Klik hier voor het rapport (pdf) Vertrouwen is in de visie van de christendemocratie de bloedsomloop van de samenleving en daarmee van levensbelang voor haar functioneren. Onmiskenbaar zijn we de afgelopen jaren geconfronteerd met een aantal verstoppingen, waarvan de kredietcrisis het meest sprekende voorbeeld is. Ook de spreekwoordelijke kloof tussen burger en politiek vormt daarvan een illustratie. Dit rapport schetst een christendemocratische visie op het belang van vertrouwen, de wijze waarop we met deze vertrouwensbreuk kunnen omgaan en op welke wijze de politiek daarop kan inspelen.
Een samenleving zonder vertrouwensbasis is gedoemd tot chaos en crisis. Zij doet er daarom goed aan te letten op tekenen van sluimerend wantrouwen in de verhoudingen tussen burgers onderling, tussen burgers en hun bestuurders en tussen burgers en de instituties van de democratie en de rechtsstaat. Haar lot is daarmee gemoeid. Zulke tekenen van verminderd vertrouwen hebben zich de afgelopen jaren aangediend, om te beginnen met de revolte die Pim Fortuyn ontketende. Die revolte bracht maatschappelijk ongenoegen aan de oppervlakte dat voor een groot deel is terug te voeren tot vertrouwensbreuken.
Volgens sommigen is de sociaalmorele infrastructuur geërodeerd. Dit lijkt te stellig, doch dat enig onderhoud wenselijk is kunnen we onderschrijven. En juist voor dit onderhoud is het wenselijk om terug te gaan naar de uitgangspunten van de christendemocratie. De christelijk-sociale beweging, met christelijk geïnspireerde partijen en mensen, komt voort uit een oude traditie en hamert inmiddels meer dan een eeuw op persoonlijke verantwoordelijkheid en solidariteit als ordende principes. En in gemeenschappen worden mensen gevormd en tot weerbare burgers gemaakt. Dit adagium lijkt vandaag de dag op de achtergrond te zijn geraakt door het staat-markt denken, maar men moet zich realiseren dat overheidsbemoeienis, hoe gedetailleerd regelgeving ook wordt, mensen niet moreel kan vormen zoals gezin, kerk, vereniging en school dat wel kunnen.
Deze studie vormt meer een aanzet tot discussie dan dat zij hele concrete beleidsaanbevelingen doet. Het wil vooral een startsignaal kan geven voor een debat over de ‘vergeten’ morele infrastructuur.