Vragen van de leden Schinkelshoek en Smilde (beiden CDA) aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over onregelmatigheden bij de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam. (Ingezonden 9 maart 2010)
1. Is de staatssecretaris bekend met gesignaleerde onregelmatigheden bij de verkiezingen voor de gemeenteraad in Rotterdam op 3 maart?
2. Heeft zij een (eerste) oordeel over wat zich op enkele stembureaus in Rotterdam heeft afgespeeld? Heeft zij zicht op de aard en omvang van de onregelmatigheden? Is zij door of vanwege de burgemeester geïnformeerd?
3. Kan de staatssecretaris verklaren hoe zich de onregelmatigheden hebben kunnen voordoen? Waren de leden van het stembureau voldoende geïnstrueerd? Is er bijtijds teruggekoppeld naar het centrale stembureau? Is er naar haar oordeel actief (genoeg) opgetreden?
4. Heeft de staatssecretaris (wettelijke) mogelijkheden tot correctie? Kan zij eventueel een hertelling voorschrijven? Of zelfs een nieuwe verkiezing? Zo nee, is zij bereid - in het kader van de voorbereiding van wetgeving over herinrichting van het verkiezingsproces - uitdrukkelijk mogelijkheden voor ingrijpen of zelfs correctie te overwegen? Verdient het geen aanbeveling om in elk geval de Kiesraad een expliciete rol te geven?
5. Is de staatssecretaris meer van dit type onregelmatigheden bekend? Ook op andere plaatsen in het land?
6. Is de staatssecretaris bereid de Kamer op zo kort mogelijke termijn te informeren over de gang van zaken in Rotterdam, vergezeld van een grondige evaluatie? Inclusief te nemen maatregelen. Ook om te voorkomen dat zich een herhaling voordoet bij volgende verkiezingen?