Bibliotheek
6. Besturen in Zeeland

6.1 Bestuurlijke samenwerking
Er is veel discussie over de inrichting van het openbaar bestuur. Allerlei varianten worden besproken. Het CDA vindt dat de provincie voor Zeeland een essentiële rol vervult. De provincie Zeeland is aanjager en financier van vele projecten en activiteiten die bijdragen aan de leefbaarheid en levendigheid van Zeeland. 

6.1.1
Het CDA zet zich in voor blijvende bestuurlijke zelfstandigheid van Zeeland. Dat betekent dat de provincie Zeeland behouden blijft. Daarbij hoort ook een zogenoemde open huishouding van de provincie. 

6.1.2
De provincie treedt actief op in het onderhouden van relaties met Rijk, provincies (IPO), gemeenten, Waterschap en Vlaamse overheden en Europa.

6.1.3
Het CDA vindt dat de provincie op het gebied van werkgelegenheid, zorg, cultuur en onderwijs een intensieve samenwerking dient aan te gaan met België. 

6.1.4
Om tot taakoptimalisatie te komen tussen de provincie en het Waterschap, vindt een onderzoek plaats. Hierbij kan worden gedacht aan taken op het gebied van (vaar-)wegenbeheer, waterkwaliteit en kust(veiligheids-)beleid. De overheidsorganisatie die een bepaalde taak het meest efficiënt kan uitvoeren, dient daartoe te worden aangewezen. 

6.1.5
De provincie onderzoekt hoe de Rekenkamer efficiënter kan functioneren, door bijvoorbeeld aan te sluiten bij de Zuidelijke Rekenkamer. 

6.2 Financiën
Een solide overheidshuishouding is een belangrijk uitgangspunt van het CDA. Goed rentmeesterschap betekent dat kapitaal optimaal wordt benut, maar dat er geen onverantwoorde risico’s worden genomen. Provinciale Staten zien toe dat de financiële middelen effectief en efficiënt worden ingezet. 

De ambities van de provincie moeten goed beheersbaar en controleerbaar zijn. De instrumenten hiervoor zijn de provinciale begroting en jaarrekening. Het SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden) formuleren van doelstellingen is daarbij een belangrijk instrument. 

Uitgangspunten financieel beleid

6.2.1
Het provinciale financiële beleid moet gericht zijn op het beperken van financiële lasten voor de toekomst. 

6.2.2
Nieuw beleid wordt uit oud beleid dan wel uit nieuwe inkomsten gefinancierd.

6.2.3
Er worden geen onnodige spaarpotjes aangehouden. Voor het opvangen van tegenvallers wordt een buffer aangehouden die niet hoger is dan de daarvoor geldende algemeen aanvaarde norm. 

6.2.4
Gedelegeerde rijkstaken worden uitgevoerd binnen de door het Rijk daarvoor beschikbaar gestelde budgetten. 

6.2.5
De begroting en jaarrekening zijn controleerbaar door het SMART formuleren van doelstellingen, acties en effecten. 

6.2.6
In verband met de te verwachten extra kortingen op de provinciale financiën is extra aandacht nodig voor de budgetsubsidies die de provincie aan diverse organisaties verstrekt.

Meerjarenperspectief

6.2.7
Het meerjarenperspectief wordt in hoge mate beïnvloed door de bezuinigingen die van rijkswege aan de provincies worden opgelegd. Vanaf 2011 wordt als gevolg van de kortingen op het provinciefonds in een periode van 4 jaren al een bezuinigingsoperatie ingevuld van € 17,7 miljoen. 

6.2.8
Centraal uitgangspunt bij de financiële strategie van de provincie is dat structurele inkomsten structurele uitgaven dekken. 

6.2.9
Het DELTA-dividend wordt in de loop van 2012 bestedingsvrij. Dat betekent dat het dividend in de komende jaren beschikbaar is voor de nieuwe uitgaven die voortvloeien uit het nieuwe beleidsprogramma 2011-2015 danwel voor overgangsbeleid. 

6.2.10
Er wordt van uit gegaan, dat 50 procent van de winst van DELTA NV aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd. 

6.2.11
Inwoners worden alleen via de opcenten motorrijtuigenbelasting en leges bij vergunningen rechtstreeks door de provincie belast. Het niveau van de opcenten motorrijtuigenbelasting in Zeeland is (niveau 2011) het op één na laagste in Nederland. Verhoging van de opcenten motorrijtuigenbelasting om extra financiële kortingen op te vangen is een reële optie. 

Subsidiebeleid 

6.2.12
Subsidies dienen een concreet Zeeuws doel. Dat betekent dat uitsluitend activiteiten met een provinciaal belang voor een structurele provinciale subsidie in aanmerking kunnen komen.

6.2.13
Veel vrijwilligerswerk is afhankelijk van subsidies van de overheid. Vermijd belemmerende regels voor het aanvragen van subsidiebedragen (bijvoorbeeld tot €25.000 per jaar). 

6.2.14
In het provinciale subsidiebeleid worden voorwaarden opgenomen die er toe strekken dat gesubsidieerde instellingen met hun activiteiten op sociaal, maatschappelijk en ecologisch terrein tot een verantwoorde besteding van de beschikbaar gestelde middelen komen. 

Sociaal financieel beleid

6.2.15
Aan instellingen en bedrijven die onevenredig hoge dan wel exorbitante salarissen (dat wil zeggen: voor bijvoorbeeld alle (semi)overheidsinstellingen hoger dan een aan te houden landelijke norm) aan directies en/of commissarissen beschikbaar stellen, zal de provincie Zeeland geen subsidies verstrekken.


A A A     voorleeshulp     inloggen     English
1  2  3  4