Staatssecretaris Knops sprak vanochtend bij de herdenking van de bevrijding van Mesch, vandaag 75 jaar geleden. 

Ladies and Gentlemen,
Your Excellency,

Let me take you back to the 12th of September 1944. Willy van Hoven, then 11 years old, is hiding with his family in their basement in the town of Mesch.

Upstairs, the occupying force had taken over his father's café to care for the wounded. Those soldiers then left. Well almost all of them because suddenly a German soldier, with a rifle, appeared at the top of the stairs. 

Later on, Willy described what happened: "He was seriously injured and had been shot in the neck. Outside we heard the Americans walking about and shouting. But the German soldier threatened to shoot anyone who came near him. Then when an American opened the basement door, we feared the worst, but fortunately the German surrendered." 

Today thirteen veterans who helped to free people like Willy from German occupation are present. 

To them I say: The Netherlands owes you and your fallen and late comrades a great debt of gratitude,
- for your courage.
- for your sacrifice.
- and for your perseverance. 

- Please allow me to continue in Dutch -

Dames en heren,

Militairen trokken hier in het zuidelijkste puntje van Nederland binnen om mensen te bevrijden die ze niet kenden.

Ze deelden chocola uit en lieten inwoners mee-eten uit hun keukenwagen, die hier werd neergezet.

Het begin van onze vrijheid was voor hen nog maar de helft van een tocht die deze militairen hadden afgelegd. De soldaten van de U.S. 30th infantry division Old Hickory landden in Normandië op Omaha beach en trokken via België 12 september Mesch binnen. Voor de mensen hier de bevrijding, voor de 30e divisie een tussenstop.  Zij trokken via Maastricht door naar Aken en werden uiteindelijk december 1944 ingezet in het Ardennenoffensief waar ze van december tot eind januari onafgebroken in gevechtssituaties zaten.  De eenheid was totaal 282 dagen aan het westfront in actie; de prijs die betaald werd was hoog. Meer dan 3000 casualties, meer dan 13000 gewonden.

Léon Pinckaers uit Moerslag, in de omgeving, herinnerde zich nog de blik van de bevrijders: „De Amerikanen oogden bedrukt. Toen dacht ik dat het vermoeidheid was, maar het moet de onzekerheid zijn geweest. Dag na dag kameraden om je heen zien sneuvelen.”  

Nu, 75 jaar nadat het zuiden van onze provincie bevrijd werd, gaan onze  gedachten gaan uit naar Amerikanen, Britten, Canadezen en andere geallieerden die hun strijd in West-Europa niet konden navertellen. Aan militairen waarvan velen hun laatste rustplaats op begraafplaats Margraten vonden. Daar adopteerde ik enkele jaren geleden het graf van de New Yorker Harold J. Ball, die 12 april 1945, exact 7 maanden na de bevrijding van Mesch als technician van het 489th armoured field artillerie bataljon na zware gevechten in Frankrijk en eveneens het Ardennenoffensief sneuvelde in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen.

Toen, en steeds opnieuw, heb ik mij afgevraagd: Wat gaat er in je om als je huis en haard achterlaat, om Europeanen wiens taal je soms niet spreekt, te helpen? 

Het moet een grote toewijding zijn aan vrijheid. Onbaatzuchtigheid. En een wil om die met anderen te delen.

Dat karakter, het uithoudingsvermogen van die militairen maakte in Nederland een eind aan onderdrukking, angst en onzekerheid en zorgde voor vrijheid en hoop op een betere toekomst. Aan ons vandaag om die vrijheid en hoop te bevechten.

Want onze hedendaagse samenleving blijft kwetsbaar. Grondrechten staan in Europa onder druk, net als in de jaren 40. We kunnen onze verworven en bevochten grondrechten niet ‘for granted’ nemen.

We moeten blijvend bereid zijn te investeren in onze veiligheid. Om nooit meer in een situatie zoals in de jaren 40 te komen. Investeren in een goede defensie is juist om te voorkomen dat je niet meer de keuze kunt maken om te acteren als dat nodig is.  

Het is niet voor niets dat het trans-Atlantische bondgenootschap snel na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht. Daaraan moeten alle lidstaten hun bijdrage leveren.

Aan vrijheid werken we ook door te investeren in banden met andere landen binnen Europa. In het bijzonder onze buurlanden. Dat is voor een provincie met meer buitenlandse grenzen dan binnenlandse grenzen vanzelfsprekend. Want je leert elkaar pas kennen als je elkaar ontmoet. Het is mooi dat onder de 1500 kinderen bij de Vrijheidsspelen hier in Mesch ook Belgische en Duitse jongens en meisjes zijn.

Die nieuwe generatie moet verhalen over de oorlog meekrijgen. Zoals bij allerlei projecten met scholen hier in de regio. Over het leed dat voortkomt uit een gemis aan rechtsorde. Maar ook over de plichtsbetrachting en bijdrage van velen van heel ver voor een Europa waar we nu in vrijheid kunnen leven. De verhalen over de bevrijding en het gedenken van hen die dit mogelijk gemaakt hebben en waarvan velen hiervoor de hoogste prijs betaald hebben kunnen een brug vormen naar toekomstige generaties.   

Zo kan de jeugd leren dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vieren we onze vrijheid. En leren we onze kinderen dat wat is, niet altijd was en ook niet vanzelf blijft.

Vrijheid moet elke dag bevochten worden. Door mensen zoals Harold, u en ik. Ik dank u wel.

 

 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.