Het CDA maakt zich ernstig zorgen over de mogelijke gevolgen van de Brexit voor de Nederlandse economie. De CDA Kamerleden Amhaouch, Geurts en Omtzigt hebben daarover vragen gesteld aan het kabinet, omdat de dag waarop het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie stapt, steeds dichterbij komt. 29 maart 2019 is het immers al Brexit-day. Het kabinet heeft inmiddels die vragen beantwoord.

Kabinetsbeleid m.b.t. de Brexit
Uit de antwoorden van het kabinet op de vragen blijkt dat er nog heel wat moet gebeuren, in zowel de voorbereiding naar die dag, als in de overgangsperiode na het ingaan van de Brexit. Deze zal nadelige gevolgen hebben voor de wijze van zakendoen met het VK en zal onvermijdelijk tot schade leiden. Nederland zal daarom onder meer moeten anticiperen op herinvoering van grenscontroles, aanpassing van informatiesystemen, logistieke aanpassingen bij de verwerking van personen- en goederenstromen in (lucht)havens, en voorlichting van overheden, burgers en bedrijven over dergelijke veranderingen.

Grootste klappen
Volgens het CPB zullen bij een harde Brexit de chemische industrie, de voedselverwerkende industrie, de motorvoertuigen-industrie en de industrie voor elektronische apparatuur relatief hard worden getroffen, met een productieverlies van gezamenlijk twaalf procent van het bbp.

Op de langere termijn (2030) worden de kosten van het vertrek van het VK uit de douane-unie, zonder aanvullende handelsafspraken, door het CPB geschat op 10 miljard euro per jaar, oftewel 1,2 procent van het bbp. Wanneer ook rekening wordt gehouden met de dynamische effecten (zoals op innovatie), kunnen de kosten oplopen tot 17 miljard euro.

Handelsakkoord in EU-verband
Het kabinet brengt de Nederlandse belangen en zorgen actief voor het voetlicht in Brussel. Daarbij is specifiek aandacht voor kwetsbare sectoren en het MKB. Voor de toekomstige handelsrelatie met het VK streeft het kabinet naar een gebalanceerd, ambitieus en breed handelsakkoord, zonder, of met zo laag mogelijke, tarieven en zonder, of met zo min mogelijk, non-tarifaire belemmeringen. Zonder daarbij afbreuk te doen aan geldend EU-beleid op het gebied van mens, dier, plant en milieu.

Voorlichting
Voorlichting voor bedrijven is een speerpunt van het kabinet en een belangrijk onderdeel van de voorbereidingen op de Brexit, zo blijkt uit de antwoorden. Om te zorgen dat ondernemers over de meeste recente informatie beschikken, informeert de overheid bedrijven via verschillende kanalen, zoals het Brexit-loket. Daarnaast wordt er met relevante uitvoeringsorganisaties, werkgeversorganisaties en brancheorganisaties samengewerkt aan eenduidige bedrijfsvoorlichting in voorbereiding op de Brexit. Ook voert het kabinet intensief overleg met het bedrijfsleven en andere belanghebbenden, zoals vakbonden.

Douane
Momenteel vindt een interne analyse plaats naar de impact van Brexit-scenario’s op de Douane. Als deze analyse klaar is, zal er meer duidelijkheid zijn over het aantal extra benodigde douanemedewerkers. Dát er extra douanemedewerkers nodig zijn staat buiten kijf. Daarom is al begonnen met de werving van 50 FTE, binnen het reguliere douane kader.

De lengte van een reguliere opleiding tot douanier is afhankelijk van het opleidingsniveau van de medewerker, de beoogde functie en de zwaarte van de opgedragen taken. De duur van de reguliere douaneopleiding varieert daarom tussen de 9 en 22 maanden. De Douane bekijkt op welke wijze de doorlooptijd van opleidingen verkort kan worden dan wel op welke andere wijze medewerkers versneld.

Klik hier om alle vragen en antwoorden te lezen.

Het CDA heeft inmiddels een aantal vervolgvragen gesteld. Die vragen en antwoorden vindt u hier.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.