gegeven aan het draagkrachtbeginsel in de inkomstenbelasting. Dat impliceert dat eenieders mogelijkheid om zijn of haar steentje bij te dragen aan de collectieve lasten wordt bezien met inachtneming van zoveel mogelijk subjectieve relevante omstandigheden die zijn draagkracht bepalen.
Nu het huidige progressieve belastingstelsel in de praktijk sterk proportioneel uitpakt, vooral door de aftrekposten en de mogelijkheden tot arbitrage, is het de vraag of een progressief stelsel nog wel tegemoet komt aan het uitgangspunt dat de sterkste schouders de zwaarste lasten behoren te dragen. In de praktijk wordt dat ideaal niet bereikt. Aan de andere kant werkt een onverkort proportioneel tarief degressief en doet het geen recht aan de notie dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dienen te dragen. Het voornoemde uitgangspunt kan dus niet worden vormgegeven door een flat rate tax zonder meer.
Het invoeren van een vlaktax zal gepaard moeten gaan met flankerende maatregelen. Niet alleen ter compensatie van nadelige inkomenseffecten en draagkrachteffecten, maar ook - wanneer het tarief beneden het huidige effectieve tarief wordt vastgesteld - ter financiering van gederfde belastingopbrengsten. Deze flankerende maatregelen dienen zodanig te worden afgewogen en op zo een manier tegen het vlaktax-tarief te worden afgezet, dat een goede mix ontstaat. Alledrie de elementen moeten tot hun recht komen: een aantrekkelijk tarief, een budgettair-neutrale financiering en evenwichtige inkomensverhoudingen.
Verwante rapporten:
2009 - EEN SOCIALE VLAKTAKS