Zo beschermt het CDA de Europese samenwerking

  • Wij geloven dat een sterk Nederland vraagt om een goede samenwerking in Europa. De meeste van deze problemen houden niet op bij de grens. Dat betekent dat Nederland als klein land een groot belang heeft bij samenwerking met de landen om ons heen.
  • Europese samenwerking is niet vrijblijvend, maar gaat altijd uit van een wederkerigheid in rechten en plichten. De samenwerking in Europa moet daarom gebaseerd zijn op rechtsstatelijke principes, subsidiariteit en solidariteit. Daar moeten we elkaar in Europa aan houden. Want wie meedoet, houdt zich aan de afspraken. Houdt een land zich niet aan de afspraken, dan moeten daar consequenties aan verbonden zijn.
  • Tegelijkertijd vinden we ook dat Europese samenwerking geen keurslijf mag zijn. Om slagvaardig te kunnen zijn moeten we meer ruimte maken voor variatie in de Europese samenwerking. Niet alle problemen vragen om een uniforme aanpak voor alle 27 lidstaten. Daarom willen wij meer mogelijkheden om binnen Europa met een kleiner aantal landen kopgroepen te vormen om extra samenwerking vorm te geven. Op die manier kunnen we voorkomen dat de slagvaardigheid in Europa wordt bepaald door het laatste land, dat overtuigd moet worden.
  • Voor Nederland zien we een belang in nieuwe kopgroepen op het gebied van wetenschap, nieuwe technologie en digitalisering, klimaat en duurzaamheid, grensregio’s, veiligheid en (cyber)defensie. Dat zijn terreinen waar Nederland een groot belang heeft om met een aantal gelijkgestemde landen stappen voorwaarts te maken. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van nieuwe, innovatieve transportsystemen als de hyperloop.
  • Variatie in de samenwerking kan voor ontspanning tussen landen zorgen en tegelijk de rol van organisaties van burgers en het maatschappelijk middenveld versterken. Dit kan het draagvlak voor Europa helpen vergroten en een nieuw gezicht geven.

Een sterk Nederland vraagt om een goede samenwerking

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.