PAS 65
Klik hier voor het rapport (pdf)
De huidige maatschappelijke discussie over ouderen is probleemgericht. Er bestaat een verschil tussen allerlei beelden over de toekomstige ouderen als een aparte groep of generatie en de werkelijkheid waarin sprake is van grote verbondenheid tussen ouders en (klein)kinderen in de praktijk van alledag. Hoe kan de solidariteit tussen generaties behouden blijven in een vergrijzende samenleving? Wat is er nodig voor de oudere generaties om goed te kunnen participeren in de samenleving? Deze vragen komen aan de orde in dit rapport. Uit het rapport blijkt dat ouderen met hun pensionering ‘pas 65’ geen doelgroep zijn, maar een doe-groep.

De huidige maatschappelijke discussie over ouderen is probleemgericht, bijvoorbeeld als het gaat om de toenemende druk op het zorgstelsel. Die discussie is in hoge mate gerechtvaardigd. De hoge kosten kunnen drukken op toekomstige generaties. Regeren is vooruit zien en lasten moeten en mogen niet onnodig naar de toekomstige generaties worden verschoven. Solidariteit tussen generaties is een groot goed, dat behouden dient te blijven en niet nodeloos onder druk moet worden gezet. Als er momenteel problemen optreden bij de onderlinge contacten en ondersteuning, dan heeft dat vooral andere oorzaken van meer structurele aard. Zoals het gegeven dat de reisafstanden tussen ouders en kinderen sterk zijn gegroeid. Of de ontwikkelingen in de levensloop, waardoor kinderen juist een piekbelasting in het eigen gezin ervaren als hun ouders hulpbehoevend worden. Waar het dus in het beleid om moet gaan, is het (her)scheppen van infrastructurele voorwaarden die nodig zijn om de verbindingen tussen generaties te laten functioneren op de manier waarop burgers dat zelf willen. Dit wordt toegelicht in de vorm van een ‘schijf van vijf’ voor het beleid ten behoeve van de oudere generaties:

  • Bescherming van zwakkeren; ondersteuning van ouderen met een laag inkomen, waarbij de voorkeur uitgaat naar specifieke maatregelen via fiscale regelingen (in plaats van generieke verhoging van middelen) om het geld daar te laten komen waar het echt nodig is.
  • Behoud van kennis en ervaring.
  • Bouw generatiebewust; ontwikkeling van woningen en wijken met oog voor levensloopbestendig ruimtelijk beleid, en generaties bij elkaar laten wonen om elkaar steun te bieden.
  • Bestuur mee op lokaal niveau. Op lokaal niveau moet in het kader van de WMO (georganiseerde) groepen ouderen en anderen betrokken worden bij ontwikkeling van beleid.
  • Bepaal mee in instellingen.

 


A A A     voorleeshulp     inloggen     English
1  2  3  4