Onderwijs vormt het fundament van onze samenleving. Het CDA wil (jonge) mensen optimaal uitrusten met kennis en vaardigheden. Door goed onderwijs worden jongeren geïnspireerd om volwaardig mee te doen in de samenleving. Ze leren dat burgerschap iets anders is dan 'klant-zijn' van de samenleving. Het CDA wil investeren in talent, van speciaal onderwijs tot en met de universiteit. Ieders talent is waardevol. Niemand mag de school verlaten zonder een diploma. Onderwijsachterstanden moeten worden voorkomen.
Overdracht van waarden en kennis
Goed onderwijs bouwt voort op de waarden die kinderen in de opvoeding van hun ouders ontvangen. Leraren dragen kennis over aan kinderen over belangrijke ontwikkelingen in de samenleving. Concentratie op de kerntaken en op basisvaardigheden als taal en rekenen is nodig. Deze mag niet ten koste gaan van maatschappelijke doelstellingen die soms te gemakkelijk op het bordje van het onderwijs worden gelegd. Waar ouders moeten kunnen rekenen op de school, moet de school ook kunnen rekenen op de ouders.
Lat moet hoger
De basis van ons onderwijsstelsel is goed, maar het CDA vindt wel dat de lat omhoog moet. Wij willen meer excellentie in het onderwijs, op alle niveaus. Scholen moeten meer speelruimte krijgen om maatwerk te leveren en om zelf onderwijsvernieuwing in te vullen. De overheid stelt heldere kerndoelen en eindtermen vast (het 'wat'), maar bemoeit zich niet met de manier waarop die eindtermen bereikt worden (het 'hoe'). Dit leidt tot minder regelgeving, minder administratieve rompslomp en meer tijd van leraren voor de leerlingen.
Geld effectiever besteden
Subsidies moeten gedeeltelijk worden afgeschaft. Scholen zijn vaak een derde tot de helft van het toegekende bedrag kwijt aan administratie en verantwoording van de besteding van het geld. Subsidiegeld kan veel effectiever worden ingezet door het rechtstreeks aan het budget van scholen toe te voegen. Het zelfde geldt voor de huisvestingsgelden, die nu nog via de gemeenten worden verstrekt. Door dit geld rechtstreeks aan de scholen te geven blijven er geen miljoenen meer bij gemeenten op de plank liggen.
Minder middelmaat
De kwaliteit van ons onderwijs staat of valt met de vrouw of de man voor de klas. Ook voor leraren geldt dat zij regelmatig bijgeschoold moeten worden. Het CDA wil minder middelmaat en eenvormigheid, wat in het salarissen tot uitdrukking moet komen. Pabo’s krijgen de mogelijkheid om hun studenten te laten specialiseren, bijvoorbeeld in hele jonge kinderen, of juist de wat oudere.
Keuzevrijheid belangrijk, kwaliteit doorslaggevend
Het CDA hecht aan de vrijheid van onderwijs, aan de vrijheid om een school op te richten en de vrijheid om een school te kiezen naar eigen voorkeur en overtuiging. Zowel voor bijzonder als openbaar onderwijs geldt dat de inspectie ingrijpt als de kwaliteit onder de maat is. Kwaliteit is doorslaggevend. Ook integratie van nieuwe Nederlanders wordt het beste bevorderd door kwalitatief goed onderwijs. De kwaliteit van de school vinden wij belangrijker dan de kleur van de school. Het CDA is dan ook tegen gedwongen spreiding van kinderen.
Primair en voortgezet onderwijs
Kinderen met een grote taalachterstand moeten verplicht deelnemen aan de vroeg- en voorschoolse educatie. Dit geldt zowel voor autochtone als allochtone kinderen. Ouders zijn hiervoor financieel verantwoordelijk.
Voor leerlingen met leer- en gedragsproblemen en jonggehandicapten geldt: regulier onderwijs als het kan, speciaal onderwijs als het moet. Kinderen moeten zich op school kunnen ontwikkelen in overeenstemming met hun begaafdheden. Om de groei van het speciaal onderwijs te beheersen wordt de huidige open eind financiering sector vervangen door budgetfinanciering.
Ouders en kinderen verbinden zich via een schoolcontract aan een aantal afspraken: op school wordt Nederlands gesproken, zij gaan verzuim en spijbelen tegen, en zij doen actief mee aan regelmatige oudergesprekken.
Het CDA is voorstander van brede scholen waarbij andere activiteiten gericht op de brede vorming van kinderen, zoals muziek, toneel of sport, in het schoolgebouw kunnen plaatsvinden.
Goed onderwijs heeft ook een vormende taak. De maatschappelijke stage geeft daaraan invulling.
Het CDA ondersteunt de ontwikkeling van complete lesmethodes via Wikiwijs. Het voordeel hiervan is dat docenten zelf bijdragen aan optimale leermiddelen. Op termijn kan dit leiden tot besparingen op lesmaterialen (schoolboeken).
VMBO en MBO
Het CDA wil het beroepsonderwijs - van groot belang voor het midden- en kleinbedrijf - versterken. Dat betekent dat in het MBO het accent ligt op vakbekwaamheid. Leerlingen verlaten het VMBO met een adequate kennis en beheersing van Nederlands, Engels en wiskunde. Op het MBO zou eigenlijk geen herstel hoeven plaats te vinden van iets dat in het VMBO onvoldoende aan de orde is geweest.
De afgelopen jaren zijn veel vakcolleges opgericht. Deze geavanceerde 'ambachtsscholen' zijn branchegericht en werken nauw samen met het regionale bedrijfsleven.
Dankzij de 'Aanval op de uitval' zijn de afgelopen jaren honderdduizend jongeren alsnog aan een baan geholpen en deze aanpak wordt voortgezet. Het beleid dat gericht is om de doorstroming van de ene opleiding naar een volgende, hogere opleiding (het zogenaamde stapelen) wordt voortgezet. Dat geldt zowel voor de overgang van VMBO naar MBO als voor de overgang van MBO naar HBO.
HBO en universiteiten
De kwaliteit van het Nederlandse hoger is in brede zin goed; bijna al onze universiteiten staan in de Top 200 van de wereld. Echte topuniversiteiten ontbreken echter. Het Nederlandse hoger onderwijs moet daarom meer variatie, specialisatie en maatwerk gaan bieden.
Kennis kan mensen in staat stellen om langer door te werken en biedt houvast in een tijd van onzekerheid. Onderwijs stelt mensen in staat om hun eigen toekomst in de hand te houden. Daarom willen wij investeren in de kenniseconomie. Om studeren toegankelijk te houden blijft dankzij de inzet van het CDA de studiefinanciering bestaan voor de bachelorstudenten.
De numerus fixus wordt vervangen door selectie aan de poort: dit leidt tot een betere klik tussen de student en de studie. De ervaring met experimenten in het kader van 'Ruim Baan' wijzen uit dat selectie voor de poort leidt tot meer studiesucces en lagere uitval. Voor dit type topopleidingen wordt een hoger collegegeld toegestaan. Ook wordt het mogelijk voor universiteiten om zich te specialiseren en meer topopleidingen aan te bieden.
Door samenwerking en een goede afstemming tussen universiteiten kan een breed aanbod aan (master)opleidingen geboden worden. Zo ontstaat er meer onderscheid, vooral tussen de algemene universiteiten, en neemt de kwaliteit van onderwijs en onderzoek toe.
Van iedereen, instellingen en overheid, maar ook van studenten mag een stevige inzet en motivatie gevraagd worden en studeren mag minder vrijblijvend worden. Wel zal van studenten die langer over hun studie doen dan de nominale studieduur plus twee keer een uitloopjaar een hoger collegegeld worden gevraagd.
Juli 2011