ZO VER DE WERELD STREKT
Klik hier voor het rapport (pdf)
Dit rapport schetst veiligheidssituatie, de internationale trends en ontwikkelingen en onderwerpt het defensiebeleid aan een nadere analyse. Het rapport gaat nadrukkelijk in op de plaats van Nederland binnen de internationale gemeenschap en de organisatie van de krijgsmacht. Aan de orde komen vragen als: in hoeverre verhoudt het ambitieniveau dat de regering zich gesteld heeft tot de beschikbare middelen? Welke rol wil Nederland spelen op het wereldtoneel in samenwerking met andere landen en binnen internationale verbanden? En hoe houden we voldoende hooggekwalificeerd personeel bij Defensie?

De krijgsmacht is bij uitstek een instrument van de buitenlandse politiek. Defensiebeleid is daarom nauw verweven met het buitenlandse beleid, en in toenemende mate ook met ontwikkelings­samenwerking. Gelet op onze positie in de wereld heeft Nederland een grote verantwoordelijkheid voor en een groot belang bij stabiele, vreedzame en rechtvaardige internationale betrekkingen.

De huidige structuur van de krijgsmacht kan als volwaardig worden beschouwd: een marine met een toegenomen focus op het ondersteunen van operaties op het land, een landmacht met flexibel inzetbare brigades en ondersteunende eenheden en een luchtmacht met een gebalanceerde combinatie van jacht- en transportvliegtuigen en helikopters. Het belang van de krijgsmachtbrede gezamenlijkheid, kan samengaan met behoud van de identiteit van afzonderlijke krijgsmachtonderdelen. Zonder afbreuk te willen doen aan de belangrijke, zichtbare rol van de Commandant der Strijdkrachten, is het wenselijk dat de operationele commandanten een wezenlijke rol blijven vervullen als direct verantwoordelijken voor de operationele gereedstelling en dat hun ´boegbeeldfunctie’ voor hun organisatie behouden blijft. De nieuwe rol van de krijgsmacht als structurele veiligheidspartner in eigen land verdient steun.

Om een bruikbare maatstaf voor het benodigde defensiebudget te hebben, is de Nederlandse bijdrage aan  crisisbeheersingsoperaties van de afgelopen jaren een verantwoord uitgangspunt gelet op de positie en draagkracht van Nederland. Gezien de tekorten die er zijn, is een trendmatige groei van de Nederlandse defensie-uitgaven die uitgaat boven de groei van het Bruto Binnenlands Product daarom gewenst, met als streven om – op termijn – volledig te voldoen aan de NAVO-norm van 2% BNP.

Zeker in een aantrekkende arbeidsmarkt is het van belang hoogwaardig personeel te behouden en te investeren in het personeel. Zowel de bijzondere positie van de militair als de wervingskracht van de krijgsmacht moeten hun weerslag vinden in de arbeidsvoorwaarden van deze groep. 

Er dient een serieus maatschappelijk en parlementair debat te worden gevoerd over de invoering van een maatschappelijke dienstplicht, waarbij vooral moet worden gekeken naar de verschillende modellen zoals in gebruik bij onze bondgenoten. Alle jonge mensen zouden dan één jaar van hun leven beschikbaar moeten zijn voor maatschappelijke taken, waarbij een militaire invulling een van de opties kan zijn. 

A A A     voorleeshulp     inloggen     English
1  2  3  4