Vragen van de Leden Cörüz en Van Toorenburg (CDA)
aan de Minister van Veiligheid en Justitie:
1.
Heeft de Minister kennis genomen van het bericht in het NRC Handelsblad[1] onder
de titel Taakstraf voor 'foute' hulpofficieren?
2.
Acht de Minister het een wenselijke gang van zaken dat de strafzaken tegen
de van valsheid in geschrifte/ fraude verdachte betrokken
hulpofficieren, is afgedaan door middel van een transactie,
aangeboden door het openbaar ministerie in plaats van een oordeel door een
strafrechter middels een openbare terechtzitting?
3.
Klopt het dat de transactie is aangeboden door het openbaar ministerie in
Maastricht en dat de betrokken hulpofficieren in datzelfde arrondissement
werkzaam waren?
Zo ja, wat vindt de Minister van deze gang van zaken? Was een beoordeling
van deze zaken door een ander arrondissementsparket niet beter
geweest?
4.
Is de Minister van oordeel dat met de (inmiddels aanvaarde) transactie kan
worden volstaan of worden ook arbeidsrechtelijke gevolgen aan de afdoening van
de zaken verbonden? Deelt de Minister de opvatting van het CDA dat in
beginsel voor de betrokken politiefunctionarissen hervatting van de taak als
hulpofficier niet meer wenselijk is?
5.
Kan de Minister aangeven in hoeveel zaken het onbevoegd handelen van
hulpofficieren heeft geleid tot consequenties voor strafzaken? Zijn hierdoor
strafzaken stukgegaan?