Prinsjesdag wordt steeds vaker aangegrepen om bezinningsmomenten te organiseren. Ik herinner mij nog het opmerkelijk voorstel waarmee Seth Bempong, een Afrikaanse dominee die al jaren een grote migrantenkerk in Nederland leidt, nu meer dan tien jaar geleden kwam. Ik was toen nog algemeen secretaris van SKIN, Samen Kerk in Nederland, het samenwerkingsverband van migrantenkerken. Seth wilde rond Prinsjesdag een gebedsmoment organiseren in Den Haag. Christenen uit het hele land zouden op het Malieveld samen moeten komen om te bidden voor de Koningin, haar familie, de regering en de volksvertegenwoordiging. De opmerkelijke wens van Seth Bempong is waarheid geworden. Niet massaal op het Malieveld, maar in een Haags kerkgebouw komen christenen een week voor Prinsjesdag samen in de Kroonbede, om te bidden voor de Koningin, haar familie, de regering, nationaal en lokaal, en de volksvertegenwoordiging. Inmiddels is het traditie geworden om een week voor Prinsjesdag bij elkaar te komen in de Waalse kerk.
Ook dit jaar was ik erbij. Het was een mooie dienst, waarin voorgangers van verschillende migrantenkerken een rol hadden, soms zelfs in de eigen taal, zoals Ds Choi Wai Hung van de Chinese Kerk Geloof, Hoop en Liefde .(uiteraard volgde er daarna wel vertaling).
Er waren ook getuigenissen, van mensen die vertellen hoe ze het gebed voor de overheid in praktijk waarmaken. Daarbij ging het om het belang van zichtbaarheid en herkenbaarheid, als mensen die vanuit een bepaalde (religieuze) overtuiging in het leven staan.
Dat deed mij denken aan een bijzondere bijeenkomst waar ik de avond daarvoor was. De EO had mij uitgenodigd voor een debat à la Knevel en Van den Brink. Daarbij interviewden de echte Van den Brink, Knevel was verhinderd en werd vervangen door Elsbeth Gruteke. We zaten aan de bekende tafel, het werd niet uitgezonden, maar er was wel een volle zaal.
Het debat ging over ontwikkelingssamenwerking en over het werk van Stichting Compassion, een organisatie die zich inzet voor Christian Leadership in ontwikkelingslanden. Dat doet men door onderwijs mogelijk te maken. Bedrijven maar ook individuele personen kunnen een kind financieel adopteren om haar of zijn studie mogelijk te maken. De uitblinkers krijgen de kans aan een lokale, erkende universiteit te studeren. De studenten worden regelmatig bij elkaar geroepen om zich te scholen en trainen in Christelijk Leiderschap. Een mooi programma, omdat het inzet op dat wat het allerbelangrijkste is om ontwikkeling mogelijk te maken: namelijk onderwijs. En tot mijn tevredenheid stel ik vast dat steeds meer mensen inzien dat ook in ontwikkelingslanden onderwijs verder moet gaan dan het basisonderwijs alleen. Juist daar kan voortgezet-, beroeps-, maar ook hoger- en zeker universitair onderwijs een wezenlijk verschil maken. Om ontwikkelingssamenwerking écht tot een succes te maken, is het voorwaarde dat datgene waar men op inzet, werkelijk de diepgevoelde wens van de lokale bevolking is. En om dat scherp te definiëren, heb je lokaal hoogopgeleide, onafhankelijk denkende mensen nodig. Ik heb er dan ook in de Kamer voor gepleit dat we het budget voor onderwijs binnen ontwikkelingssamenwerking (15% van het ontwikkelingsbudget geven we uit aan onderwijs) ook besteden aan hoger en universitair onderwijs. Ik heb er uiteindelijk een Kamermeerderheid voor weten te krijgen.
Geen wonder dat ik enthousiast was aan die tafel bij Gruteke en Van der Brink!
Toch kwam ook de vraag aan de orde in hoerverre het nu echt wenselijk is, om, bijvoorbeeld in Afrikaanse en Aziatische landen, mensen heel specifiek op te leiden tot christelijke leiders. Is dat niet te neo-koloniaal en paternalistisch? was de vraag.
Zelf ben ik van mening dat werkelijk leiderschap gebaseerd moet zijn op visie en ruimte. Een visie die de weg wijst, maar nooit dwingend is, die ruimte laat voor eigenheid aan iedereen. Ook Christelijk leiderschap dient aan die voorwaarde te voldoen, wil het effectief zijn. Daarom kan het, als het echt leiderschap is, nooit neo-koloniaal of paternalistisch zijn.
Daar komt bij dat juist de drive van een religie maakt dat mensen in hun gemeenschappen veroorzakers van positieve verandering kunnen zijn. Ik heb het zelf gezien in Chili en Brazilië. Mensen die zich bekeerden gingen een zichtbaar ander leven leiden: niet meer drinken, niet meer roken, geen huiselijk geweld meer….zichtbaar en herkenbaar christelijk leider zijn hoeft zeker niet paternalistisch te zijn. Zolang het niet dwingend en beperkend is en ruimte laat voor eigenheid.
Mensen die zichtbaar en herkenbaar staan voor datgene waarin zij geloven, zijn een verrijking voor iedere gemeenschap.
Net zoals de overtuiging van Seth Bempong, er nu -meer dan tien jaar later- voor zorgt dat één week voor Prinsjesdag politici en vele anderen bij elkaar komen voor inspiratie en kracht om weer een heel politiek jaar lang zichtbaar, herkenbaar en bezield hun werk te doen.