Begin januari ben ik met een Kamerdelegatie in Afrika geweest. Het reisdoel van ons jaarlijkse werkbezoek in het kader van ontwikkelingssamenwerking was Ethiopië. Eén van de tien armste landen ter wereld en bovendien de plek waar de Afrikaanse Unie sinds de oprichting in 2002 gevestigd is. Addis Abeba is daarmee voor Afrika wat Brussel is voor Europa.
Het werd een intensieve week, waarbij onderwerpen aangaande het buitenlands beleid, economische groei en armoedebestrijding aan de orde kwamen.We zagen hoe Nederlandse ondernemers in de bloemen- en fruitteelt zorgen voor een aanzienlijke groei van arbeidsplaatsen en dus economische zelfstandigheid -voor met name vrouwen-, we spraken met ernstig zieke aidspatienten en vrouwen die als gevolg van verkrachting als oorlogsinstrument of door zwangerschap en bevalling op veel te jonge leeftijd, incontinent geworden zijn en verstoten worden uit hun omgeving, we bezochten een vluchtelingenkamp nabij de Somalische grens waar duizenden vluchtelingen zich letterlijk op de auto’s van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, waarin wij zaten, stortten met het ultieme verzoek ze een kans te geven naar Nederland te komen, we spraken met de minister-president van het land en verschillende andere ministers, we ontmoetten de grote VN-econoom en deskundige op gebied van armoedebestrijding Jeffrey Sachs, toevallig ook in Addis Abeba, maar van al deze gesprekken hebben toch twee mij het meest aan het denken gezet. Dat was een gesprek met Konaré, voormalig president van Mali en nu voorzitter van de commissie voor vrede en veiligheid van de Afrikaanse Unie en het gesprek met de president van de Somalische regio in Ethiopië.
Om met het laatste gesprek te beginnen: als goed geïnformeerde Kamerdelegatie hebben we natuurlijk vele vraagtekens bij het beleid van de Ethiopische overheid, met name wat betreft mensenrechten, we voerden dan ook kritische gesprekken. Maar het meest kritische gesprek voerden we met de president van de Somalische regio waar de mensenrechten het meest geschonden worden. Verslagen van de Verenigde Naties en het Internationale Rode Kruis spreken van het platbranden van hele dorpen en het massaal verkrachten van vrouwen en meisjes. Wij zijn politci en geen diplomaten en daarom wilden we van deze regionale president exact weten hoe hij aankijkt tegen de beschuldigingen. Het antwoord was duidelijk: of we maar goed in onze oren wilden knopen dat er in heel de regio géén verkrachtingen voorkwamen, dat woord bestaat niet. En wat het Rode Kruis betreft? Die boeven en leugenaars had hij zijn regio uitgezet en voorlopig mochten ze er geen voet meer zetten. Door zo’n gesprek wordt toch weer het beeld bevestigd van Afrika als een continent waar corrupte machthebbers het voor het zeggen hebben en dat nog lang niet aan democratische structuren toe is.
Een heel ander beeld leverde het gesprek met Konaré op. Daar kwam aan de orde dat Afrika, toe wil naar een structuur net als die van de Europese Unie en dat het urgent is om, vanuit Europa, nieuwe relaties met Afrika op te bouwen, gestoeld op gelijkwaardigheid. ‘Europa is immers allang niet meer de enige speler in dit continent’, zei Konaré glimlachend, ‘India en met name China, zijn hier steeds belangrijkere financiers en partners aan het worden.’
Dat is waar. De alom zichtbare Chinese investeringen laten er geen twijfel over bestaan dat binnen zeer korte tijd de hele Europese input op ontwikkeling en het verbeteren van mensenrechten volledig irrelevant kan worden. Dat is slikken voor Europa, dat van oudsher gewend is een dikke gezaghebbende vinger in de Afrikaanse pap te hebben. Afrika laat zich niet meer de les lezen door Europese opgestoken vingertjes wat mensenrechten of democratiseringsprocessen betreft. Zo verkeert het continent nog altijd tussen minstens twee uitersten: dat van leiders zoals de president van de Somalische regio en dat van leiders zoals Konaré die duidelijk maken dat Afrika allang niet meer dat achtergebleven en volgens sommigen opgegeven continent is, maar evenzeer deel uit maakt van het democratische deel van de wereld.
Des te spannender de situatie in Kenia op dit moment, waar het accepteren van een corrupte verkiezingsuitslag door de internationale gemeenschap Afrika weer zou bevestigen als continent dat niet weet wat werkelijke democratie is.
Maar wat is volgens ons echte democratie? Volgens sommigen is dat het recht van een bevolking om zelf haar burgemeester te kiezen! Bij alles wat ik lees of hoor over de burgemeestersreferenda in Utrecht en Eindhoven vraag ik mij af of dat nou echte democratie is? Wat ik wel weet, is dat wij nog wat van mensen als Konaré kunnen leren!