01 augustus 2016

In memoriam: Piet de Jong

Bijna een eeuw geleden. Een jongen van vijf staat op het strand van Ameland en kijkt uit over het water. Hij tuurt achter de horizon. Vanaf dat moment wist Piet de Jong dat hij naar zee wilde. ‘Ik wilde admiraal worden en dat gevoel heb ik mijn hele leven lang gehouden. Nog steeds vind ik de zee onuitsprekelijk mooi. Mensen hier in Nederland zien nooit een behoorlijke sterrenhemel, maar midden op zee of in de woestijn, realiseer je je eigen nietigheid, de relativiteit van de factor tijd en het mysterie van het heelal.’ Zo beschreef hij in 2011 aan journaliste Annemarie Gaulthérie van Weezel zijn liefde voor het water. 

Piet de Jong is altijd die zee­man gebleven. Hij was bescheiden en charmant, eenvoudig, vol zelfrelativering en bijzonder aimabel. Zo aardig dat je niet tegen hem kon zijn, verzuchtte een tijdgenoot. ‘Een politicus heeft geen andere taak dan bij te dragen aan vrede en recht in de samenleving’, zei hij eens. Die ogenschijnlijk beperkte taakopvatting stelde hem in staat koers te houden in de politiek roerige jaren zestig. Zijn eigen geweten was zijn kompas en zijn ervaringen op zee een nooit aflatende bron van inspiratie en betekenisvolle anekdotes.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog voer De Jong als commandant op de onderzeeboot Hr. Ms. O­24. Die jaren onder water en de nabijheid van het gevaar hebben hem blijvend gevormd. ‘Als je eenmaal het suizen van de zeis hebt gehoord, dan is het leven daarna een beetje anders geworden. Je hebt dan voor je hele verdere leven geleerd te relativeren.’ Teambelang, loyaliteit en verantwoordelijkheid waren voor De Jong sleutelbegrippen. Aan boord leerde hij onder moeilijke omstandigheden om te gaan met mensen van hoog tot laag en verschillen te respecteren. Nog bij de samenstelling van zijn kabinet in 1967 gold deze ervaring als lakmoesproef voor de selectie van zijn bewindspersonen: ‘Zou ik hem of haar in oorlogstijd aan boord willen hebben?’

Zowel van zijn bemanning als van zijn bewindsploeg eiste hij onvoorwaardelijke inzet. Hij hield niet van haantjesgedrag en hij had geen geduld voor bewindspersonen die hun zaakjes niet op orde hadden of te laat kwamen voor de ministerraad. Daartegenover stond de onvoorwaardelijke loyaliteit aan ‘zijn’ team. Na de oorlog is de band met de bemanning van de O­24 blijven bestaan. Als minister­president ontving hij de manschappen op het Catshuis, waar de kok hem na een rondleiding door de ambtswoning zei: ‘Commandant, u woont hier netjes’, zo herinnerde De Jong zich later met veel plezier. Ook de nog levende bewindspersonen van zijn kabinet zagen elkaar tot op het laatst nog maandelijks voor een gezamenlijke lunch. 

De marine huldigde aan boord de gouden regel dat geen ruzie mocht worden gemaakt over geloofszaken. Dat was het geheim om de saamhorigheid en verdraagzaamheid onder de bemanning – met christenen, Joden en moslims onder de manschappen – te bewaren: ‘Geen ruzies in de hitte’. Die stelregel vertaalde De Jong in zijn politieke pleidooi voor het volstrekte respect voor andere godsdiensten, zoals hij dat ook in 2010 op het CDA­congres in de Rijnhal in Arnhem verwoordde.   

De oorlogsjaren op zee maakten hem relativerend over het ‘geharrewar aan wal’. Vanaf het water lijkt de ‘andere kant van de kustlijn een beetje bekrompen’. Als premier kreeg hij te maken met de protesten van provo’s en Dolle Mina’s in Amsterdam, stakingen tegen de loonpolitiek, het onderzoek naar de politionele acties in Indonesië en de eerste Molukse gijzeling in Den Haag. Zijn stijl van regeren was bijna a­politiek – ‘het algemeen belang gaat altijd boven het partijbelang’ – maar niet minder doortastend. De Jong toonde begrip voor gerechtvaardigde verlangens, onderkende de veranderingen in de samenleving en dook niet weg bij moeilijke besluiten. Na de onlusten in Amsterdam, liet hij het ontslag van burgemeester Van Hall niet over aan zijn minister van Binnenlandse Zaken Beernink, maar voerde hij zelf de gesprekken om de burgemeester van de hoofdstad persoonlijk te overtuigen zijn functie neer te leggen. 

Piet de Jong was zijn leven lang een voorvechter van de christelijke normen en waarden in de Nederlandse samenleving, een warm pleitbezorger voor de monarchie en het Huis van Oranje, een Atlanticus in zijn zorg over de internationale veiligheid en een Europeaan in zijn inzet voor de Europese samenwerking. Hij stond aan de basis van het akkoord met de Fransen over de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de EEG. Een verenigd Europa zonder de Engelsen was in zijn ogen niet denkbaar. 

‘De zee heeft mij gemaakt tot wie ik ben’, zei Piet de Jong in een interview in 1971. Zonder ooit een politicus te worden, heeft hij veel voor Nederland en het CDA bereikt. 

Hans Janssens
Hoofd Communicatie CDA

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.