01 december 2015

Sybrand Buma en Pieter Heerma: Loonbetaling bij ziekte moet veel korter

De Nederlandse arbeidsmarkt heeft op dit moment twee grote problemen. Ten eerste kunnen werkgevers in het MKB zich nauwelijks nog veroorloven om werknemers in vaste dienst te nemen. Dit komt vooral door het risico dat zij lopen doordat zij bij ziekte van de werknemer tot twee jaar het loon door moeten betalen.

Het tweede grote probleem is dat werknemers geen baan meer kunnen krijgen door de huiver bij de werkgevers. Zij vluchten noodgedwongen in een ZZP constructie. Gevolg is dat zij voor de werkgever aantrekkelijker zijn dan gewone werknemers, maar zelf lopen ZZP-ers grote risico’s als zij onverhoopt ziek worden.

Zo raakt de Nederlandse arbeidsmarkt steeds meer uit het lood geslagen. Want noch de polder noch de politiek heeft het lef om met oplossingen te komen. Iedereen zit gevangen in deelbelangen: de bonden willen vasthouden aan de loondoorbetaling, belangenorganisaties voor ZZP-ers houden elke verplichting af. Vrijheid blijheid. Iedereen wentelt zich in het gelijk van de eigen achterban, zonder nog oog te hebben voor het algemeen belang. Werkgevers en werknemers, maar ook kabinetspartijen PvdA en VVD, houden elkaar vast in deze politieke patstelling. De PvdA laat zijn oren hangen naar de FNV in een mate die soms op chantage lijkt, en de VVD bejubelt de Angelsaksische arbeidsmarkt en verkwist zo de onze. Met als absoluut dieptepunt de uitzinnige opluchting bij de liberalen toen het kabinet een oplossing voor het ZZP-dossier voor zich uitgeschoven had.

Tegelijkertijd neemt het draagvlak voor cao’s af, neemt de vlucht naar ZZP toe en durven normale MKB-ers bijna geen personeel meer aan te nemen vanwege de risico’s. Het aantal flexwerkers stijgt, terwijl CAO's leegstromen. Vooral oudere werknemers zien zich vaker genoodzaakt, om hun loopbaan voort te zetten als flexwerker of ZZP-er. Men doet hetzelfde werk, maar nu meestal zonder verzekering. Een risicogroep kan zich niet of moeilijk verzekeren, en de groep met een lager risico is vaak niet verzekerd vanwege het (onterechte) gevoel “dat overkomt mij niet”. Zelfstandigen (juist die met een hoog risico) kunnen het risico op langdurige ziekte individueel niet betalen, of helemaal niet afdekken en zijn daardoor veelal niet of onvoldoende verzekerd. Uiteindelijk zal, afgezien van persoonlijke drama’s, een toenemend beroep van deze groep op het sociale vangnet een toekomstige maatschappelijke probleem veroorzaken.

Ook het dossier loondoorbetaling bij ziekte wordt maar ambitie-loos vooruit geschoven. De noodzakelijke hervorming van de arbeidsmarkt dreigt te verzanden in achterhoedediscussies en patstellingen en de arbeidsmarkt zit in een neerwaartse spiraal.

De loondoorbetalingsverplichting wordt door ondernemers bezien als een risico, dat niet kan worden afgedekt in tarieven. Steeds meer MKB-ers zien zich genoodzaakt werknemers met een hoog risico op arbeidsongeschiktheid af te stoten of niet aan te nemen.

Daarom zal de loondoorbetaling bij ziekte radicaal verkort moeten worden en zal er een basisverzekering loondoorbetaling bij ziekte moeten komen, die ook gaat gelden voor ZZP-ers. De enige manier om deze algemene risicodeling effectief te bereiken is met een wettelijke verplichting.

Deze algemene basisverzekering zal ook uitkomst bieden als hervormingsmechanisme voor de arbeidsmarkt.

Een algemene basisverzekering voor loondoorbetaling bij ziekte voorziet in het afdekken van het inkomensdervingsrisico voor een periode van maximaal twee jaar, nadat een wachtperiode van bijvoorbeeld acht weken ziekte is verstreken. Deze verzekering zou moeten gelden voor iedereen die inkomen uit arbeid verwerft, zowel werknemers als ZZP-ers. De loondoorbetaling bij ziekte wordt voor de werkgever terug gebracht naar acht weken.

Deze basisverzekering kan worden ingericht naar het model van de bestaande zorgverzekering. Net als de zorgverzekering kent de basisverzekering een wettelijke verankering maar wordt ze uitgevoerd door de markt, met volledige acceptatie onder voor iedereen gelijke voorwaarden zonder risicoselectie. Daarmee worden de risico’s gedeeld, wordt de premie aanvaardbaar voor alle deelnemers en worden zelfstandigen met een hoger risico niet meer uitgesloten. Daarmee zal ook valse concurrentie op arbeidskosten voor een groot deel worden vermeden.

Doordat werkgevers hun risico op loondoorbetaling flink zien verminderen zullen zij gestimuleerd worden om oudere en ervaren vaklieden weer in vaste dienst te behouden of zelfs aan te nemen. De arbeidsparticipatie van 55-plussers wordt bevorderd en de uitstoot naar flexcontracten verminderd. Het zal voor bedrijven ook aantrekkelijker worden om jonge vaklieden niet meer als flexwerker in te huren, maar een meer duurzame arbeidsrelatie met hen aan te gaan.

Hierdoor wordt voor werknemers het perspectief op werkzekerheid vergroot. Dat zorgt voor meer evenwicht op de arbeidsmarkt. Ook zullen minder bedrijven hun toevlucht nemen in schijnconstructies en ontstaat er minder verdringing op de arbeidsmarkt. De bewust zelfstandig ondernemer ondervindt minder concurrentie op tarief als gevolg van schijnconstructies en dekt het inkomensrisico van langdurige ziekte gedurende een overbruggingsperiode betaalbaar af.

Alleen als we bereid zijn om gezamenlijk dit soort stappen te zetten, en deelbelangen achter ons te laten, kunnen we de arbeidsmarkt hervormen en uit het slop trekken.

Sybrand Buma, fractievoorzitter CDA Tweede Kamer

Pieter Heerma, woordvoerder sociale zaken CDA Tweede Kamer

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.