
Tijdens de begrotingsbehandeling van Economische Zaken voerde Agnes Mulder het woord namens het CDA. Zij ging in haar inbreng onder andere in op de visie van het CDA op energie en duurzaamheid. Ook reageerde zij op de duurzaamheidsparagraaf in het regeerakkoord.
Mulder: “Het CDA wil bouwen aan een duurzame samenleving en economie die gedragen worden van onderop waarbij overheid en inwoners partners van elkaar zijn. Waarbij de overheid de samenleving dient en haar verantwoordelijkheid geeft. Wij streven naar een circulaire economie waarin afval wordt hergebruikt als grondstof. De visie van het CDA op energie en duurzaamheid laat zich langs twee sporen schetsen. In de eerste plaats moet de overheid de ambitie hebben het energiebeleid lokaal te willen verankeren. In de tweede plaats moet de overheid ook de ambitie hebben om te streven naar vergaande Europese integratie van het duurzame energiebeleid.”
In de samenleving zijn er tal van initiatieven waarin inwoners, al dan niet verenigd in een energiecoöperatie, met elkaar energie besparen. Ook wekken ze duurzame energie op met zonnepanelen of windturbines. Het CDA is enthousiast over deze initiatieven. Mulder: “Dit is de samenleving zoals we die graag zien: betrokken inwoners die met elkaar de handen uit de mouwen steken en met elkaar bijdragen aan een schonere leefomgeving.”
Tijdens het debat diende Mulder een aantal moties in. Voor de overgang naar een duurzame samenleving is de inzet en betrokkenheid van burgers hard nodig. Om die overgang te ‘verankeren’ in de maatschappij diende Mulder een motie in waarin zij de regering oproept om met een plan te komen waarin 3 punten worden uitgewerkt: 1) een visie op de sturende en ondersteunende rol van de overheid, 2) een strategie om inwoners bij lokale duurzame energieprojecten te betrekken, en 3) een programma om lokale duurzame energie initiatieven te ondersteunen en mogelijk te maken.
In een andere motie riep Mulder het kabinet op om contact te zoeken met de regeringen van Duitsland, Denemarken, België en het Verenigd Koninkrijk om te kijken of het energiebeleid meer op elkaar kan worden afgestemd.
Een derde motie ging over familiebedrijven. Bijna 70% van de Nederlandse bedrijven zijn familiebedrijven. Deze bedrijven beter bestand tegen crises, vanwege het eigen kapitaal dat de eigenaren er in gestoken hebben. Ook is de wilskracht om te zorgen dat het familiebedrijf blijft bestaan heel sterk. Toch blijkt het steeds moeilijker te worden om een opvolger binnen de familie te vinden die het bedrijf voort wil zetten. Daarom verzocht Mulder de regering via een motie om de problemen rond familiebedrijven in kaart te brengen en te komen met voorstellen om de problemen bij de opvolging aan te pakken.