19 mei 2015

Kamer steunt CDA-motie tegen wietexperimenten door gemeenten

Het kabinet mag gemeenten geen enkele ruimte geven om zelf wiet te telen. Een meerderheid van de Tweede Kamer steunde dinsdag een motie van die strekking van het CDA.

Een aantal gemeenten willen experimenteren met de productie van hennep voor coffeeshops. Het kabinet is tegen die gereguleerde wietteelt. Maar gemeenten, zoals Utrecht, Eindhoven, Heerlen, Nijmegen en Rotterdam, laten onderzoeken of er toch mogelijkheden zijn voor recreatieve gemeentelijke wietteelt. CDA woordvoerder Justitie Peter Oskam, indiener van de motie: “Voor het CDA is het heel simpel. We moeten niet normaliseren wat niet normaal is en wat we onze kinderen niet willen voorhouden. Die lijn zou overal in Nederland moeten gelden, dus ook voor genoemde steden waar ze al serieus plannen aan het maken zijn.”

Het kabinet moet er nu voor zorgen dat die plannen niet worden uitgevoerd, aldus de motie van Oskam. In de Kamer stemden 75 leden voor deze oproep, 70 parlementariërs waren er tegen.

Volgens het kabinet levert gereguleerde wietteelt geen bijdrage aan de bestrijding van de georganiseerde misdaad en is dit niet verenigbaar met internationaalrechtelijke verplichtingen. Maar de gemeenten menen dat het wel leidt tot minder criminaliteit. Ook zouden er minder gezondheidsrisico's zijn, omdat er toezicht op het productieproces komt, zodat zeker is dat er geen gevaarlijke middelen worden gebruikt.

De CDA-fractie wil af van het geromantiseerde beeld dat enkele partijen blijven schetsen rondom dit thema. Feit is dat Nederlandse scholieren twee keer zoveel blowen als hun Europese leeftijdsgenoten, ook al mogen ze officieel geen softdrugs kopen. Een op de drie blowers gebruikt softdrugs op school. Oskam: “We weten dat jongeren die beginnen met blowen op jonge leeftijd een groter risico hebben op schoolproblemen, harddrugsverslaving of psychische stoornissen. Ook vertonen ze vaker agressief of crimineel probleemgedrag. Daarom is het goed dat de Tweede Kamer nu paal en perk stelt aan de experimenten van gemeenten.”

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.