Klik hier voor het rapport (pdf) Er wordt veel gesproken over innovatie en over het belang ervan voor Nederland. Maar wat is innovatie en wat is de context van de huidige discussie over innovatie? Wat is eigenlijk het probleem en wat is de achtergrond ervan? Dat zijn vragen die in dit rapport aan de orde worden gesteld. De focus van dit rapport ligt op de rol van de overheid en de reikwijdte van haar invloed. Wat kan de overheid doen om de Nederlandse kenniseconomie nieuwe impulsen te geven door innovatie – ofwel vernieuwing – in brede zin? Dit rapport beziet innovatie vanuit een maatschappelijk context, waarbij de nadruk ligt op de collectief gefinancierde sectoren.
Nederland heeft een productiviteitsprobleem dat alleen door innovatie doorslaggevend is op te lossen. Ook is investeren in de kenniseconomie uit het oogpunt van internationale concurrentie voor Nederland dringend nodig. Het is zinvol om de innovatieagenda af te stemmen op maatschappelijke vraagstukken. Door te investeren in de productiviteit van de collectief gefinancierde sectoren zoals onderwijs en zorg en innovatie in te zetten voor bijvoorbeeld duurzaamheid vindt die koppeling plaats.Zo is een relatie te leggen tussen innovatie en maatschappelijke vraagstukken. Deze maatschappelijke vraagstukken spelen bovendien niet alleen in Nederland, en staan juist daarom garant voor evenzovele groeimarkten. Omdat andere landen veelal met dezelfde problemen kampen, is het niet alleen mogelijk om ambitieus te zijn ‘voor eigen gebruik’, maar ook om te werken aan een exportpositie voor de vindingen en de expertise die daarbij wordt opgebouwd.
Door grote veranderingen, zowel binnen Nederland als in internationale context, verandert ook de rol die de overheid kan spelen in het inrichten en beschermen van de Nederlandse verzorgingsstaat. De overheid kan niet (meer) garant staan voor welvaartsgroei. Daar ligt ook niet haar primaire taak, hoezeer zij er ook wel de publieke voorwaarden voor kan creëren. Het is wel haar taak om een stabiele basis te bieden in termen van een sociale vloer in het bestaan, en van rechtszekerheid en betrouwbaarheid. Daarmee legt de overheid een stabiele basis voor onze economie en maatschappij. Daarnaast kan en zal de overheid zich moeten toeleggen op het stimuleren van een productieve bijdrage van zoveel mogelijk mensen aan de Nederlandse kenniseconomie. Daarbij gaat het om (ambitieus) voorwaardenscheppend beleid. De opstellers van het rapport realiseren zich ook dat innovatie een cultuur van ambitie en compassie veronderstelt. Idealen zorgen voor een toekomstgerichtheid die urgentie, ambities en geloof in eigen kunnen verbinden. De vernieuwingen vergen die grote ambitie, van de overheid, maar uiteindelijk ook van alle Nederlanders. Innovatie kan niet zonder een gezamenlijke inzet. De conclusie die het WI trekt uit deze verkenning naar innovatie is dat het materiële en de economie alleen maar kunnen floreren bij gratie van immateriële ambitie en sociale en ecologische doelstellingen.