Het Oogziekenhuis in Rotterdam laat de OK-teams dezelfde trainingen volgen als cockpitbemanningen van een vliegtuig om te oefenen blindelings op elkaar te vertrouwen en tegelijkertijd elkaar voortdurend op het handelen aan te spreken. Enkele weken geleden kwam in het nieuws dat in het AMC veel minder mensen overlijden tijdens of vlak na een operatie, omdat men een lijstje met veiligheidsvoorschriften systematisch afvinkt.
Het Oogziekenhuis in Rotterdam laat de OK-teams dezelfde trainingen volgen als cockpitbemanningen van een vliegtuig om te oefenen blindelings op elkaar te vertrouwen en tegelijkertijd elkaar voortdurend op het handelen aan te spreken. Enkele weken geleden kwam in het nieuws dat in het AMC veel minder mensen overlijden tijdens of vlak na een operatie, omdat men een lijstje met veiligheidsvoorschriften systematisch afvinkt.
Enkele weken daarna meldde Nivel[1] dat de potentieel vermijdbare schade bij ziekenhuispatiënten nog niet is gedaald tussen 2004 en 2008. Voor een deel toe te schrijven aan de grotere aandacht die aan veiligheid gegeven wordt, maar toch.
Vorig jaar kwam Nivel met het bericht dat menselijk falen de meest voorkomende oorzaak is van onveilige situaties voor patiënten op de Spoedeisende Eerste Hulp. Een kwart hiervan is te wijten aan gebrekkige samenwerking tussen de SEH en andere afdelingen (het laboratorium bijv). Ditzelfde beeld, nl. gebrek aan samenwerking tussen gynaecologen en eerstelijnsverloskundigen schijnt een belangrijke rol te spelen bij de hoge babysterfte.
Kortom, het wemelt van de signalen dat er aan vermijdbare, onwenselijke situaties nog een wereld te winnen is.
De eerste stap is openheid en een kritische houding t.o.v. het eigen functioneren. Bovengenoemd onderzoek was mogelijk omdat 20 ziekenhuizen openheid van zaken gaven. Hulde daarvoor. Bovendien blijkt Nederland één van de weinige landen te zijn die systematisch vervolgonderzoeken naar vermijdbare schade doet. Wie meet, die weet.
In toenemende mate zien werkers in de gezondheidszorg ook het belang in om incidenten en bijna-incidenten te melden. Juist daardoor kun je in kaart brengen waar de risico’s liggen en waar verbeteringen mogelijk zijn.
Onze gezondheidszorg is van hoogwaardig niveau. Patiënten met complexe problematiek kunnen goed geholpen worden, maar dan moet alles zonder haperingen verlopen. Ingewikkelde medische technologie maakt veel mogelijk, maar het vereist deskundigheid en discipline om veilig te werken. Hetzelfde geldt voor nieuwe, veelbelovende medicijnen.
Er komen, kortom, steeds meer redenen om extra alert te zijn op patiëntveiligheid. In deze gevallen is er waarschijnlijk wel een alerte houding: een moeilijke patiënt, een ingewikkelde machine en nieuwe medicijnen houden de zorgverlener wel scherp.
Het lijkt er op dat het grootste deel van de vermijdbare schade zit in overdrachtsmomenten, in organisatorische haperingen, in gebrek aan samenwerking, in intermenselijke relaties dus. Waar mensen werken, worden fouten gemaakt, maar 1960 overleden patiënten (2008) ten gevolge van potentieel vermijdbare schade vind ik erg veel.
Dat kan aan van alles liggen. Een OK-assistent durft een chirurg niet aan te spreken, een telefoontje van een verloskundige naar de gynaecoloog wordt niet of te laat beantwoord. Voorgeschreven protocollen worden niet consequent toegepast etc.
Ik houd geen pleidooi voor meer protocollen, maar wel voor gezond verstand en een open kritische houding naar het eigen functioneren en de ingesleten gewoonten.
De echte verbeteringen gebeuren alleen op de werkvloer. Best practices laten dat ook zien: het UMC Maastricht heeft het aantal medicatiefouten gereduceerd door een nieuwe manier van werken met een apothekersassistent op de afdeling en een barcode gerelateerd aan de patiënt.
Zolang zo’n groot percentage van potentieel vermijdbare schade wordt veroorzaakt door organisatorische missers en gebrekkige samenwerking lijkt het mij voor de hand te liggen om daar eerst veel energie aan te besteden.
[1] Monitor Zorggerelateerde schade 2008. Dossieronderzoek in Nederlandse ziekenhuizen. Nivel, november 2010
tekst uitgesproken op 5 november 2010 tijdens de najaarsconferentie 'zorgeloos platteland' van Zorgbelang Drenthe
“Het bestuur zal worden georganiseerd vanuit de principes ‘Je gaat erover of niet’en ‘Je levert tijdig’.” Zo begint de paragraaf in het regeerakkoord over het bestuur van Nederland. Sleutelbegrippen zijn decentralisatie en taakverschuiving met inachtneming van de kerntaken van de verschillende overheidslagen en vermindering van regeldruk.
Bij ombuigingen van € 18 miljard is het onontkoombaar dat ook het bestuur daaraan een bijdrage levert. Tegelijkertijd geldt het adagium geen bezuiniging zonder visie.
Die visie vinden we terug via de eerder genoemde sleutelbegrippen. Een korte verkenning van het regeerakkoord.
‘Hoe zeldzamer, ingewikkelder, innovatiever een behandeling is, hoe groter de noodzaak deze behandeling te concentreren in een paar (top) ziekenhuizen’, aldus het Regeerakkoord. Wij hebben gelukkig in Nederland specialisten en ziekenhuizen die dergelijke behandelingen op verantwoorde wijze kunnen verrichten. Dan kan niet elke medisch specialist of elk ziekenhuis. We hebben ook veel ziekenhuizen in Nederland die heel goede basiszorg kunnen bieden, die dichtbij mensen zijn, gemakkelijk bereikbaar zonder al te grote reisafstand. We moeten het beste van die werelden verenigen.
We kunnen alleen van goede zorg spreken wanneer de juiste zorg wordt geleverd. Niet teveel, niet te weinig, op de juiste plaats, zonder wachttijden en tegen een betaalbare prijs. Bij goede zorg verleent de zorgaanbieder die zorg die het antwoord is op de specifieke zorgvraag van de patiënt. Met een doelmatig inkoopbeleid spoort de zorgverzekeraar de zorgaanbieder daartoe aan. Vandaar de keuze voor vraagsturing in de zorg. Aanbodsturing sluit niet aan bij de vraag: er is of een te groot aanbod van zorg of juist een tekort. Slecht voor de patiënt en voor de beheersbaarheid van de kosten in de gezondheidszorg.
(Bron: www.skipr.nl )
Voor mij is de essentie van gezondheidszorg de zorgvraag van de patiënt en het antwoord van de gezondheidszorg op deze vraag.
Met de invoering van de Zorgverzekeringswet (2006) is de stap gezet naar een vraaggestuurd zorgstelsel. Hetzelfde geldt voor de AWBZ-zorg met de introductie van de zorgzwaartepakketten. ‘De zorgvrager centraal’, zo luidt het adagium. Dat is echter makkelijker gezegd dan gedaan, want een systeem is niet zomaar omgetoverd van aanbodgericht tot vraaggestuurd. Het vereist een grote flexibiliteit van zorgaanbieders als zij hun organisatie niet langer vanuit het aanbod kunnen sturen, maar afhankelijk zijn van de zorgvraag. Die kan fluctueren en is dus een onzekere factor voor de bedrijfsvoering.
We zien dat terug in de manier waarop verpleeg- en verzorgingshuizen worstelen om hun organisatie af te stemmen op de ZZP-financiering. En we zien dat terug in de moeizame manier waarop contracten tussen ziekenhuizen en zorgverzekeraars tot stand komen. In toenemende mate betrekken zorgverzekeraars patiëntenorganisaties bij de zorginkoop. Zo hoort dat ook als de zorgvraag centraal staat.
‘Drenthe blijft Drenthe’. Met deze actie komen CDA Tweede Kamerleden Margreeth Smilde en Jan Mastwijk, en Henk Klaver, fractievoorzitter in de Drentse Staten, op voor de belangen van de provincie Drenthe. De CDA’ers spreken zich hiermee uit tegen de plannen van sommige politici om provincies samen te voegen. ‘Een bespottelijk idee’, aldus Smilde. ‘Provincies zijn van essentieel belang voor de bestuurlijke inrichting van Nederland. Daarom vragen wij iedereen om op www.drentheblijftdrenthe.nl onze petitie te ondertekenen’. De Drentse CDA’ers zijn boos op politici die pleiten voor het samenvoegen van provincies en vinden dat de kracht van de provincie wordt miskend. Daarom lanceren ze op de site tien redenen om de petitie te tekenen. Ze wijzen op de balans tussen het provinciaal bestuur en de 12 Drentse gemeenten. ‘Samenvoegen tot één provincie lijkt wel aardig maar de bestuurlijke lijnen worden zo lang dat weer snel een extra hulpconstructie er tussenin nodig wordt. En dat willen we niet’, zegt Henk Klaver.
Jan Mastwijk is ook heel stellig: ‘We willen in Drenthe zelf beslissen over de woningbouw. En of er in Drenthe wel of niet meer windmolens moeten komen. We zijn trots op onze natuur, onze boeren, ons TT-circuit, onze Luchthaven Eelde, onze Fiets 4Daagse, onze VAM-berg en onze knieperties’.
In de visie van de CDA-ers hoort de verantwoordelijkheid zo dicht mogelijk bij de mensen te liggen. Hierbij is de rol van de provincies van groot belang. Het CDA wil de uitvoerende taken van de provincies uitbreiden, zoals in het nieuwe verkiezingsprogramma te lezen valt. Taken op gebied van infrastructuur, ruimtelijke ordening en regionaal economisch beleid, zoals het onderhoud van de N-wegen of de Dienst Landelijk Gebied, kunnen best worden overgedragen aan de provincies. ‘Dit betekent maatwerk voor de inwoners van de provincie’, aldus Margreeth Smilde.
In de provincies Groningen, Friesland, Overijssel, Limburg en Zeeland gaan identieke sites de lucht in.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen leverde niet alleen de uitslag gespreksstof op, maar ook het verkiezingsproces zelf. Voor het eerst sinds jaren werden raadsleden weer gekozen doordat de kiezers met een rood potlood een vakje kleurden op een stembiljet.
Klik hier voor het hele artikel
Een student was getuige van een ongeval waarbij een hoogbejaarde automobilist een fietser aanreed. In afwachting van de hulpdiensten bood hij de gewonde fietser aan dat ze in zijn auto mocht gaan zitten. Desgevraagd vertelde de vrouw dat ze last van haar nek had, waarop de brandweer het dak van de auto zaagde om de vrouw eruit te kunnen tillen. De WA verzekering van de vrouw gaf niet thuis toen de student hier verhaal kwam halen: “De schade valt buiten de dekking…. Heel vervelend. Best begrijpelijk dat de jongeman dat aanbod deed, gezien de heftigheid van de gebeurtenissen. Maar ons advies: niet doen”. Wordt actief burgerschap ontmoedigd?
Apothekers lopen te hoop tegen het nieuwe geneesmiddelenbeleid, medische specialisten worden gekort vanwege budgetoverschrijdingen en huisartsen moeten € 60 miljoen zien “in te verdienen”. De kosten van de gezondheidszorg zijn hoog en verdere stijging lijkt onvermijdelijk. Maar bij wie belandt uiteindelijk de rekening?
Uit het onderzoek over de zorg van het Dagblad van het Noorden, kwam het ook weer naar voren: over marktwerking in de zorg wordt negatief gedacht. Voor velen is marktwerking een ander woord voor alles wat er mis gaat in de zorg. Maar wat betekent dat eigenlijk, marktwerking in de zorg?
De dienstverlening van de overheid aan de burger moet beter en kan beter. Iedereen kent de ergernissen: een lange rij voor een loket en waarom gaat er geen tweede loket open? Formulieren met onbegrijpelijke teksten die je moet invullen om bijzondere bijstand te krijgen of een zorgvoorziening. Telefonisch van het kastje naar de muur gestuurd worden. Ach, u kent het wel. In deze krant was in het najaar van 2008 te lezen dat mensen inkomensondersteuning misliepen, omdat ze de formulieren te moeilijk vonden om in te vullen. Naar aanleiding hiervan heb ik schriftelijke vragen gesteld en gevraagd voorrang te geven aan aanvraagformulieren die mensen recht geven op financiële vergoedingen. Vorige week heeft de Kamer hierover met de staatssecretaris gesproken, komende week volgt nog een kort plenair debat.
In de provincie Drenthe verloopt de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) soepel. Hoewel sommige gemeenten problemen hebben om de zaak financieel sluitend te krijgen. Door een proactief beleid waren de gemeenten goed voorbereid. Dat constateert CDA-kamerlid Margreeth Smilde uit Eelde.
De afgelopen weken stond het arbeidsverlof volop in de belangstelling door het initiatiefvoorstel Vaderverlof van GroenLinks en de aanbevelingen van de commissie-Bakker om meer en langere arbeidsparticipatie te bevorderen. Meer arbeidsparticipatie van mannen én vrouwen heeft consequenties voor gezinnen, schrijft CDA-Kamerlid Margreeth Smilde. Werk en zorg voor kinderen moeten goed gecombineerd kunnen worden. Volgens haar zijn kinderen niet alleen een 'hobby' van hun ouders, maar ook belangrijk voor de toekomst van onze samenleving.
Met 10 spoeddebatten en minstens één motie van afkeuring in de week neemt de inflatie van deze parlementaire instrumenten met sprongen toe. Inmiddels wordt er vrijdags in de ministerraad de balans opgemaakt: wie te weinig naar de Kamer is geroepen voor een spoeddebat, telt niet meer mee. In de Kamer zelf wordt op dezelfde manier het toppunt dan wel dieptepunt van de week vastgesteld. Welnu, deze week was mevrouw Kant (SP) de onbetwiste winnaar.