Heide
07 september 2017

Op weg naar nieuwe Omgevingsvisie

De provincie Drenthe heeft een zogenaamde omgevingsvisie, een document met daarin een visie op toekomstige ontwikkelingen op gebied van water, milieu en verkeer en waarin de koers voor de ruimtelijke economische ontwikkeling van Drenthe wordt omschreven. In 2014 is deze omgevingsvisie vastgesteld maar behoeft nu een actualisatie omdat sindsdien veel nieuw beleid is ontwikkeld. De thema’s die door het College van Gedeputeerde Staten wordt genoemd, zijn Sterke steden, Energielandschappen en Vrijetijdseconomie. Om te komen tot een nieuwe Omgevingsvisie is in maart 2017 een startdocument vastgesteld door Provinciale Staten. Daarin is onder andere vastgelegd dat een koersdocument de kaders aangeeft van de onderwerpen die in die revisie moet worden meegenomen. Dat koersdocument stond op de agenda van de Statencommissie Omgevingsbeleid op woensdag 6 september. 

Koersdocument niet duidelijk
Klaas Neutel, CDA-Statenlid en woordvoerder ruimtelijke ordening, was kritisch over het koersdocument en vond het moeilijk een rode draad te ontdekken. ”Een koersdocument moet toch de koers aangeven maar in dit document is het moeilijk die koers te ontdekken”, zo begon hij zijn betoog. “Voor de CDA-fractie is een koersdocument een document waar je duidelijk uit kunt opmaken wat de koers is om te komen tot een revisie van de omgevingsvisie. “ Het CDA had graag een kort en bondig document gezien bestaande uit een aantal korte statements. Als voorbeeld noemde Klaas Neutel enkele beleidsdocumenten zoals ‘Boeren op goede grond’, ‘Toekomst gerichte landbouw’, Natuurlijk Platteland’’, ‘Flora en faunabeleid’ en ‘Gastvrije natuur’. Graag had hij ook op deze manier de drie zogenaamde bouwstenen als ‘Sterke steden’, ‘Energielandschappen’ en ‘Vrijetijdseconomie’ gezien.

Geen extra landbouwgrond voor natuur
Hij maakte van de gelegenheid gebruik een aantal accenten aan te geven, die wat het CDA betreft terug moeten komen in de nieuwe Omgevingsvisie. “Wij constateren met zijn allen dat wij de visie op het landschap, dat is de verhouding tussen natuur, landbouw en stedelijke gebieden, redelijk hebben vastgelegd in documenten. Die documenten liggen vast en vormen de bouwstenen. Opmerkelijk is dan dat er in het stuk staat dat er verbindingszones gemaakt moeten worden tussen natuurgebieden. Op zich mee eens. Maar we hebben ook afgesproken dat we onze verplichtingen nakomen op het gebied van natuurontwikkeling, en niet meer dan dat. De CDA-fractie zal daar op toezien. Concreet betekent dat, dat wanneer er verbindingszones bijkomen die niet in het huidige beleid staan, en daar landbouwgrond voor nodig is, er een gelijke hoeveelheid natuurgebieden terug gegeven moet worden aan de landbouw.”

Sociaal geografisch gezien ziet het CDA dat er weer een trek naar de steden is. “Dat is dus een onderwerp waar we als provincie beleid op moeten maken’, zegt Klaas Neutel. “Niet door weidewinkels toe te gaan staan, maar dit juist in de steden te concentreren. Dat is dus een punt waar de CDA-fractie de paragraaf sterke steden op wil beoordelen.”

Geen landbouwgrond voor energie
De Christendemocraat zei ook dat de laatste jaren veel gesproken is over de energievoorziening en dan vooral over de dingen die fout zijn gegaan in de manier waarop de verduurzaming moet worden aangepakt. “Maar hoe moet het dan wel”, zo vroeg hij zich af. “Goede landbouwgrond, daar moet voedsel op groeien. Die moet je niet uit het voedselproductieproces halen door ze te bedekken met zonnepanelen. De opdracht voor het plaatsen van windturbines ligt er nog steeds. Maar de ontwikkelingen hebben niet stil gelegen. Hoe moeten we deze processen op elkaar afstemmen? Welke criteria gaan wij uitwerken, hoe gaan we met dit vraagstuk om? Een terecht onderwerp voor de revisie, want de huidige regelgeving biedt onvoldoende houvast.”  

Geen permanente bewoning op versleten vakantieparken
Recreatie en toerisme is volgens het CDA een belangrijke motor van de Drentse economie maar Klaas Neutel vroeg zich wel af of dat volop gestimuleerd moet worden. “Moeten we ongebreidelde groei nastreven of zijn er ook grenzen en zo ja, en hoe leggen we die dan vast”, zo vroeg hij zich af. “De CDA-fractie heeft al eens uitgesproken dat het primaat voor de beslissing om permanente bewoning van recreatiewoningen toe te staan bij de gemeentes ligt. Wij bepalen als provincie het beleid op het gebied van recreatie. Dus mogen we er ook wat van vinden als gemeentes met plannen hiervoor komen. De CDA-fractie heeft gezegd dat als gemeentes met een goed plan komen de provincie met goede argumenten moet komen om dat plan af te wijzen. Je zou dat ja, mits kunnen noemen. Maar die argumenten moeten we nog wel goed vastleggen. Daarbij vindt de CDA-fractie dat versleten vakantieparken niet kunstmatig in het leven gehouden moeten worden door daar permanente bewoning toe te staan. Ook de kwaliteit van de woningen moet voldoen aan de eisen van het bouwbesluit. Kortom ook een punt om nieuwe uitgangspunten voor te formuleren.”

Gedeputeerde geeft gehoor aan oproep CDA
Omdat het voorliggende document wat de CDA-fractie betreft niet als koersdocument voldoet vroeg hij verantwoordelijk gedeputeerde om het stuk voor kennisgeving aan te nemen en geen formele besluiten te nemen. “In het Statenstuk wordt van ons gevraagd om besluiten te nemen en op basis van de voorliggende stukken is het de CDA-fractie niet volledig duidelijk waar we ja tegen zeggen. Ik stel u dan ook voor om deze beraadslagingen mee te nemen in het vervolg van het proces en geen besluit te nemen zoals die wordt voorgesteld in het Statenstuk 2017-805.” Deze oproep vond gehoor bij meerdere fracties en ook bij de gedeputeerde. Hij stelde voor om met een gewijzigd Statenstuk te komen waarin staat dat kennis genomen wordt van de inhoud van het koersdocument. Daarmee kunnen de werkzaamheden doorgaan om te komen tot een nieuwe Omgevingsvisie. Wel vroeg Klaas Neutel de gedeputeerde nog om meer betrokken te worden bij het opstellen van de Omgevingsvisie. Hij kreeg boter bij de vis omdat de gedeputeerde de Statenleden uitnodigde voor een bijeenkomst over dit onderwerp op 8 november a.s.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.