Ik ben geboren op 19 oktober 1956 in Arnhem. Ik woon in het centrum van Arnhem. Sinds augustus 1976 werk ik bij de politie. Mijn huidige functie is hoofd van de afdeling Internationaal Politie Onderwijs van de Politieacademie. Mijn rang is commissaris en mijn academische achtergrond is criminologie. In mijn functie vertegenwoordig ik Nederland in de bestuursraad van de Europese Politieacademie en ben ik verantwoordelijk voor andere vormen van internationale samenwerking zoals landenprogramma’s en missie’s. Ik werk dus, ook in het belang van Nederland mee aan een Europees veiligheidsbeleid. Voorafgaand aan deze functie was ik 9 jaar voorzitter van de Vereniging van Middelbare en Hogere Politieambtenaren. In die hoedanigheid onderhandelde ik met 3 verschillende ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de arbeidsvoorwaarden van de sector politie; ook dat was een geweldige baan. Daarvoor was ik trainer / adviseur op het gebied van internationale veiligheidsvraagstukken en heb ik 5 jaar bij de gemeente Eindhoven in de politiepraktijk gewerkt. Het CDA heeft (weer) een uitstekend verkiezingsprogramma. Ik vind het pleidooi de wijze waarop de economische en financiele crisis wordt aangepakt solide en vertouwenwekkend. Daarnaast zijn de voorstellen m.b.t. andere belangrijke thema’s zoals veiligheid, onderwijs en innovatie verbeteringen.
Ik heb vele hobby’s. Op de eerste plaats komt mijn omgang met naaste familie en mijn uitgebreide vrienden- en kennissenkring. Voorts tennis ik graag. Lezen is eveneens een favoriete bezigheid. Ik volg op dit moment een cursus Spaans en ik ga graag, maar niet vaak, uit. Een avondje Vitesse is prachtig. Ik ben niet foutloos of zonder gebreken. Een minder goede eigenschap is dat ik soms wat ongedurig en drammerig kan zijn, overigens in een mate die, naar men zegt, zeer draaglijk is.
Opleiding en werk
Direct na de middelbare school (Katholiek Gelders Lyceum, in Arnhem) ben ik in dienst getreden bij de politie. De eerste vier jaar betekende dat het volgen van de opleiding tot inspecteur van politie aan de Nederlandse Politieacademie te Apeldoorn. Deze beroepsopleiding bleek naast een goede praktijkvoorbereiding ook nog eens een uitstekende basis voor een doctoraal studie Criminologie aan de katholieke universiteit van Leuven die ik afrondde in 1985. Inmiddels werk ik alweer bijna 34 jaar bij de politie. In die tijd heb ik een veelheid aan functies vervuld. De eerste jaren in de praktijk zag en leerde ik hoe moeilijk goed politiewerk is. Politiewerk confronteert je veelvuldig met leuke en minder leuke situaties waarin mensen hevige emoties doormaken. Een politievrouw of politieman voelt dan de druk om in die situaties de stabiele en doorpakkende factor te zijn. In die zin zijn er wel overeenkomsten met mensen die werken in de zorg. Wat moeilijk is, en wat vraagt om professionaliteit, is dat je altijd redelijk moet blijven. Dat moet, zult u zeggen, ook in andere beroepen, en dat is waar. Bij de politie moet je echter altijd redelijk blijven, zelfs als anderen dat niet zijn, en precies hierin schuilt het verschil met vele andere beroepen die ongetwijfeld weer hun eigen specifieke uitdagingen hebben. Hoe dan ook, ik vond dit werk, leidinggeven aan operationeel politiewerk uitdagend en leerzaam. Overigens draai ik nog wel eens mee in de politiepraktijk, maar dit gebeurt niet vaak.
Vanaf het midden van de jaren 80 heb ik, gesteund door hetgeen ik in Leuven had geleerd, een begin gemaakt met werken in een internationale omgeving.
Eerst gebeurde dat in samenwerkingsconstructies met de Politieacademies in Engeland, Duitsland en Frankrijk en later via intensieve projectactiviteiten ten behoeve van jonge democratieën. Niet iedereen weet het of realiseert het zich, maar de kwaliteit van het openbaar bestuur in Nederland is prima. Het CDA als bestuurspartij kan wat mij betreft een groot deel van waardering hiervoor opeisen. Ik weet wel dat nog steeds een hoop te verbeteren valt, maar zodra je kunt vergelijken, en dat kan ik, wordt je oordeel milder. Dit is de reden dat Nederland vaak om hulp wordt gevraagd bij de opbouw van zo’n jonge democratie. Omdat politiezorg natuurlijk een kerntaak van een staat is, is de opbouw van een politieapparaat vaak een prioriteit in die landen. In dit werk heb ik tamelijk veel ervaring. Concreet betekent het dat ik ontwerpen van politiewetten heb beoordeeld, dat ik cursussen heb gegeven en geleid en dat ik invulling heb gegeven aan vernieuwing van politieonderwijs. Ik heb daarnaast veranderingsprocessen geïnitieerd en begeleid. Deze taken brachten en brengen me, nog steeds, over de hele wereld. Namens Nederland, de Verenigde Naties, de Raad van Europa of de Europese Unie werkte ik in Ethiopië, Armenië, China, Argentinië, Indonesië, Zuid-Afrika en nog vele andere landen. Dit soort projecten maken mij telkens weer duidelijk hoe belangrijk het is dat je een samenleving op democratische principes inricht. Daarom is het werk in Afghanistan waar op dit moment een van mijn directe collega’s verantwoorderlijk is voor de opbouw van een politieopleidingssysteem ook zo belangrijk. Democratische principes zoals waarborg voor mensenrechten, intomen van macht door functiescheiding, persvrijheid, overleg, politie en leger ondergeschiktheid aan een bestuur en dergelijke. zijn heel erg belangrijk. Juist het CDA heeft hier van oudsher veel aandacht voor.
Van 1997 tot 2006 was ik voorzitter van de Vereniging van Middelbare en Hogere Politieambtenaren (VMHP). De VMHP is één van de vier politiebonden in Nederland die toegang heeft tot het arbeidsvoorwaardenoverleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze werkzaamheden verrichtte ik naast het hiervoor beschreven werk. In deze tijd heb ik politiek gevoel kunnen ontwikkelen. ‘Micro details en Macro bedragen’ is een mooie typering van de aard van het arbeidsvoorwaardenoverleg. Daarnaast stond ik hogere politieambtenaren bij als belangenbehartiger, als die om wat voor reden dan ook in conflict waren, of dreigden te komen met hun werkgever. Een fascinerende tijd, waarbij ik het mede leiding geven aan vakbondsacties (met soms 15000 actievoerders) het meest verantwoordelijke werk vond. Het was echt wikken en wegen: hoe ver kunnen we gaan, hoe zou een bestuursrechter oordelen, wat is onze machtsbasis, hoe vertellen we het de achterban, hoe houden we de kosten beheersbaar, hoe win je publieke sympathie en wanneer verspeel je die, hoe hou je zaak goed in de hand. Overigens ging het bij de VMHP lang niet altijd over arbeidsvoorwaarden. ook vragen als: hoe vergroot je de professionaliteit van politieleiderschap, hoe ga je geweld tegen de politie en andere hulpverleners aanpakken, hoe maken we de organisatie meer divers, hoe creëren we mobiliteit en dergelijke.
CDA
Ik ben vanzelfsprekend een trouw CDA-stemmer. Ik voel mij uitstekend thuis binnen de partijbeginselen. Ze zijn zonder dat ik ze vaak noem leidend voor mijn leven en werk. Dat geeft aan hoezeer ik ermee verweven ben. In die zin zijn ze mij tot steun bij de dingen die ik doe. Mijn frequente uithuizigheid maakt het niet goed mogelijk om naast mijn werk veel andere dingen te doen. Niettemin heb ik actief kunnen bijdragen aan de Arnhemse CDA afdeling. Ik was kandidaat raadslid bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen en actief bij het folderen ten tijde van verkiezingen. Vorig jaar was ik kandidaat voor het Europese Parlement en heb ik intensief meegedaan aan de campagne hiervoor. Ik maak deel uit van de programma commissie onder leiding van Ferdinand Grapperhaus voor de verkiezingen van 9 juni. Je moet iets goed doen of niet. Daarom ben ik bereid om ten behoeve van het lidmaatschap van de Tweede Kamer mijn prachtige carrière bij de politie terzijde te schuiven.
Maatschappelijke activiteiten
Ik heb een aantal maatschappelijke activiteiten vervuld. Ik ben jarenlang lid en voorzitter geweest van de stichting Bedrijfspastoraat van het bisdom Utrecht. Een hele leuke bestuurlijke ervaring! Voorts heb ik meegewerkt aan de opbouw van parochie de Wijngaard in Arnhem. Daarnaast heb ik zitting gehad in de begeleidingscommissie van hotel ‘De Nacht’, een nachtopvang voor dak- en thuislozen in het centrum van Arnhem. Tevens maakte ik jarenlang deel uit van de technische commissie van Tennisvereniging Rozendaal. In deze commissie was ik druk met de organisatie van toernooien. Sinds vorig jaar heb ik zitting in het dagelijks bestuur van het “Informations und Bildungs Zentrum Schloss Gimborn” Dit is een internationaal opleidingscentrum voor politieambtenaren in Gimborn, een klein dorp in de buurt van Keulen.
Hobby’s
Ik kan mij niet een leven voorstellen zonder sport. Passief door Studio Sport te kijken (ik ben blij dat dit programma weer bij de NOS terug is) of door af en toe naar Vitesse te gaan; altijd leuk. Actieve sportbeoefening in de vorm van fietsen. In de winter ga ik minstens een keer per maand en in de zomer een keer per week op de fiets naar mijn werk in Apeldoorn. Verder doe ik aan fitness en tennis ik op een bescheiden niveau.
Lezen verschaft mij veel genoegen. Ik houd van biografieën, van romans en van studieboeken. Van elke categorie willekeurige voorbeelden. De biografie van Hitler’s Minister van bewapening Albert Speer vond ik goed geschreven. Met name het gedeelte dat gaat over de vraag hoe Speer ondanks zijn bijdragen aan een gruwelijk systeem ontsnapte aan de doodstraf in Neurenberg. Kernvraag was, of hij nu wel of niet precies wist wat zich rondom de Holocaust afspeelde. De auteur toont aan dat Speer meer wist dan hij deed voorkomen. Toch kon de auteur, Gitta Sereny, niet bewijzen dat Speer alles wist. Vandaar dat de subtitel van de biografie is ‘Verstrikt in de waarheid’ prachtig geformuleerd en prachtig gedocumenteerd. Terecht is Jolanda Withuis bekroond met een literatuurprijs voor haar boek over het leven van Pim Boellaard, verzetsheld in de tweede wereldoorlog. Een prachtig document waarin kristal helder wordt hoe “moed”, “persoonlijkheid” en “charisma” tot leven komen in grimmige omstandigheden.
Tot de laatste romans die ik heb gelezen behoorden ‘Nachttrein naar Lissabon’ van Zwitser Pascal Mercier en ‘De schaduw van de wind’,van de Spaanse schrijver Carlos Ruiz Zafón . Zeer ontroerend, boeiend van de eerste tot de laatste bladzijde en onovertroffen in het in diepte duiden van gevoelens en emoties. Mijn laatste leerboeken gingen over Spaanse grammatica en Europees recht.
Op Internetradio heb ik inmiddels vele favoriete radio zenders geslecteerd. Uit Argentinië nam ik zeer ontspannende Tango lounge muziek mee. Van vrienden kreeg ik een mmoie CD van Cris Botti, oud trompetist van Sting. De bij mij altijd wel aanwezige drang om nieuwe dingen te leren heeft bijvoorbeeld geresulteerd in basiskennis Spaans (recent) en het diploma vakbekwaamheid cafébedrijf (niet recent).
Lekker koken en eten zijn ook hobby’s van mij. Rauwe vis (shasimi) is een delicatesse. Franse cognac, goed getapt bier en goede wijn zijn dat, mits matig geconsumeerd, ook.