Schriftelijke vragen van de Leden Çörüz en Van Hijum (CDA) aan de Minister van Veiligheid en Justitie
Heeft de Minister kennis genomen van het feit dat RTV Oost beelden heeft uitgezonden (d.d. 21 december 2011) van drie inbrekers die hebben ingebroken in het pand van RTV Oost?
Is de Minister van mening dat inbrekers zelf risico nemen gefilmd te worden bij het plegen van een strafbaar feit en dat dit filmen dient ter voorkoming en opsporing? Zeker in het geval dit is bij een beveiligd bedrijfspand (waar in dit geval ook nog eens een tv-zender huist) waar beveiligingscamera’s aanwezig zijn?
Is de Minister van mening dat het belang van privacy van personen die weten dat ze gefilmd kunnen worden bij het plegen van een strafbaar feit en zelf iemands privacy schenden belangrijker dan het oplossen van dit feit?
Hadden de beelden mogen worden uitgezonden indien zij via de politie waren aangeleverd bij de zender? Zo ja, was de privacyschending van de inbrekers dan geen probleem geweest, terwijl wel dezelfde beelden zouden zijn uitgezonden?
Is de Minister van mening dat RTV Oost de beelden had mogen uitzenden? Zo nee, onder welke voorwaarden had het wel gemogen?
Is de Minister bereid te kijken naar het huidig wettelijk kader omtrent de bescherming van persoonsgegevens, aangezien er nu onduidelijk heerst over wat en niet is toegestaan?