23 mei 2018

CDA gunt GS voordeel van de twijfel wijziging DEO.

De Drentse Energie Organisatie (DEO) is vormgegeven als een stichting en heeft als doelstelling bij te dragen aan de realisatie van de provinciale doelen op het gebied van energietransitie. De DEO biedt financiële ondersteuning aan het bedrijfsleven in de vorm van leningen. Daarnaast ontzorgt de DEO Drentse bedrijven door het inbrengen van financiële kennis en voorziet daarmee in een behoefte aangezien het verkrijgen van financiering voor deze energieprojecten via reguliere financiering vaak niet mogelijk is. Om deze leningen te kunnen verstrekken is eerder al een subsidiebedrag van € 29,2 miljoen verleend. De DEO zet deze middelen revolverend in wat betekent dat terugvloeiende middelen worden toegevoegd aan het fonds en opnieuw ingezet kunnen worden als lening.

Werkzaamheden continueren
Er worden mede dankzij de DEO investeringen gedaan in projecten die duurzame energie opwekken of besparen. Ook voor de komende jaren wordt verwacht dat de DEO nog een belangrijke rol heeft bij het financierbaar en realiseerbaar maken van projecten. De werkzaamheden van de DEO worden zoals voorgenomen beëindigd maar de vraag is nu met ingang van welke datum. Het College van Gedeputeerde Staten heeft twee scenario’s voorgelegd aan Provinciale Staten, namelijk 1 januari 2021 of 1 januari 2026. Gezien de toekomstige ontwikkelingen op de energiemarkt, waarbij de inzet van de DEO bij de kleinere en middelgrote energieprojecten nog nodig zal zijn, stelt het College van Gedeputeerde Staten voor de werkzaamheden van de DEO te continueren tot 1 januari 2026. In dit scenario wordt de aanvullende financiering van € 10 miljoen beschikbaar gesteld en blijft de DEO als revolverend fonds actief tot en met 2025.  

Statutenwijziging
Volgens CDA-Statenlid Siemen Vegter heeft DEO haar nut zeker bewezen gedurende afgelopen jaren. “Diverse initiatieven om te komen tot energiebesparing en energietransitie konden worden gehonoreerd. De einddatum 31 december 2020 komt nu in zicht. En de vraag is nu of we op dezelfde manier verder gaan en zo ja, op welke wijze. Nu ligt er een statutenwijziging voor waarbij de Raad van Toezicht verdwijnt en er een Raad van Bestuur ontstaat. Vegter vroeg zich af of het een beetje laat is om deze nieuwe structuurwijziging voor de resterende vijf jaren alsnog op te tuigen, waarna alle rechten en verplichtingen na 2025 alsnog overgaan op de provincie. “Het is de bedoeling van het nieuwe bestuursmodel dat provincie meer zeggenschap krijgt, adviesrecht heeft bij benoeming van bestuurders en dat risicovolle leningen vooraf moeten worden gemeld. Daarmee gaat er in feite al een stuk verantwoording van DEO naar de provincie. Waarom dan niet direct met ingang van 2020 stoppen en een en ander onder te brengen bij provincie”, zo vroeg de Christendemocraat zich af. “In die situatie kunnen de activiteiten doorgaan onder de directe verantwoordelijkheid van het college van Gedeputeerde Staten. Namens het CDA gaf Vegter aan nog niet overtuigd te zijn van nut en noodzaak van een tijdelijke wijziging van het bestuursmodel.” Wat gaat er nu fout, als we als einddatum 31 december 2020 aanhouden”, vroeg hij aan verantwoordelijk gedeputeerde Stelpstra

Evaluatie toegezegd
Gedeputeerde Stelpstra lukte het niet om alle vragen van de commissieleden naar tevredenheid te beantwoorden, vooral niet over de wijziging van het bestuursmodel. In de Statenvergadering van 6 juni is het voorstel opnieuw besproken. Nu er aanvullende informatie is gekomen zijn de verschillende fracties, waaronder die van het CDA, weliswaar nog niet volledig overtuigd van het nieuwe bestuursmodel maar gunnen zij het College van Gedeputeerde Staten het voordeel van de twijfel. Wel onder de voorwaarde dat er volgend jaar een scherpe evaluatie plaatsvindt. Na die toezegging van het College werd het Statenstuk aangenomen waardoor de werkzaamheden van de DEO worden gecontinueerd tot 1 januari 2026 en aanvullende financiering van € 10 miljoen beschikbaar is gesteld. De DEO blijft als revolverend fonds actief tot en met 2025. 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.