Het CDA Zoeterwoude krijgt het verwijt met twee maten te meten. Jammer dat de twee horecaondernemers de boodschap van het CDA niet goed hebben begrepen.
Het CDA heeft de laatste 2 jaar misschien wel tienmaal in de raadzaal gesteld dat wij achter onze agrariërs staan. Net als in de rest van het land mogen "onze"agrariërs van het CDA naast het hebben van een boerderij hun activiteiten verbreden. De ene agrariër kiest voor het maken van kaas, de andere agrariër kiest voor het aanbieden van lezingen over het boerenleven. Als woordvoerder van het CDA heb ik steeds herhaald dat wij dit toejuichen, mits de activiteiten maar agrarisch-gerelateerd zijn.
Ik heb eerder gezegd dat het vieren van de tachtigste verjaardag van oma bij de agrariër geen agrarisch gerelateerde activiteit is. Immers men viert niet het feest in de boerderij om een agrarische activiteit maar omdat oma 80 jaar is geworden Het zelfde geldt voor het verzorgen van broodmaaltijden na een begrafenis. Daar is het CDA helder in.
Een agrariër die er voor kiest nevenactiviteiten bij zijn hoofdtaak te gaan doen kan er voor kiezen om bij deze nevenactiviteit koffie en thee te schenken . Dit heet dan formeel het aanbieden van ondersteunende en kleinschalige horeca. Ook dit laatste komt in Nederland zeer veel voor en dus ook in Zoeterwoude. Denk maar eens aan de koffiecorner bij Casba. Is Casba daarmee een restaurant geworden? Waar Zoeterwoude in verschilt met andere gemeenten is dat wij als politiek samen met het College dit netjes willen regelen in de diverse verordeningen. Dat laatste zijn wij nu aan het doen. Daarover hebben wij in de raad discussies. Volgens mij hoort dat zo en is het ook prima en ook noodzakelijk als de burgers zich mengen in deze discussie. Belangrijk is wel dat zij zich bij de feiten moeten houden en dat men niet door de emoties overmand men verzuimd om goed te luisteren.
Dat betekent dat diverse verordeningen in Zoeterwoude aangepast gaan worden. Ik durf te stellen dat wij in Zoeterwoude dan voorop lopen in Nederland.
Dat het CDA iedereen zou toestaan om alcohol te laten schenken is gewoon geen juiste weergave. Het CDA wil dat het Geertje en andere agrariërs zich aan de diverse verordeningen en de geldende bestemmingsplan en de daarbij horende vergunningen houden. In het bestemmingsplan gaan wij regelen wat wel en niet mag. Anders dan het College van B&W willen wij door heldere afspraken te maken het juist handhaafbaar maken. Zaken die al 30 jaar door het College worden gedoogd kunnen dan worden aangepakt. Dus het College past enige terughoudendheid als zij de vinger richt tegen de politiek. In het bestemmingsplan kan je dus regelen dat onder bepaalde voorwaarde het schenken van alcohol wel of niet mag. Het CDA Zoeterwoude is geen wereldvreemde partij. Wij begrijpen best als een groep mensen de hele middag op een boerderij is geweest om het boerenleven op te snuiven , men deze sessie beëindigd in beslotenheid met een drankje. Bij deze besloten gelegenheid mag van het CDA best een ander Zoeterwouds (helder en bruisend) product worden geschonken. Dat is wat anders als zouden wij toestaan dat op een terras bij een boerderij alcohol geschonken mag worden of dat op de website dit wordt aangeboden. Daar zijn wij als CDA op tegen Ik kan dit niet genoeg herhalen.
Het spanningsveld tussen horecaondernemers en bedrijven die ondersteunende horeca aanbieden is een gegeven, dus ook in Zoeterwoude. Een museum in Leiden biedt zalenverhuur aan met receptie mogelijkheden bij huwelijk e.d. en schenkt alcohol in het museumcafé. Dat willen wij dus niet in Zoeterwoude. Het zelfde museum heeft een winkel. Deze winkel is ook op zondag open en verkoopt bijvoorbeeld puzzels. Waarom mag deze winkel in het museum in Leiden wel alle zondagen open zijn en een winkel met agrarische producten in Zoeterwoude niet. De rode draad is als er maar ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit. Als de winkel van het museum in Leiden een hogere omzet zou draaien dan de reguliere inkomsten van de entree van de bezoekers dan kan gesteld worden dat de nevenactiviteit, de winkel de hoofdactiviteit is geworden en dat laat het bestemmingsplan niet toe. Immers het museum in dan een winkel geworden en geen museum meer.
Dit zelfde geldt bijvoorbeeld ook voor onze agrariërs. Nevenactiviteiten zijn in het bestemmingsplan toegestaan mits het nevenactiviteiten zijn Een agrariër die meer inkomsten heeft uit zijn nevenactiviteit dan zijn hoofdactiviteit van het zijn van boer, handelt in strijd met het bestemmingsplan. Zijn boerderij is geen boerderij meer maar een horecabedrijf en dat mag niet.
In Zoeterwoude gaan wij als politiek dit nu regelen waarbij als het aan het CDA ligt de zelfde maat voor een ieder geldt. Voor het bepalen waar de grens ligt tussen hoofd- en activiteit heb ik gevraagd aan het College om dit voor te leggen bij de wetgever. Dit is een zaak die in heel Nederland speelt. In dat kader heb ik gezegd dat wij in Zoeterwoude niet Roomser moeten zijn dan de paus door het in Zoeterwoude correct te regelen en in de regio de bedrijven alles wel mogen doen zonder enige wettelijke basis. Dat vind ik niet fair tegen over onze Zoeterwoudse ondernemers.
Als de heer Choufour geiten wil houden in zijn restaurant mag dat als dit een enkele geit is. Een enkele geit kan worden aangemerkt als huisdier. Het houden van huisdieren mag ook in Zoeterwoude. Wil hij meer geiten houden dan is afhankelijk van het aantal sprake van het hobbymatig houden van geiten of bedrijfsmatig. Als dit aan de orde is moet ook de heer Choufour voldoen aan het bestemmingsplan . Dat is de zelfde maat die geldt voor een agrariër en of elke andere ondernemer.