Dit interview is gepubliceerd in het Financieel Dagblad op 10 februari 2021. Geschreven door Charlotte van Drimmelen. 

Maarten Hoekstra (41), commercieel directeur bij de streamingdienst voor klassieke muziek Primephonic, over zijn broer, minister van Financiën Wopke Hoekstra (45). 

Familiehistorie 
Wopke Hoekstra (45) is de oudste zoon van Joost Hoekstra (72), internist, en Suzan Hoekstra-Vrolijk, orthopedagoog (1948-1996). De twee andere kinderen zijn Els (43, maag-darm-leverarts) en Maarten (41, bedrijfskundige). Het gezin woonde in Zeist. Wopke Hoekstra heeft samen met verloofde Liselot Hoornweg (43, huisarts) vier kinderen in de leeftijd van vijf tot elf jaar. Voordat hij in oktober 2017 minister werd, werkte Wopke Hoekstra voor Shell in Berlijn en in Rotterdam. Daarna volgde hij een businessopleiding bij Insead. Vervolgens was hij werkzaam bij McKinsey, onder meer als partner. Ook was hij voorzitter van de raad van toezicht van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Maarten Hoekstra is getrouwd met Joyce Klumper (37). Ze werkten beiden bij Procter & Gamble. Joyce is nu unitmanager bij Plus-supermarkten en Maarten commercieel directeur bij Primephonic, een streamingdienst voor klassieke muziek. Maarten en Joyce hebben een dochter van zes en een zoon van vier jaar.

‘Fanatiek is hij, dat was hij als klein jongetje al. Op het voetbalveld werd hij als een stofzuiger naar de bal gezogen en wurmde hij zich tussen zijn tegenstanders door naar de goal. Hij wilde Jesper genoemd worden, naar Jesper Olsen (oud-profvoetballer, red.). Hockeyen deden wij alle drie best goed, maar Wopke had het meeste talent. In de weekenden stonden mijn ouders langs de lijn. Aanmoedigen mocht, zolang ze ons beloofden zich te gedragen. Niets gênanter dan volwassenen die met overslaande stem hun kinderen willen bijsturen.’

‘We speelden veel buiten. Waterpistolen, kratjesvoetbal, overgooien met stokken of ze zo hoog mogelijk een boom in gooien: een activiteit waarmee Wopke en ik ons eindeloos konden vermaken. Het ging ook weleens mis natuurlijk, zoals die keer dat ik met bebloed gezicht thuiskwam nadat er een tak op mijn neus geland was. Met spelletjes – schaken, stratego, monopoly – waren we aan elkaar gewaagd. Voor de sfeer was het beter als ik verloor van Wopke in plaats van andersom. We namen elkaar graag in de maling en lachten veel. Had een van ons gedoe met onze ouders, dan kwamen we bij elkaar op de kamer voor overleg.’

‘Over het algemeen mijden we de politiek als gespreksonderwerp’

‘Mijn vader is een positief mens. Hartelijk en aardig voor vrienden en familie en tegelijkertijd naar ons toe heel duidelijk. Mijn moeder was lief, zorgzaam en verstandig. Mijn ouders gaven ons mee dat het niet draait om wat je hebt, maar om wat je bijdraagt. Aan tafel ging het over wat er speelt in de wereld. Wopke las als veertienjarige dagelijks de krant. Hij was toen al bovengemiddeld geïnteresseerd en wisselde tijdens het avondeten met mijn ouders van gedachten over maatschappelijke kwesties. Hij was verbaal sterk, gestructureerd in zijn formuleringen en kon discussiëren op niveau. Mijn ouders vonden dat een leuke manier van contact. Ik zoomde op zulke momenten weleens uit. Maar als hij iets voor elkaar wist te krijgen, werd ik wakker. Zo onderhandelde hij bevlogen, en met succes, over de hoogte van ons kleedgeld.’

‘Bij ons thuis werd vroeger alleen naar klassieke muziek geluisterd, met een voorliefde voor Bach. Mijn vader speelde cello, mijn moeder altviool en piano en ik sta nog altijd vaak achter de toetsen. Wopke speelde als puber saxofoon, maar dat bleef een beetje hangen bij de eerste tonen van The Pink Panther. Als blijkt dat ergens weinig groei in zit, richt hij zijn pijlen liever op iets anders.’
 
‘Toen ik zestien jaar was, overleed onze moeder aan slokdarmkanker. Wopke was tweedejaars in Leiden, maar kwam vaak naar huis om zeker te weten dat mijn vader, Els en ik oké waren. Hij gaf mij de hulp die ik nodig had. Die mentorrol paste hem goed. Hij snapte welke vragen hij moest stellen om mij de juiste keuzes te laten maken. Toen ik bedrijfskunde studeerde in Groningen, zei hij dat het verrijkend kan zijn dingen naast je studie te doen. En zo kwam ik op het idee een stichting voor vluchtelingen in voormalig Joegoslavië op te zetten. Wopkes analytische aanpak was voor mij inspirerend, ook in mijn voorbereiding op sollicitaties. Hij liet me zien hoe hoog ik de lat kon leggen en wat ik daarvoor moest doen. Ik trok me op aan zijn ambitie.’

‘Het overlijden van onze moeder heeft ons vieren hechter gemaakt. Het bericht dat bij de jongste zoon van Wopke en Liselot een kwaadaardige tumor geconstateerd was, ging uiteraard door merg en been. Verschrikkelijk om mijn broer en Liselot in zo’n situatie te zien en bewonderenswaardig hoe snel zij als ouders een nieuwe modus vonden voor de periode na de diagnose: hoe zetten we de juiste stappen en hoe zorgen we dat dit voor onze andere kinderen leefbaar blijft? Goddank kwam hun zoon erbovenop.’

‘Ondanks zijn krankzinnige werkschema zorgt Wopke ervoor dat hij niet te veel mist van het gezinsleven. Als ik impulsief kom buurten en hij is op dat moment met zijn kinderen aan het pingpongen, houdt hij zijn aandacht bij hen. Er hangt daar thuis een ongedwongen en relaxte sfeer. Voordat corona onze levens beïnvloedde, gingen we geregeld samen uit eten. Over het algemeen mijden we de politiek dan als gespreksonderwerp. Daar is hij al tachtig uur in de week mee bezig en ik zie er niet zo de noodzaak van in om hem dan ook nog mijn mening over de begroting te laten horen.’
‘Ik zag dat Wopke niet verlegen was in de omgang met meisjes. Ook op het gymnasium was zijn liefdesleven weinig stoffig’

‘Ik ging weleens bij Wopke logeren in Leiden, waar hij lid was van studentenvereniging Minerva. Ik zag dat hij op de sociëteit absoluut niet verlegen was in zijn omgang met meisjes. Ook op het gymnasium in Utrecht was zijn liefdesleven weinig stoffig, maar als jonger broertje kreeg ik dat destijds niet echt mee. Mijn broer had binnen de vereniging een bepaalde autoriteit, waar mensen enthousiast over waren. Hij kon op onderhoudende manier een verhaal vertellen; mensen zagen en hoorden hem graag. Hij wilde bij Minerva niet alleen plezier maken, dus toen hij in 1997 preses werd, liet hij zijn idealistische kant spreken. Ik had de indruk dat hij het zich aantrok dat er veel nadruk lag op de populariteit van jaarclubs en huizen, wat bepalend was om interne baantjes te krijgen. Hij wilde daar verandering in brengen.’

‘Zijn visie en stelligheid zijn in veel gevallen waardevol, maar in onze jeugd zorgden die trekken weleens voor frictie. Waren we met het gezin op wintersport en opperde een van ons richting terras te gaan, dan hield Wopke voet bij stuk: “We hadden toch afgesproken vandaag de hele dag te skiën?”’

‘Liselot noemde mij eens Wopke light. We lijken op elkaar, maar hij wil net wat vaker winnen en is net wat ongeduldiger en resoluter dan ik. Ik kies er eerder voor de goede vrede te bewaren dan om het ultieme resultaat te bereiken.’

‘Ik was zwevende kiezer, maar sinds Wopke in de politiek zit, stem ik CDA. Hij doet altijd zijn stinkende best en wil het optimale uit elke situatie halen. Op tv zie ik de Wopke die ik ken: een optimistisch mens. Hij neemt zichzelf niet te serieus, maar de materie des te meer. Ik ben trots, want het is een heel speciale rol die hij bekleedt, al was ik dat ook toen hij nog mijn onbekende broer was.’

Wopke over Maarten:
‘Was er een bal of dobbelsteen in het spel, dan wilde ik winnen. Maarten was een geduchte tegenstander met kratjesvoetbal. Hij kon zijn verlies beter incasseren dan ik. Mijn broertje is de betere versie van mij: knapper en gezelliger en wat minder streberig.’ ‘Als kind speelde ik saxofoon, helaas met buitengewoon weinig succes. Ik ben volstrekt amuzikaal, terwijl Maarten wel muzikaal begaafd is. Hij hoort iets en speelt de melodie vervolgens foutloos na op de piano.’ ‘Sinds onze studententijd zijn we naast broers ook goede vrienden. Het leeftijdsverschil van vier jaar, dat op jonge leeftijd flink is, viel weg. Ik mocht ceremoniemeester zijn op het huwelijk van Maarten en Joyce, een grote eer.’

 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.