Steeds duidelijker wordt dat het huidige stelsel van loon- en inkomstenbelasting voor verbetering vatbaar is. Het loonstrookje is voor veel werknemers een doolhof en de uitvoering van wet- en regelgeving gaat gepaard met hoge administratieve lasten voor het bedrijfsleven en belastingplichtigen, hetgeen leidt tot onnodig verlies van productiviteit en werkgelegenheid. De ingewikkeldheid van het huidige stelsel gooit zand in de machine. Te veel uitzonderingen, afwijkingen en ingewikkeldheden werken verstorend. De complexiteit wordt te groot, de kans op fouten neemt exponentieel toe en de burger snapt het niet meer. Het WI geeft in dit rapport aanbevelingen om tot een overzichtelijk en begrijpelijk belastingsysteem te komen. In het rapport wordt onder andere een uniform marginaal belastingtarief bepleit voor alle inkomen uit arbeid.
Een belastingsysteem moet dienstbaar zijn aan mens en samenleving. Het stelsel moet stimuleren tot goed gedrag en aansporen tot het nemen van verantwoordelijkheden. Het mag creativiteit en ondernemerschap niet in de weg staan. Begrip voor de belasting die men betaalt en inzicht in de grondslagen, draagt bij aan het draagvlak voor belastingheffing. Voor christendemocraten vormt het draagkrachtbeginsel (d.w.z. de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten) een belangrijk uitgangspunt bij de belastingen en premieheffing. De draagkracht bepalen we door de belastingdruk op het huishoudinkomen te bezien, want juist huishoudens zijn uitstekend te ondersteunen door een gericht pakket aan belastingkortingen. Het gaat bij draagkracht om het gemiddelde belastingtarief en niet om het tarief dat geheven wordt over de laatst verdiende euro.
In dit rapport wordt gepleit voor een uniform marginaal belastingtarief voor alle inkomen uit arbeid. In een steeds flexibelere arbeidsmarkt is een dergelijke vlaktaks een belangrijk voordeel. De loonbelastingverklaring kan vervallen en werkgevers kunnen communiceren wat werknemers netto overhouden. De overheid laat na om via de belastingtarieven de keuzen in een gezin te beïnvloeden, wie van beiden hoeveel uren werkt. De inkomensgevolgen kunnen beperkt worden door een vlaktaks te combineren met een zogenaamde topinkomenheffing. Het betreft hier een extra heffing op het inkomen uit arbeid vanaf een zeker topinkomen. Om te zorgen dat het marginale vlaktakstarief verder naar beneden kan tot circa 33 procent stelt het WI een verschuiving van de loon- en inkomstenbelasting naar indirecte belastingen voor, zoals de BTW en stroomlijning van diverse regelingen.
Door de ZVW werkgeversbijdrage te bruteren en de bijdrage in de vorm van een loonsomheffing of nominale premie vorm te geven komt er één loonbegrip, zo kunnen werknemers in een oogopslag hun loonstrook lezen. Daarmee wordt het leven niet alleen voor de burger en het bedrijfsleven een stuk begrijpelijker, het levert ook de Belastingdienst minder hoofdbrekens op. Ook een gericht stelsel van toeslagen en heffingskortingen draagt bij aan een goede uitvoering van het draagkrachtbeginsel. De afgelopen jaren zijn een aantal betekenisvolle stappen in de toeslagensfeer gezet, maar hier zijn ook nog enkele verbeteringen mogelijk.
Verwante rapporten:
2001 - EVENREDIG EN RECHTVAARDIG