen is dus noodzakelijk. Sabine Uitslag: We moeten terug naar
waar de AWBZ oorspronkelijk voor bedoeld was, zodat de mensen die
langdurige zorg nodig hebben dit houden. Maar tegelijkertijd begrijp ik
heel goed dat de plannen rond het PGB voor veel mensen een hoop
onzekerheid met zich meebrengen.’ Lees verder.
|
|
|

|
|
|
|
Ombuigingen
in het PGB
Voor veel mensen is het inperken van het persoonsgebonden budget een
pijnlijke ingreep. Maar voor het CDA is het vooral ook een
noodzakelijke ingreep, als we de zorg overeind willen houden voor
mensen die op langdurige zorg zijn aangewezen. De uitgaven voor de
langdurige zorg zijn de laatste jaren buitensporig gegroeid. We moeten
wel maatregelen nemen. Het persoonsgebonden budget (pgb) blijft
behouden voor mensen die langdurige zorg nodig hebben en anders in een
instelling terecht zouden komen. Sterker nog, ze krijgen er 5 % bij,
zodat ze ook echt een stevig budget hebben om zoveel mogelijk hun eigen
zorg te kunnen organiseren. De groep pgb-houders zonder verblijf
behoudt de indicatie, dus het recht op zorg.
AWBZ
Het uitgangspunt van de kabinetsplannen is dat AWBZ zorg beschikbaar
blijft voor iedereen die langdurig zorg nodig heeft, ook in de
toekomst. Per jaar gaat er € 23 miljard om in de AWBZ. Zonder
maatregelen wordt de AWBZ onbetaalbaar. Het CDA wil de AWBZ terug
brengen naar waar het oorspronkelijk voor bedoeld was: het verzekeren
van niet op genezing gerichte, intensieve, langdurige zorg die langer
duurt dan een jaar. Dat betekent dat we glashelder af moeten bakenen
wat er wel, en wat er niet meer onder de AWBZ valt.
PGB
In 2010 werd er vanuit de AWBZ € 2,2 miljard uitgegeven aan het pgb. In
2002 bedroegen de uitgaven op dat terrein nog € 414 miljoen. Dat is dus
een gemiddelde stijging van 23% (!) per jaar. Door de
kabinetsmaatregelen wordt de toegang tot een pgb heel sterk beperkt.
Mensen met een indicatie voor langdurig verblijf houden hun pgb. Zij
krijgen er zelfs 5% bij. Maar pgb-houders zonder indicatie voor
langdurig verblijf zijn vanaf 2014 aangewezen op zorg in natura. Zorg
moet wat het CDA betreft zoveel mogelijk op maat worden aangeboden,
ongeacht of iemand zorg in natura ontvangt of een pgb heeft. De
zorgkantoren worden afgeschaft, hun taken worden overgenomen door de
zorgverzekeraars.
Hoofdlijnen wijzigingen
Kort samengevat gaat de komende periode in de AWBZ het volgende
gebeuren:
- Scheiden van wonen en
zorg. Door zelf de huur te betalen kunnen mensen ook zelf bepalen
waar ze gaan wonen en waar ze zorg willen ontvangen, thuis of in
een instelling;
- Revalidatiezorg gaat
van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet (ZVW);
- De Zorgkantoren worden
afgeschaft, waardoor er een bureaucratische tussenlaag verdwijnt;
De uitvoering en bemiddeling gaan over naar de zorgverzekeraars.
Maar de AWBZ blijft een volksverzekering;
- Het bestuur en toezicht
op zorginstellingen wordt verbeterd;
- Het PGB wordt ingeperkt
door strengere toegangseisen, maar het wordt wel een wettelijk
recht en het wordt verhoogd met 5%;
- Begeleiding gaat van de
AWBZ naar de WMO;
- Het zorgzwaartepakket
wordt verhoogd. Hierdoor kunnen meer medewerkers worden
aangetrokken om de gevraagde zorg goed uit te voeren.
|
|
|

|
|

|



  
  
|

|

|