29 november 2017

CDA ziet kansen met de Drentse Duitslandagenda

In 2016 heeft het College van Gedeputeerde Staten toegezegd om een strategische agenda uit te werken over de samenwerking met Duitsland. Deze zogenaamde Drentse Duitslandagenda werd behandeld in de Statencommissie FCBE (Financiën, Cultuur, Bestuur en Economie). Een belangrijk onderdeel van de Drentse aanpak is nauwe samenwerking met de partners in Nederland en Duitsland.

Deze conceptagenda is aan Nederlandse zijde daarom ter consultatie aangeboden aan de colleges van burgemeester en wethouders van de twaalf Drentse gemeenten, de colleges van bestuur van NHL-Stenden, Alfa College en Drenthe College, de dagelijkse besturen van de waterschappen Vechtstromen en Hunze en Aa's, en de EemsDollard Regio (EDR). Aan Duitse zijde is onze'buurkreisen' Emsland en Grafschaft Bentheim gevraagd te reageren, evenals het Amt für regionale Landesentwicklung WeserEms (ArL Weser-Ems). Met deze agenda hoopt het Drents Parlement de grensoverschrijdende samenwerking te versterken en  grenzen te slechten.

Verbetering grensoverschrijdende samenwerking
CDA-Statenlid Bart van Dekken is namens zijn fractie woordvoerder en hij sprak zijn waardering uit voor het proces en de inhoud van de Drentse Duitslandagenda. ”Het is een belangrijk document waardoor wij als Staten toch meer dan alleen op strategisch hoofdlijnen recht kunnen doen aan een behoefte die er ook bij ons als CDA is. We willen interregionale economische kansen nog beter benutten. Daarbij willen we recht doen aan respect voor onze buren en kansen voor de werkgelegenheid en culturele waarden. Mooi ook dat in dit proces van realiseren van een goed beleidsstuk een samenwerkingsrelatie is gezocht met alle Drentse gemeenten, hogescholen en onderwijsinstellingen, de waterschappen, de EDR maar ook met onze “buurkreisen”Emsland en het prachtige grafschaft Bentheim.”  Hij zag met deze agenda ook een kans om de grensoverschrijdende samenwerking nog meer te verbeteren. “Kunnen wij bijvoorbeeld op het gebied van de circulaire economie nog andere vormen van samenwerking zien dan de voorbeelden die we aan de Frans/Spaanse grens of tussen Italië en Oostenrijk tegenkomen? De commissie stelt dat we nog lang niet uitputtend genoeg zijn in onze verzoeken, dat levert dus de vraag op waar wij dan nog meer in samenwerking met elkaar kunnen doen.” Ook was Bart van Dekken benieuwd wat de samenwerking betekent voor het vraagstuk van grensoverschrijdend veiligheidsbeleid en de gevolgen voor de Veiligheidsregio Drenthe. “Strikt genomen gaat het bij internationaal veiligheidsbeleid minder over economische belangen maar wel over vraagstukken die een zekere relatie kunnen hebben naar sociale veiligheid.” In dat perspectief verwees hij naar de onlangs ingediende schriftelijke vragen rondom de veiligheidssituatie van de kerncentrale in Lingen. “Wij zullen de beantwoording van die vragen in elk geval zeer nauwlettend volgen.”

Wederzijdse erkenning diploma’s
Ook ging Bart van Dekken nog in op het grote belang van specifieke werkgelegenheid, bijvoorbeeld op het gebied van wederzijdse erkenning van diploma’s in de zorg. Maar ook van een goede beschikbaarheid van medisch en ander zorgpersoneel in de grensstreek. “Kunnen wij ervan uitgaan dat over en weer bestuurders bij en langs de grens zich blijven inspannen om wijkverpleegkundigen, ziekenverzorgenden maar ook artsen en tandartsen te faciliteren en knelpunten in de uitvoering van hun beroepspraktijk te slechten?”, zo vroeg hij aan gedeputeerde Bijl.

Mooie samenwerking met Oosterburen
De gedeputeerde stelde bij zijn beantwoording vast dat er in de Statencommissie FCBE brede steun is voor deze agenda. De door van Dekken gesignaleerde punten rondom de veiligheid raakt volgens hem de bereidheid om over en weer met de veiligheidsregio’s te blijven oefenen. Gedeputeerde Bijl: “Duitse en Nederlandse hulpverleningsinstanties- en diensten kennen en elkaar en willen op een adequaat veiligheidsniveau blijven.” Ook de erkenning van diploma’s blijft volgens Bijl onder de aandacht. Bijvoorbeeld door functiebenamingen uniform te maken waardoor kwaliteitseisen op een goede manier vergeleken worden: Een Duitse kok of een Nederlandse kennen gek genoeg verschillende Kwaliteitskader voor hun opleiding. Het College van Gedeputeerde Staten houdt hier aandacht voor en probeert te uniformeren. Tot slot heeft de koers en doelen van deze Duitslandagenda een sterke relatie met de agenda en resultaten van de statenwerkgroep Drents-Europese samenwerking. “Mooie voorbeelden van goede samenwerking met onze oosterburen”, aldus van Dekken.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.