Het CDA heeft zich altijd tegen het leenstelsel verzet. Het zadelt studenten namelijk op met torenhoge studieschulden en leidt tot een valse start op de woning- en arbeidsmarkt. We zijn blij dat het eindelijk van tafel is want een opleiding is meer dan een investering in jezelf. Het is ook een investering in de samenleving. 

Wij willen dat de basisbeurs terugkomt voor de duur van de bachelor- en masterfase (hoe lang een studie officieel duurt). Daarbij maken we onderscheid tussen thuiswonende en uitwonende studenten voor de hoogte van de beurs. Voor studenten van wie de ouders niet of nauwelijks kunnen meebetalen aan de studie moet er een aanvullende beurs komen. Zo nemen we de drempel om door te leren in een vak of een studie weg en kunnen studenten weer gewoon student zijn.  

De invoering van de nieuwe basisbeurs mag niet ten koste gaan van de extra investeringen in het hoger onderwijs en de OV-studentenkaart moet behouden blijven. Daarnaast willen wij bij invoering van de nieuwe basisbeurs een compensatie voor de ‘leenstelselgeneratie’, ongeacht of een student wel of geen studieschuld heeft.

Coalitieakkoord 2021-2025

Met de coalitiepartijen hebben we afgesproken dat we per studiejaar 2023/2024 een basisbeurs invoeren voor alle studenten. Er komt een basisbeurs van € 110 voor thuiswonende en €  274 voor uitwonende studenten. Daarnaast komt er een aanvullende beurs van maximaal € 416 voor studenten wiens ouders minder dan € 70.000 verdienen.

We laten de OV-studentenkaart, de huidige leenvoorwaarden en de investeringen vanuit het studievoorschot ongemoeid. Studenten uit de ‘leenstelselgeneratie’ krijgen een tegemoetkoming van € 359 per studiejaar. Deze wordt afgetrokken van de studieschuld. De studievoucher voor studenten die tussen collegejaar 2015-2016 en 2018-2019 zijn begonnen met studeren wordt omgezet in een korting van € 1.835 op de studieschuld. Als een student geen studieschuld (meer) heeft, wordt het bedrag uitgekeerd.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.