Coşkun Çörüz en Pieter Omtzigt
Spreek Rusland aan: dat is goed als dominee en als koopman
De Russische rechtstaat staat onder druk. De Russische staat wordt aan de lopende band veroordeeld voor mensenrechtenschendingen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Dat Hof biedt Russische burgers vaak de enige mogelijkheid om nog een beetje aan hun recht te komen. In Rusland zelf krijgen ze dit niet of nauwelijks. Dit heeft ook grote gevolgen voor buitenlanders die in Rusland leven en daar zaken doen.
De Russische advocaat Sergey Magnitsky stierf in november 2009 na 358 dagen voorarrest in een Russische cel. Hij verdedigde de belangen van zijn Amerikaanse opdrachtgever Hermitage Capital en ontdekte een fraude van honderden miljoenen door publieke dienaren in Rusland. In de gevangenis ontving hij nauwelijks medische hulp en stierf een zeer pijnlijke dood. Voor zijn onderzoek en zijn houding heeft Magnitsky postuum de mensenrechtenprijs van Transparancy International gekregen.
Achttien Amerikaans Senatoren, onder wie de zeer invloedrijke McCain en Lieberman, beiden oud-presidentskandidaat, hebben een initiatiefwet ingediend om sancties op te leggen aan de officials die betrokken waren bij zijn gevangenhouding en dood: zij krijgen dan geen visa meer en hun buitenlandse tegoeden worden geblokkeerd. Het Europees parlement heeft opgeroepen om gelijksoortige sancties op te leggen. En de huidige liberale minister van Justitie van Duitsland, Sabine Leutheusser-Schnarrenberger wilde al onmiddellijk in 2009 opheldering. Zij had al gepleit voor de vrijlating van Magnitsky, toen hij gevangen zat.
De juridische commissie van de Mensenrechtenwaakhond, de Raad van Europa, waarvan Rusland lid is, nodigt de Russen uit voor een hoorzitting in september of oktober om opheldering te krijgen, nu Rusland zelf maar zeer beperkt onderzoek doet. Wij vrezen dat zonder politieke druk niemand komt opdagen bij de hoorzitting en sommigen in Rusland eigenlijk hopen dat dit onderzoek doodloopt.
Het Nederlandse parlement heeft nu ook unaniem de motie- Çörüz aangenomen, die de Nederlandse regering aanspoort zich aan te sluiten bij de Amerikaanse senaat en het Europees parlement. Tot onze verbazing en teleurstelling ontraadde de liberale minister Rosental de motie omdat “..Een blokkade van tegoeden en visa zal op dit moment ook geen effect sorteren en de relatie tussen de Europese Unie en de Russische federatie niet bevorderen.” Volgens ons echter had dit een aangelegen moment geweest om een duidelijk signaal naar Rusland af te geven met het oog op de parlementsverkiezingen van 4 december aanstaande.
Wij geloven dat het in het Nederlandse belang is Rusland stevig aan te spreken op deze zaak. Veel Nederlandse bedrijven doen zaken met Rusland en Russische bedrijven, al of niet aan het Kremlin gelieerd, slaan hun vleugels uit in het Westen en maken daar 100% gebruik van de hier aanwezige rechtsbescherming. Tegelijk is er in eigen land sprake van wel erg weinig rechtsbescherming, ook aan buitenlandse bedrijven. Daar hebben Nederlandse ondernemers en organisaties ook last van, denk alleen maar aan de gang van zaken rond het miljardenproject Sakhalin-II, waarbij Shell bepaald niet netjes behandeld werd.
Het is een misvatting te denken dat Nederland door de andere kant op te kijken, zijn belangen dient als handelsnatie. Zeker nu zowel de VS als Europa zich keihard maken voor de zaak. Als Nederland hier nu ineens welbewust afstand van zou nemen, zou ook werkelijk niemand een Nederlands bedrijf helpen als het in de problemen komt met justitie in Rusland.
Zowel in de rol van dominee als in de rol van koopman moet Nederland Rusland aanspreken op deze zaak. Dat is goed voor Rusland en goed voor Nederland. Het strekt de minister tot eer als hij zijn beleid zou bijstellen door het overtuigend signaal van de Amerikaanse senaat, zijn Duitse college en het Europees parlement te volgen. De motie is immers Kamerbreed aangenomen. Doet hij dat niet, dan schiet Nederland zichzelf zowel in de rol van koopman als in die van dominee in de voet.
Coşkun Çörüz en Pieter Omtzigt zijn lid van de Tweede Kamer voor het CDA en respectievelijk rapporteur mensenrechten voor de OVSE en lid van de juridische commissie van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa