Nieuws
Vragen over voorgenomen sluiting ASR-vestiging Woudsend
donderdag 15 juli 2010

Hierbij zend ik u de antwoorden op vragen van de leden De Rouwe (CDA), Van Hijum (CDA) en Jacobi (PvdA) over de voorgenomen sluiting van de ASR-vestiging in Woudsend. De vragen werden mij toegestuurd op 15 juli 2010 onder nummer

2010Z10990.

 1 Bent u bekend met de sluiting van de ASRvestiging in Woudsend?

 Antwoord

Ja.

2 Deelt u de grote zorg van zowel het gemeentebestuur als de provincie dat de sluiting een forse aanslag op de werkgelegenheid in de regio betekent?

Antwoord

De voorgenomen sluiting van de ASR-vestiging in Woudsend, waar nu nog ruim 150 mensen werkzaam zijn, leidt inderdaad tot een gevoelig verlies aan regionale werkgelegenheid. Dat betreur ik, zeker voor zover dat ook persoonlijke gevolgen heeft voor de huidige werknemers van ASR Woudsend. Het besluit van ASR Nederland om het merendeel van zijn activiteiten te concentreren op één locatie in de regio Utrecht, lijkt echter vooral ingegeven door bredere strategische belangen van bedrijfsvoering op concernniveau. Daar kan en wil de overheid niet in treden.

3 Hoe verhoudt dit vertrek zich met de kabinetsinzet om bijzondere aandacht te besteden aan de mogelijke versterking van de ruimtelijk!economische structuur van het Noorden?

Antwoord

Met zowel generiek als regiospecifiek programmatisch beleid zet het kabinet sterk in op economische structuurversterking, ook in Noord!Nederland. Vooral het programma “Koers Noord” staat daarin centraal. Daarmee wordt systematisch gewerkt aan ondermeer de verdere uitbouw van sterke clusters van kennis en bedrijvigheid, aan versterking van het innoverend vermogen van Noord-Nederland, en aan het verhogen van opleidingsniveaus van de daar aanwezige en

potentiële beroepsbevolking. Al dit soort inspanningen staan in het teken van de algehele transitie naar een sterke kenniseconomie, die ook het noorden van ons land doormaakt. Zij blijven onverminderd relevant, ook voor die regio’s binnen Noord-Nederland die incidenteel met een forse economische tegenwind te maken krijgen.

 4 Bent u bereid om samen met de provincie, gemeente en ASR een acceptabele oplossing voor het werkgelegenheidsprobleem te zoeken?

Antwoord

Het ligt niet op mijn weg om voor een individueel werkgelegenheidsprobleem, zoals dat zich nu voordoet rond ASR Woudsend, op rijksniveau naar oplossingen te zoeken. De primaire verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij lokaal en regionaal betrokken partijen. Ik begrijp dat met name de gemeente Wymbritseradiel en de provincie Friesland al nauw contact onderhouden met de Raad van Bestuur van ASR Nederland. Zij streven naar oplossingen die de negatieve gevolgen van de voorgenomen sluiting van ASR Woudsend zo veel mogelijk kunnen beperken.

5 Kunt u aangeven hoe één en ander zich verhoudt tot de krimpproblematiek? In dat kader zijn er vorig jaar een tweetal moties aangenomen (32 123 VII, nr. 35 en 32 123 XIII, nr. 28). Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van deze moties?

Antwoord

Woudsend is gelegen in de zuidwesthoek van Friesland. Het Interbestuurlijk Actieplan Bevolkingsdaling, waarin de geprognosticeerde bevolkingsontwikkelingen zijn opgenomen zoals geraamd door de onderzoeksbureaus Primos en Pearl, geeft voor Zuidwest-Friesland een bevolkingsontwikkeling aan van vrijwel geen groei, maar ook geen grote krimp. Motie 32 123 VII, nr. 35 verzoekt de regering om reorganisaties van de rijksoverheid zo veel mogelijk te laten bijdragen aan versterking van de economische structuur en werkgelegenheid in krimpgebieden. Bij de voorgenomen sluiting van ASR Woudsend is geen sprake van een reorganisatie zoals in deze motie bedoeld. Op dit moment is ook geen grote reorganisatie bij de rijksoverheid voorzien. Daarom is het dus zeer waarschijnlijk aan een volgend kabinet om te bepalen hoe met deze motie om te gaan. Motie 32 123 XIII, nr. 28 verzoekt de regering om een inventarisatie te maken van succesvolle lokale initiatieven die zorgen voor behoud van economische bedrijvigheid, en dit instrumentarium aan te reiken aan gemeenten in krimpregio’s. Deze inventarisatie is inmiddels gereed en wordt gedrukt. Deze zal binnenkort aan uw Kamer worden toegezonden, en onder andere worden verstuurd naar alle gemeenten en tal van organisaties.

(w.g.) Maria J.A. van der Hoeven

Minister van Economische Zaken


A A A     voorleeshulp     inloggen     English
1  2  3  4 
Archief
  • 2012
  • 2011
  • 2010