Op de Winkeltijdenwet zijn een aantal uitzonderingen mogelijk. Zo kunnen gemeenten toestaan dat de winkels in de gemeente op maximaal 12 zondagen per jaar open zijn en mogen gemeenten die een toeristische aantrekkingskracht hebben, bepalen dat winkels meer zondagen open mogen zijn.
In Zeist hebben we dit jaar 4 zondagen aangewezen als “koopzondag”. Naast deze koopzondagenregeling kan een winkel kan ook gebruik maken van de zogenaamde avondwinkelbepaling. Op grond van deze regeling kan een gemeente een winkel toestaan om op zondag geopend te zijn, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
-Openstelling mag pas vanaf 16.00 uur.
-Er mag maximaal één ontheffing per 15.000 inwoners verleend worden.
-Alleen aan winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk eet- of drinkwaar worden verkocht
Hoewel het een beperkte zondagsopening betreft past wat het CDA betreft toch terughoudendheid en wij zullen de motie daarom niet steunen. Ik zal u vertellen waarom niet:
Ten eerste is de gemeenschappelijke vrije zondag een rustpunt in de week en biedt zij in haar huidige Zeister vorm tegenwicht aan de toenemende economisering en individualisering van de samenleving. De zondag is in die zin een bijzondere dag waarop ruimte is voor (al dan niet religieuze) bezinning en waarop het immateriële aandacht krijgt. Een gemeenschappelijke vrije dag met aandacht voor familie vrienden, natuur en (sport)verenigingen.
Uiteraard houden we bij het maken van onze afwegingen ook oog voor de belangen van winkeliers, maar die belangen gaat verder dan alleen de belangen van het grootwinkelbedrijf.
Een zondagopenstelling voor supermarkten op basis van de avondwinkelbepaling blijkt in de praktijk namelijk een eerste stap te zijn op de glijdende schaal van de steeds verder gaande oprekking en liberalisering van koopzondagen. De aanwijzing van een toeristisch gebied komt in de praktijk namelijk vaak tot stand komt onder druk van supermarktketens die de zondagavondopenstelling alweer te beperkend vinden. Vervolgens dwingen die koopzondagen elders kleine winkels open te zijn om structureel klantenverlies te voorkomen. niet vanwege een hogere omzet. Onderzoek wijstuit dat met liberalisering van de koopzondag het aantal onafhankelijke kleine winkelbedrijven daalt,ook wanneer zij daarvóór een belangrijk marktsegment en/of niche hebben. Is dat wat we willen voor het toch al steeds eenzijdiger wordende winkelaanbod in Zeist, weinig onderscheidend met andere gemeenten in Nederland? Het kleinere (familie)bedrijf –vaak het cement van onze samenleving– lijkt de dupe te worden van een ruimere zondagsopenstelling. Daar tegenover staat ook nog eens dat grote ketens over het algemeen weinig bemoeienis hebben met inwoners of leefbaarheid binnen de gemeente. En dat brengt mij bij mijn laatste punt, namelijk de belangen van de omgeving.
Naast de belangen van kleine ondernemers en winkelpersoneel en de zondagsrust tellen belangen als leefbaarheid, veiligheid en openbare orde een belangrijke rol voor het CDA. Een ontheffing op de winkeltijdenwet kan worden geweigerd indien de woon- of leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel nadelig wordt beïnvloed door de openstelling van de avondwinkel. Ik denk dat we in Zeist niet eens moeten beginnen met een dergelijke ontheffing. Het coalitieakkoord tussen de indieners van deze motie zegt dat “De gemeente Zeist de ambitie heeft om de kwaliteit van de leefomgeving voor haar bewoners te verbeteren.” Een van de aandachtspunten daarbij is (geluids)overlast. Maar iedereen is het er over eens dat een geopende supermarkt bedrijvigheid met zich meebrengt; Bezoekers komen af en aan, parkeren de auto of fiets, de winkel dient bevoorraad te worden. De gebruikelijke hangplekken – een doorn in het oog van omwonenden – worden ingenomen en daarmee komt ook de afvalproductie op gang. Het contrast is op een zondag wanneer de andere winkels allemaal gesloten zijn nog veel groter. De zondagopenstelling zal verhoudingsgewijs dus meer inbreuk geven op de rust.
Kortom laten we die zondag nou koesteren als rustpunt en sociale ontmoetingsdag. Zodat we ons die andere zes dagen van de week weer volop kunnen storten op het produceren en – onze bijkans nationale hobby – consumeren.