Aanvullende schriftelijke vragen van het lid Çörüz d.d. 17 januari aan de Minister van Veiligheid en Justitie opvolgend op de vragen van d.d. 2 november 2011 van het lid Çörüz
De Minister antwoordt d.d. 14 december 2011 op vragen van de heer Çörüz (d.d. 2 november 2011) dat hij daar niet op in kan gaan o.g.v. art 28 bij de beantwoording van de vraag of er sprake was van een onderzoek in het kader van de Wet Bibob, terwijl in het Haarlems Dagblad de Burgemeester van Haarlem bevestigd dat er is gebibobd. Hoe kan dit?
Kan de Minister bevestigen dat bij de opening van een coffeeshop er altijd sprake is van een Bibob procedure? Zo nee, waarom niet?
De burgemeester geeft aan dat dit onderzoek niet leidde tot een advies om de vergunningen in te trekken. Hoe is te verklaren dat uit een eerdere Bibobonderzoek niks boven water is gekomen, terwijl inmiddels blijkt dat betrokkene wordt verdacht van illegaal gokken, hennephandel en witwassen? Hoe kan het dat dit bij eerder onderzoek nog niet naar voren is gekomen?
In casu lijkt het dat er eerst een Bibob-onderzoek plaats vindt waaruit niks bewijsbaars komt, terwijl er tevens een politieonderzoek loopt/liep waaruit nu blijkt dat betrokkene wordt beschuldigd van illegaal gokken, hennephandel en witwassen. Kan de Minister aangeven of dit klopt? Kan de Minister ook aangeven of er na een Bibobonderzoek (permanente) ‘monitoring’ van betrokkene plaats vindt?