Terwijl hele wijken om mij heen in rap tempo oranje kleuren –en trouwens ook hele mensen, met oranje petten, oranje hoeden en oranje boa’s en oranje gezichten- stel ik tevreden vast dat het fijn is om met tenminste één onderwerp niets te hebben. Als politicus word je geacht van veel onderwerpen verstand te hebben, maar van één onderwerp heb ik geen snars verstand en dat is voetbal. Dat is altijd al zo geweest. Mijn familie is behoorlijk voetbal-gek en mijn zonen hebben jarenlang niet onverdienstelijk gevoetbald. Maar de glorie was niet aan mij besteed. Uiteraard wás ik er altijd als moeder en reed ik opgewekt de spelers met tassen vol ballen en bidons het hele land door. Nooit zal ik de vroege zaterdagochtenden vergeten, dat ik langs de lijn stond te rillen, terwijl de kou vanuit het bevroren grasveld ongenadig omhoog kroop door zelfs de dikste schoenzolen en ik wist dat ik de hele dag niet meer warm zou worden, hier kon geen hete chocolademelk tegenop. Of de keren dat ik door- en doornat geregend, door een volstrekt verregende en beslagen bril net het briljante doelpunt van mijn jongste miste…Maar ach, de glorie was toch niet aan mij besteed. Tot wanhoop toe hebben man en zonen getracht mij uit te leggen hoe het zit met de spelregels, maar zoiets als buitenspel…ik snáp het gewoon niet. Het wil er bij mij simpelweg niet in, hoe het zit met die laatste lijn voor het doel en die ene man die net voor of achter de man staat die het doelpunt maakt…
Als u nu denkt dat de komende weken voor mij als complete outsider zware weken zullen zijn: niets is minder waar. Ik geniet van de opgewonden en uitgelaten stemming (als we winnen tenminste) en van de weldadige rust op straat als we spelen Het was een prachtige gelegenheid geweest om verre vrienden te bezoeken –je rijdt er immers in ongekende vaart naar toe want er zijn geen files-, maar helaas willen die vrienden meestal wél voetbal kijken en komt mijn bezoek dus ongelegen.
Maar waar ik het meest van geniet is de intense onderlinge verbondenheid, van de eensgezindheid die zich meester van ons maakt. Als één man staan we achter onze jongens (sorry: de voetbalwereld is over het algemeen niet erg gender-sensitief). Het is een verbondenheid die ertoe leidt dat iedereen meteen een stuk aardiger is tegen elkaar en wat maakt dát het leven enorm veel aangenamer. Misschien dat je op dit soort momenten beseft wat we kwijt geraakt zijn, aan medemenselijkheid en wat dat betekent voor een samenleving als geheel maar ook voor ieder van ons als individu.
Als u dit leest hebben we een heftige verkiezingscampagne achter de rug. Op het moment dat ik dit schrijf, zit ik er nog middenin. Dagelijks vele debatten, fora en bijeenkomsten. Tijdens één van die fora kreeg ik de vraag voorgelegd in welk Europees land, afgezien van Nederland, ik het liefst zou willen wonen. Ik hoefde er niet lang over na te denken: het Nederland zoals ik dat leerde kennen toen ik er, vanuit Suriname eind jaren zeventig, kwam wonen. Het land dat zich kenmerkte als een gastvrij land, waarin men werkelijke belangstelling had voor elkaar en voor mensen die uit het buitenland kwamen. Nederland dat bekend stond als land van internationale solidariteit, een voortrekker op gebied van buitenlands beleid en één van de grondleggers van de Europese samenwerkingsgedachte als een gemeenschap van gedeelde waarden. In dat land wil ik wonen, dat Nederland zou ik graag terug hebben, in plaats van het Nederland dat naar binnen gericht is, niet over de dijk kijkt, dat mensen met een andere cultuur of religie allereerst als bedreiging ziet en dat in economische zware tijden geen oog heeft voor de noden van zwaksten, niet in binnen- en niet in buitenland. Een land waar niet alleen het onderling vertrouwen van de bevolking afneemt maar ook het vertrouwen in de politiek en de democratie.
Als u dit leest zijn de verkiezingen al achter de rug. Ik hoop dat de uitslag een stevige coalitie mogelijk maakt die in staat zal zijn de moeilijke financieel-economische maatregelen, die genomen moeten worden, ook daadkrachtig te nemen, maar met oog voor de zwakkeren in de samenleving.
Ik hoop van harte, dat als u dit leest, de Nederlandse deelname aan het WK nog niet achter de rug is.. dat zou namelijk erg droevig zijn, zo snel uitgeschakeld!
Ik hoop dat we kampioen worden. Ook al is de glorie aan mij niet besteed, wat zal ik genieten van de euforie en vooral van de saamhorigheid van alle Nederlanders!