25 juni 2020

kadernota 2021

Bijdrage eerste termijn door Auke Oldenbeuving: 

Ook onder moeilijke omstandigheden zoals nu moet je op je bakens letten. Voor het CDA zijn dat rentmeesterschap, gespreide verantwoordelijkheid, publieke gerechtigheid en solidariteit. En dat betekent ook verantwoordelijkheid willen dragen voor het creëren van een financieel perspectief voor deze gemeente. Niets doen is geen optie. Korte termijn denken ook niet.

De Kadernota 2021 kent een lange aanloop. Bij de vaststelling van de vorige Kadernota, op 27 juni vorig jaar, hadden we de volgende constateringen:

1. Het College kreeg de opdracht de jaarschijf 2020 sluitend te maken, zonder ingrijpende of onomkeerbare keuzes. Dat is gelukt, met veel knippen en plakken, en die hebben we in november vastgesteld.

2.  We willen weer een stevig eigen vermogen en onafhankelijk worden van fluctuaties in de inkomsten. Geen paniekvoetbal, maar ook geen weggevertjes vanwege een incidentele meevaller. Die gebruik je om je eigen vermogen op peil te brengen.

3. We doorlopen als Raad een proces om de financiën van de gemeente Emmen, en daarmee dus haar uitgavenpatroon en de wijze van begroten, fundamenteel te herijken. De uitkomst van dat proces moest zijn beslag krijgen in een gedegen Kadernota 2021 en verder. We hebben in een viertal sessies de hele begroting doorgewerkt, en het College heeft op basis van die sessies en de daarin gemaakte opmerkingen een Kadernota opgesteld, als opmaat voor de begroting 2021 en volgende jaren. 

De Strategienota is nog steeds leidend, maar op dit moment betekent de Kadernota vooral een pas op de plaats ten aanzien van investeringsprogramma en nieuw beleid. En een mix van specifieke en generieke keuzes om de begroting structureel op orde te krijgen. Specifieke keuzes voor een totaalbedrag van 6,8 miljoen, 2,2 miljoen extra inkomsten (met name OZB), en 1,5 miljoen aan generieke kortingen op subsidies en budgetten. 

De gelijkenis met de coronamaatregelen is treffend; het doet iedereen pijn, sommigen wat meer dan anderen, en de pijn wordt door mensen verschillend ervaren. Maar net zoals Corona zijn schaduw ver vooruit werpt, ligt hier ook een pakket aan voorstellen wat vertaald moet worden in de begroting. 

En anders dan vorig jaar, gaat het nu om structurele besluiten. 
Net als alle partijen in deze Raad vindt ook het CDA sommige voorstellen heel vervelend. Pijn op de verkeerde plek. Tikken op plekken waar je al een blauwe plek of een schaafwond had. Of waar je nou net met veel moeite de boel weer wat opgeknapt had. 

Dat bijvoorbeeld de verhoging van de tarieven van de sportaccommodaties. En worden die verhogingen ook ingezet om de mate van kostendekkendheid dichter bij elkaar te brengen? Zaalsporters betalen nu drie keer zoveel voor hun accommodatie dan veldsporters. Ook het versoberen van speeltoestellen is zo’n punt. Het levert relatief weinig op maar het is een verkeerd signaal; we willen toch juist kinderen buiten laten spelen? En zit daar ook geen dubbeling met een ander pijnpunt; de korting bij de erkende overlegpartners. Die betalen toch ook mee aan speelvoorzieningen? Het druist in tegen ons uitgangspunt van gespreide verantwoordelijkheid.

Zijn er alternatieven voor de mensen die nu gebruik maken van de gemeentewinkels? En het mantelzorg compliment; natuurlijk doen deze vrijwilligers het niet voor het geld. Maar dit voelt wel als een miskenning van hun inzet.

De klapper van de OZB; 2% plus nog eens 5% er over heen is heftig. En dat terwijl iedereen al meer moet gaan betalen voor afval. En op termijn ook voor riolering. Ook dat houdt in de toekomst niet op. Hoewel: Afval, daar kunnen we wat aan doen. We moeten een afvalbeleid vaststellen dat inwoners helpt die afvalstromen terug te dringen. Dat is goed voor het milieu, maar het scheelt ook in de portemonnee. Kunnen we die OZB verhoging nog een beetje goed maken. Want als we niets doen gaan ook die heffingen de komende jaren met zo’n € 45 per huishouden omhoog. 

Dus Ja; alle keuzes zijn pijnlijk, maar sommige keuzes vinden we wel extra pijnlijk. Maar aan de totaalbedragen tornen; dat niet. Want met al deze maatregelen is het financiële beeld nog niet heel rooskleurig. 

Want het belangrijkste is: waar doen we dit voor? Stap 1, en ik citeer: “ de financiële uitgangspositie zodanig verbeteren dat we risico’s kunnen afdekken en kunnen inspelen op onzekerheden. En die komen er nog; de herijking van het gemeentefonds, de invoering van een hoger aandeel lokale belastingen, met de invoering van het gebruikersdeel, en wie weet wat nog meer.

Maar veel belangrijker; we doen dit om mogelijkheden te hebben in te spelen op kansen. Of nog beter: om kansen te creëren. En daarvoor moet je ruimte hebben in je begroting. En vrij besteedbare reserves. Het gaat er om de economische ontwikkeling van deze regio te kunnen bevorderen. Daarmee creëer je kansen voor mensen, verminder je de armoede, maak je meer mogelijk in Emmen. Waterstof, Groene Chemie, Energietransitie, Technische Opleidingen, Logistiek Knooppunt, Werkgelegenheid. 

Echter; de oude regel geldt nog steeds: Geen geld, geen Zwitsers!

Waar elders in het land ontwikkelingen bijna spontaan aan komen waaien, omdat de randvoorwaarden en netwerken en infrastructuur er al zijn, is dat in Emmen niet zo. En daarom doen we dit. We willen weer leiden, niet volgen. En dat doen we voor onze inwoners. En onze toekomstige inwoners. Voor onze kinderen en kindskinderen.

We moeten er voor zorgen dat we weer een kansrijke regio worden. Er zijn al goede stappen gezet, en worden goede stappen gezet, maar er moeten nog veel meer stappen worden gezet.  Met deze Kadernota maken we een aanzet om te komen tot een begroting die dat mogelijk maakt.

Voor de toekomst van deze prachtige verre uithoek van dit kleine land.

N.b. de laatste opmerking was een verwijzing naar het boek “Een klein land met verre uithoeken” van Floor Millikowski, dat aan wethouder Guido Rink overhandigd werd.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.