09 februari 2013

Roer moet om in bankensector

Opnieuw is de belastingbetaler eigenaar geworden van een bank. Minister Dijsselbloem zag zich vorige week genoodzaakt om SNS-Reaal in één klap te nationaliseren. De omvangrijke verliezen op de vastgoedportefeuille trokken de bank-verzekeraar steeds verder naar de afgrond. Ook ABN-Amro en ING liggen al enige tijd aan het staatsinfuus. De enige grote bank die het tot dusverre goed heeft gered zonderenige vorm van staatssteun, is de Rabobank. Maar zelfs deze bank ligt momenteel onder het vergrootglas van toezichthouders, vanwege mogelijke betrokkenheid bij demanipulatie van het interbancaire rentetarief Libor.

De onvrede en de scepsis in de samenleving zijn enorm. En terecht. Telkens opnieuw blijkt de belastingbetaler te moeten opdraaien voor onverantwoorde risico’s die binnen de financiële sector worden genomen, in ruil voor riante salarissen en hoge bonussen. Ook bij SNS was dat weer het geval. Blinde groeiambitie en het streven naar winst op de korte termijn verdrong de maatschappelijke functie, die de Samenwerkende Nederlandse Spaarbanken (SNS) oorspronkelijk goed vervulden. De bank richtte zichvoornamelijk op spaarders, hypotheken en kredieten voor ondernemers en het midden- en kleinbedrijf. Ook besteedde zij veel aandacht aan haar maatschappelijke functie. Totdat het bedrijf in 2006 de stap naar de beurs maakte en op overnamepad ging. De uiterst risicovolle en ondoordachte deelname aan nationale en internationale vastgoedprojectendeed de bank uiteindelijk de das om.

De verantwoordelijkheid voor de problemen bij SNS-Reaalligt in de eerste plaats bij het voormalige bestuur en de Raad van Commissarissen van de bank zelf. Daarnaast zijn er veel vragen te stellen over de rol van het toezicht door de accountant, De Nederlandsche Bank (DNB) en ook de politiek. Volgens de directeur Toezicht van DNB zou de overname van Bouwfonds Property Finance door SNSvandaag de dag nooit meer zijn goedgekeurd. Feit blijft echter dat SNS bij deze transactie in 2006 geen strobreed in de weg is gelegd. Ook in de jaren daarna is er weinig alertheid geweest op het beheer van de vastgoedportefeuille en detoenemende risico’s. Met als gevolg dat vorige week de meest vergaande oplossing van stal gehaald moest worden: nationalisatie van de hele bank-verzekeraar.

De vraag is hoe het nu verder moet met de financiële sector.Zonder te overdrijven kan worden gesteld dat er sprake is vaneen vertrouwensbreuk tussen de burger en de banken. De parlementaire enquêtecommissie die naar aanleiding van de kredietcrisis was ingesteld – de commissie-De Wit – constateerde al dat het een enorme opgave zal zijn om het ‘verloren krediet’ terug te winnen. Deze opgave is na het debacle rond SNS-Reaal helaas alleen maar groter geworden. Natuurlijk zijn er al de nodige maatregelen in gang gezet. De overheid heeft de regels en het toezicht op tal van terreinen aangescherpt en eist van banken dat zij hun kapitaalbuffers versterken. Ook zijn de eerste stappen gezet richting een sterkere scheiding tussen ‘gewone’ bankactiviteiten enrisicovolle zakenbankactiviteiten. En er worden plannen uitgewerkt om het beroep op de belastingbetaler bij nieuwe problemen te minimaliseren. Maar het tempo van al deze noodzakelijke veranderingen ligt laag. Bovendien krijgt de morele dimensie van de financiële crisis nog steeds te weinig aandacht.

Naar mijn stellige overtuiging keert het vertrouwen alleen terug als de financiële sector zelf een dienstbare houding in woord èn daad (weer) voorop weet te stellen. Er verandert uiteindelijk niets als de cultuur in de financiële sector niet verandert. Dat kan nooit alleen worden afgedwongen met regels en sancties, hoe nodig die ook zijn. We lossen het probleem niet op door van alle banken staatsbanken te maken, en van iedere bankier een ambtenaar. Of door iedere bankier onder permanent toezicht te stellen. In plaats daarvan is een cultuur nodig waarin professionele en ethische standaardenweer leidend zijn in het dagelijkse werk. Waarin men zich realiseert dat salarissen en beloningen moeten passen bij de maatschappelijke prestatie die wordt geleverd. En een omgeving waarin men elkaar op deze standaarden durft aan te spreken. Een eed of belofte kan daarbij een nuttig symbool zijn. Niet alleen voor beleidsbepalers binnen een financiële instelling, maar juist ook voor de professionals die dagelijks hun klanten van advies dienen. En laat de sector er ook actief op toezien dat de gewenste kwaliteitsstandaarden worden nageleefd, bijvoorbeeld door een vorm van tuchtrecht in te voeren. Helaas is het in de financiële sector rond al deze thema’s nog erg stil. Waar zijn de bestuurders en professionals die het voortouw nemen in het debat over maatschappelijk verantwoord bankieren? En die laten zien dat het ook anders kan?

Daarnaast moet serieus worden nagedacht over alternatieven voor een snelle beursgang van de huidige staatsbanken. Minister Dijsselbloem gaf in het Kamerdebat over SNS-Reaal aan dat hij de aandelen van ABN-Amro en SNS-Reaal liefst zo snel mogelijk weer wil verkopen. De vraag is echter welke waarborgen er zijn om te voorkomen dat banken in oude verkeerde gewoonten vervallen. De dienstbaarheid van bankenaan de reële economie en de samenleving mag niet opnieuw gaan lijden onder het streven naar expansie, winsten en bonussen. We zullen op zoek moeten gaan naar nieuwe manieren om vanuit onze ‘Rijnlandse’ traditie tegenwicht te bieden aan de eenzijdige ‘Angelsaksische’ nadruk op aandeelhouderswaarde. Het streven naar stabiliteit en duurzaamheid op de langere termijn zou daarom ook in de ‘governance’ van banken tot uitdrukking moeten komen. Te denken valt aan vormen van duurzaam aandeelhouderschap (via loyaliteitsdividend en/of verzwaard stemrecht), een grotere rol van institutionele beleggers, een blijvendminderheidsbelang of ‘gouden aandeel’ voor de staat, ofherwaardering van coöperatieve structuren.

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard, zo luidt het gezegde. Banken moeten hun verantwoordelijke rol in de samenleving weer waarmaken. Het is aan de financiële sectorzelf, de toezichthouders en de politiek om daartoe nu de broodnodige stappen te zetten.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.