Radio Nederland Wereldomroep (RNW) bestaat dit jaar 60 jaar. Om dat te vieren heeft RNW ervoor gekozen een debatestafette te organiseren: gedurende het hele jaar zijn er op verschillende plekken in de wereld debatten, met als algemeen uitgangspunt het belang van persvrijheid en vrijheid van meningsuiting. In alle landen bepalen de lokale vertegenwoordigers een eigen specifiek onderwerp. Omdat het hier om onderwerpen gaat die nauw verweven zijn met de politiek worden er voor sommige debatten ook Nederlandse politici uitgenodigd. Om ervaringen en visie te delen met politici en journalisten in de landen en ook om meer zicht te krijgen op het werk van de Wereldomroep.In dat kader werd ik gevraagd mee te gaan naar Benin, West Afrika. Ik was nog nooit in Benin geweest, en dat terwijl ik het land regelmatig noem als het gaat om het belang van eerlijke handelsrelaties. Mijn vaak uitgesproken frase luidt ongeveer zo: ‘Hoe kan een katoenboer uit Benin ooit eerlijk concurreren met de zwaar gesubsidieerde katoenboeren uit Frankrijk of de Verenigde Staten? Wat voor zin heeft het als wij datgene wat wij met de ene hand te geven (ontwikkelingshulp) met de andere arm weer terughalen (door ongelijke handelsverhoudingen)?’
En nu was ik dan zelf in Benin. Specifiek onderwerp van het debat was het belang van buurtradio. Er zijn in Benin tientallen buurtradio’s verspreid over het hele land. Deze worden ook vanuit het Bureau van de Wereldomroep ondersteund, door cursussen en workshops en het desgewenst geven van raad en daad. De buurtradio’s, waarbij vaak niet meer dan zeven mensen, meestal geheel vrijwillig, betrokken zijn, spelen een belangrijke rol. Allereerst zorgen zij er natuurlijk voor dat mensen informatie krijgen. Hun nieuws, is het nieuws dat zich daar in die buurt afspeelt. Daardoor wordt het gewone in het dagelijks leven van mensen bijzonder. Dat heeft een sterk emanciperend effect: mijn gewone dagelijkse leven, mijn problemen en oplossingen, mijn verdriet en geluk, doet er toe! De buurtradio’s zorgen er ook voor dat kennis van eigen lokale taal en cultuur behouden blijft. Daardoor bevorderen zij de pluriformiteit van het land en die benadrukken betekent een versterking van de democratie.
Nog voor het debat, dat twee uur zou duren en live op televisie uitgezonden werd, begon, zat de stemming er al goed in en was men onderling al heftig in gesprek over de vele zijden van het fenomeen buurtradio. Door regelmatig informatie te geven over weerberichten die van invloed zijn op de landbouwproductie (katoen!), maar ook over marktprijzen, kunnen boeren betere producten leveren en betere prijzen krijgen. Maar er kunnen ook gevaren zijn aan de vrije nieuwsgaring, zoals het ontstaan van ‘haatzenders’. Juist in landen waar etnische verschillen zo gevoelig liggen, kan vanuit buurtradio’s haat gezaaid worden. Dat heeft men gezien in Rwanda, ten tijde van de genocide van de jaren 90. De zware verantwoordelijkheid die dit legt, juist op heel kleinschalige, lokale buurtradio’s kwam in het debat aan de orde.
‘De wetenschap en de politiek moeten ons steunen, zonder dat wij ons unieke karakter als buurtradio verliezen. Wij zijn het geheugen van de gewone Beninese man of vrouw. Wij kunnen ervoor zorgen dat men het verleden niet vergeet!’, zei een jonge deelnemer aan het debat mij na afloop. Zijn ogen glinsterden en hij keek mij vol vuur aan. Hij had dagen gereisd om hierbij te kunnen zijn.
Hoe belangrijk ‘niet vergeten’ is besefte ik de volgende dag: ik bezocht de plek van waaruit miljoenen slaven vervoerd werden naar Amerika. Op het strand van waaraf de schepen vertrokken met de slaven als haringen in een ton (de helft overleefde de tocht niet dus je moest zoveel mogelijk ‘reserve waar’ meenemen), staat een grote poort, De Poort van Geen Terugkeer. Wie daardoor gegaan was, kwam niet meer terug. Op zo’n moment besef je weer ten volle hoe afschuwelijk de verschrikkingen van de slavernij geweest zijn. Wat er toen men mensen gebeurde is nauwelijks voor te stellen. Maar we mogen het niet vergeten. Om het heden te begrijpen en aan een waardige toekomst te kunnen bouwen, moeten we het verleden onder ogen zien en de rol die ieder, ook Nederland, daarin gespeeld heeft.
Het is te hopen dat de verwanten van de slaven die als beesten behandeld werden en de plantages van Europese eigenaren moesten bewerken in Amerika, nu eerlijke kansen krijgen een menswaardig bestaan op te bouwen.
En ja, daarbij hoort ook de vraag: ‘Hoe kan een Beninese katoenboer nu concurreren met een zwaar gesubsidieerde Europese of Amerikaanse katoenboer….?’