De huidige maatschappelijke discussie over ouderen is probleemgericht, bijvoorbeeld als het gaat om de toenemende druk op het zorgstelsel. Die discussie is in hoge mate gerechtvaardigd. De hoge kosten kunnen drukken op toekomstige generaties. Regeren is vooruit zien en lasten moeten en mogen niet onnodig naar de toekomstige generaties worden verschoven. Solidariteit tussen generaties is een groot goed, dat behouden dient te blijven en niet nodeloos onder druk moet worden gezet. Als er momenteel problemen optreden bij de onderlinge contacten en ondersteuning, dan heeft dat vooral andere oorzaken van meer structurele aard. Zoals het gegeven dat de reisafstanden tussen ouders en kinderen sterk zijn gegroeid. Of de ontwikkelingen in de levensloop, waardoor kinderen juist een piekbelasting in het eigen gezin ervaren als hun ouders hulpbehoevend worden. Waar het dus in het beleid om moet gaan, is het (her)scheppen van infrastructurele voorwaarden die nodig zijn om de verbindingen tussen generaties te laten functioneren op de manier waarop burgers dat zelf willen. Dit wordt toegelicht in de vorm van een ‘schijf van vijf’ voor het beleid ten behoeve van de oudere generaties: