Klik hier voor het rapport (pdf) CDA en gezin horen bij elkaar. Nog steeds is het gezin de hoeksteen van de samenleving. De meeste mensen stichten vroeg of laat een gezin. Wel zijn de omstandigheden waarin gezinnen leven behoorlijk anders dan 15 jaar geleden. De arbeidsmarkt is verder geflexibiliseerd, meer ouders werken beide, de huizenprijzen zijn tot grote hoogte gestegen, internet heeft zijn intrede gedaan en de democratisering van verhoudingen zette door. Hierdoor liggen er nieuwe vragen op het bordje van gezinnen. Dit rapport schetst vanuit het perspectief van de levensloop en het bredere verband van de moderne gezins- en familienetwerken een christendemocratische visie voor een gezinsbeleid.
Veel aandacht in de media gaat uit naar probleemgezinnen en het tekortschieten van de jeugdhulpverlening. Hoe belangrijk dit ook is, het mag er niet toe leiden dat we het gezin te zeer problematiseren. Met de meeste gezinnen gaat het gewoon goed. We mogen en moeten juist uitgaan van de kracht van gezinnen. De vraag die gesteld moet worden is hoe we gezinnen kunnen faciliteren, welke infrastructuren nodig zijn voor gezinnen om goed te kunnen functioneren. Zelfs in situaties waarin het niet goed gaat in een gezin en er hulp nodig is, moeten we de verantwoordelijkheid van ouders centraal stellen en uitgaan van hun mogelijkheden.
De werkelijkheid op gezinsterrein is niet alleen veel complexer, maar ook veel positiever dan de beelden die gesuggereerd worden door de media. Een historische analyse laat zien dat de gezinnen (en families) niet ‘losser’ geworden zijn en ook niet ‘geïsoleerder’ in sociale verbanden. De meesten kinderen wonen niet ver van hun ouders of zelfs grootouders vandaan. Negentig procent van de ouders en uitwonende kinderen ziet elkaar zelfs wekelijks. Zonder het beeld te willen idealiseren (lang niet alle ouders en kinderen hebben een goede relatie) heeft het denken in generaties de potentie om het beleid nieuwe impulsen te geven op het gebieden als huisvesting en zorg, waar familieleden elkaar kunnen ondersteunen. Het echte probleem is dat we de infrastructuur van de samenleving nog steeds niet aangepast hebben aan de moderne levensloop, waarin fasen met en zonder kinderen, fasen met en zonder overige zorgtaken en fasen met hoge en lage koopkracht elkaar afwisselen. Het gaat om de financiële infrastructuur (het sparen in de ‘zorgvrije’ fasen), de sociale infrastructuur: (aansluiten bij de (blijvende) kracht van families en de behoeften van ouders zelf) en de pedagogische infrastructuur (informatie, interactie, intervisie over opvoeding). Deze worden in het rapport uitvoerig uitgewerkt.
De boodschap van dit rapport is: ‘Heb vertrouwen in ouders’. Op hun rust de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen. Zij hebben een onverbrekelijke band met hun kinderen. De potentie die in die relatie ligt besloten, moet benut worden om te komen tot vernieuwing van het levensloopbeleid, het vormgeven van wonen en inrichten van de zorg en andere domeinen.