Van 15 tot 17 oktober heeft een delegatie van de commissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van de Tweede Kamer een bezoek aan Libanon gebracht. Het voornaamste doel van het bezoek was om een beter beeld te krijgen van de problemen rondom de vluchtelingenopvang en de staat van het land. CDA Tweede Kamerlid Mustafa Amhaouch reisde mee als delegatieleider. Een korte terugblik.

Er zijn meer landen in de regio rondom Syrië die vluchtelingen opvangen. Waarom is de keus op Libanon gevallen?
Libanon telt 4 miljoen inwoners, maar vangt ook 1,5 miljoen vluchtelingen op. Voornamelijk uit Syrië, maar ook uit de Palestijnse gebieden. Dat is verhoudingsgewijs dus heel veel. Dat was een reden om daar te kijken, maar ook het feit dat in het nieuwe regeerakkoord Libanon Focusland is geworden, naast bijvoorbeeld Irak en Jordanië. Binnenkort worden ook nog een aantal landen aan toe gevoegd, vooral in Afrika. Landen met de Focusstatus kunnen rekenen op extra aandacht en steun vanuit Nederland, voor de oplossingen van problemen die in die landen spelen.

De delegatie heeft ook vluchtelingenkampen bezocht. Wat is jou daarvan het meest bijgebleven?
We hebben twee kampen bezocht: een officieel opvangkamp, in handen van het Nederlandse Rode Kruis, en een “illegaal” kamp. In het Rode Kruiskamp waren een aantal basisvoorzieningen zoals water, stroom en medische zorg. In het “illegale” kamp waren nauwelijks voorzieningen. Gezinnen van wel acht personen moeten vaak met zijn allen in één tent verblijven. De omstandigheden zijn ronduit slecht. Wat ik daarbij opvallend vond: wij denken hier in Nederland vaak dat al die mensen allemaal naar het veilige Europa willen komen. Maar er zijn ook heel veel mensen die het liefst zo snel mogelijk terug willen naar hun familie en vrienden, hun huizen en bezittingen, of wat er nog van over is.

Je hebt ook met Libanese politici gesproken?
Ja, met meerdere (bewinds)personen, uit het  parlement en regering. Ze waren blij met ons bezoek, en met de Focusstatus voor Libanon, maar er was ook kritiek. Alle westerse aandacht gaat naar de vluchtelingenkampen, maar aandacht voor de problemen die dat oplevert voor de Libanezen  zelf is er nauwelijks. Denk aan de enorme druk op de sociale en medische voorzieningen, de scholen. Ze kunnen westerse hulp goed gebruiken, maar dan moet er wel heel gericht worden gekeken wie welke steun geeft. Wat kan worden gedaan via de overheid, wat kan beter via de niet-gouvernementele organisaties (ngo’s); dat kan namelijk per situatie verschillen.

Wat ik niet wist trouwens is dat Libanon 18 verschillende religies/ sektarische stromingen kent, die ook allemaal zijn vertegenwoordigd in het parlement. Dat maakt de politieke besluitvorming wel stroperig, maar ik heb toch waardering voor het feit dat ze allemaal kunnen samenwerken op politiek niveau.

Er zijn veel landen die invloed uitoefenen in, of belang hebben bij Libanon. Een stabiel Libanon is in het belang van iedereen. Maar een groot punt van zorg, zowel voor de overheid als bedrijven, is dat de export naar Syrië is weggevallen. En daarmee ook de doorvoer van producten via Syrië naar de achterliggende landen. De Libanese politici pleitten bij ons voor het beter implementeren en voordelen halen uit het bestaande associatieverdrag tussen Libanon en Europa, maar er zijn nog veel praktische  hobbels te nemen. Ook daar vragen ze hulp bij.

De delegatie heeft ook contact gehad met Nederlandse bedrijven die zaken doen in Libanon. Wat hebben die gesprekken opgeleverd?
We hebben gesproken met vertegenwoordigers van Unilever, Heineken, Philips en KLM. Voor hen is stabiliteit, zowel politiek als economisch, heel belangrijk. Zij exporteren ook vanuit Libanon naar de regio, maar daar is wel een goede infrastructuur voor nodig, die echter momenteel heel zwak is. Denk aan wegen, elektriciteit, internet. Op dat gebied kan Libanon nog heel wat steun gebruiken.

Tot slot, heb je ook nog positieve dingen of ontwikkelingen gezien in Libanon, zaken die wel goed gaan?
Ja, gelukkig wel, want het is natuurlijk niet alleen maar kommer en kwel. We hebben ook gesproken met jongeren die een band hebben met de universiteit van Wageningen. Het gaat om kleine bedrijfjes, zogenaamde startups, die mede mogelijk zijn gemaakt vanuit Nederland. Ik was zeer onder de indruk van de organisatie en de kwaliteit van die bedrijfjes. Dit soort initiatieven moeten we dan ook zeker blijven steunen.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.