Het CDA Urk wil opheldering van het college van burgemeester en wethouders over de weigering van een vergunning voor een evangelisatietent op de Urker haven. Volgens het CDA zou deze weigering wel eens in strijd kunnen zijn met de vrijheid van godsdienst.
Het Nederlands Bijbel studie Centrum (NBC) uit Almere wil eind mei een evangelisatietent op de haven van Urk plaatsen. Het college van b en w van Urk heeft de vergunning geweigerd omdat dit soort activiteiten alleen door de plaatselijke kerken gedaan mogen worden. Bovendien worden vergunningen als deze alleen in de zomervakantie uitgegeven. Het college baseert zich daarbij op de plaatselijke APV.
Het CDA is erg verbaasd over deze argumentatie. “Zo’n weigering op basis van de APV mag alleen als de openbare orde, veiligheid of volksgezondheid in het geding komen,” aldus CDA-raadslid Willem Foppen. “Daar is in dit geval natuurlijk geen sprake van.”
Plaatselijke
kerken
Het CDA kijkt ook op van de
bepaling dat alleen plaatselijke kerken zo’n vergunning kunnen
krijgen. “Het college kan als vergunningverlener geen onderscheid
kan maken tussen geloofsgroepen, of ze nou van Urk komen of niet,”
aldus Foppen.
“Verder mag evangeliseren kennelijk alleen in de zomervakantie. Ook dat is vreemd.”
Vrijheid van
godsdienst
Wat het CDA betreft tast
het college met deze weigering de randen af van artikel 6 van de
grondwet, waarin de vrijheid van godsdienst is verankerd. “Het
uitoefenen daarvan mag en moet in alle vrijheid gebeuren,” aldus
Foppen. “Dat schrijft de wet ons voor. Dan moet je dus heel
voorzichtig zijn met het weigeren van zo’n vergunning. Je moet
voldoende juridische gronden hebben en wij denken dat die ontbreken.
We vertrouwen er op dat het college dat met ons eens is.”
“We spreken ons overigens niet uit over de aard en inhoud van de activiteiten van het Bijbelstudie Centrum,” benadrukt Foppen. “Het gaat ons om de vrijheid die zo’n organisatie heeft om die activiteiten te organiseren.”
Kerkelijk
Platform Jeugd
De beslissing van het
college is mede gebaseerd op afspraken met
het Kerkelijk Platform Jeugd, dat twee jaar
geleden is opgericht en waarin de meeste Urker kerken zijn
vertegenwoordigd. “Dat is opgericht om met de gemeente samen te
werken bij jeugd- en gezinsbeleid en verslavingen,” aldus Foppen.
“Nu lijkt het alsof het platform ook een soort machtsorgaan is dat
bepaalt wie evangelisatieactiviteiten mag doen op de haven en
wanneer. Dat lijkt ons niet de bedoeling van die samenwerking.”
Het CDA heeft schriftelijke vragen aan het college gesteld die in de raadsvergadering van 28 april aan de orde zullen komen.
Reageren op dit artikel? Mail ons op fractie@cda-urk.nl, of laat uw reactie achter op onze Facebook-pagina.