Vragen van het lid Van Hijum aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
1. Hebt u kennis genomen van het bericht dat het UWV steeds vaker ‘nee’ verkoopt aan werklozen die een opleiding willen volgen die (‘Kans op herscholing steeds kleiner’, de Telegraaf, 10 maart 2010)?
2. Kunt u aangeven of het juist is, zoals het UWV in het artikel stelt, dat het plafond van het beschikbare budget reeds nu in zicht komt, terwijl het budget in de SZW-begroting voor re-integratie WW (€ 148 mln) hoger is dan in de voorgaande jaren?
3. Kunt u aangeven hoe het beroep op de re-integratiemiddelen WW zich in 2010 ontwikkelt ten opzichte van voorgaande jaren?
4. Wat vindt u van de keuze van UWV om alleen nog mensen die al een jaar werkloos zijn een re-integratietraject aan te bieden? Bent u het met ons eens dat hierdoor mensen tussen wal en schip vallen die gezien hun leeftijd en (beperkte) opleiding ook een afstand tot de arbeidsmarkt hebben?
5. Welke uitvoering wordt gegeven aan de motie-Van Hijum c.s. (32123 XV, nr. 17), waarin de regering wordt aangespoord om de extra capaciteit en middelen selectief in te zetten voor moeilijk bemiddelbare werklozen op basis van goede diagnose en snelle ondersteuning, en voor de bemiddeling van kansrijke werklozen de samenwerking met de uitzendsector te intensiveren?
6. Is het juist dat de WW-uitvoeringskosten van het UWV in 2010 oplopen tot € 146 mln, tegen € 81 mln in 2006? Kan hieruit worden afgeleid dat het UWV de re-integratie van WW’ers steeds meer in eigen hand neemt, in plaats van bemiddeling en re-integratie van werkzoekenden uit te besteden? En klopt het dat UWV-werkcoaches ook goed bemiddelbare werkzoekenden bemiddelen?
7. Kunt u aangeven hoe het beroep op de omscholingsbonus zich ontwikkelt, waarvoor tot voor kort slechts 250 aanvragen zijn gedaan? Welke activiteiten onderneemt u om het gebruik van deze regeling verder te stimuleren?
8. Kunt u aangeven in hoeverre er in 2009 en 2010 vanuit O&O-fondsen een extra inspanning wordt geleverd om werknemers om te scholen teneinde hen in een andere sector aan de slag te helpen? En tot welke publiek-private arrangementen heeft dit geleid?
9. Bent u bereid deze vragen te beantwoorden voor 7 april, zodat de antwoorden betrokken kunnen worden bij het AO re-integratie?